Liberalisering versus regulering. Achter de melkcrisis,die momenteel zijn hoogtepunt bereikt met de staking van de melkleveranties, gaat een dilemma schuil dat lastig op te lossen valt voor de Europese landen. Deze discussie speelt al lang en is van groot belang voor de agrarische gemeenschap, die de term "regulering" in ere zou willen herstellen, juist nu er voortdurend over regulering wordt gesproken zodra het om de financiële sector gaat. Niet alle lidstaten zijn het eens met het argument dat daarbij steeds wordt gebruikt, maar dat door Frankrijk verdedigd wordt: voeding kan niet met andere goederen worden vergeleken. Vandaar dat de landbouwsector een bijzondere sector is.

Moeten wij de huidige deregulering afremmen, nu de koersen zijn ingestort en het overal in Europa moeilijk wordt om van de melkopbrengst te leven? De Franse, Belgische en Duitse boeren blijven voorstander van overheidsbemoeienis. Volgens hen gaat het namelijk niet alleen om een probleem van vraag en aanbod, maar ook om kwesties als werkgelegenheid, ruimtelijke ordening, voedselveiligheid, de hygiënische kwaliteit van onze voeding, duurzame ontwikkeling, enzovoort.

Zo denken echter niet alle lidstaten erover, in een Europa dat verdeeld is in de voorstanders van familiebedrijven in de landbouw – verspreid over het hele land, zoals dat nog het geval is in Frankrijk – en de promotors van "melkfabrieken" naar Deens voorbeeld, die uiteraard veel concurrerender zijn. Op dit moment denkt een deel van de beroepsgroep dat de koersschommelingen, en dus de huidige crisis, te wijten zijn aan de deregulering van de sector, waarmee de afgelopen jaren een begin is gemaakt door minder steun te verlenen voor opslag en export. De voorstanders van liberalisering daarentegen menen dat de problemen van de sector vooral veroorzaakt worden door de recessie, en dus door de teruglopende vraag.

De ongerustheid van de stakende boeren richt zich op het verdwijnen van de melkquota, die sinds 1984 het belangrijkste reguleringsinstrument vormden. Men vindt de quota niet effectief en daarom zullen ze binnen nu en 2015 geleidelijk worden afgeschaft, krachtens een besluit dat door de lidstaten op voorstel van de Commissieis genomen. Dit betekent een achteruitgang voor de oudste boeren, en een sprong in het duister voor boeren die hun beroep nog niet uitoefenden voordat de quota werden ingesteld om een einde te maken aan de overproductie.

De meest radicale producenten blijven handhaving van deze melkquota eisen, die hun een stabiel inkomen garandeerden. De overige producenten verlangen dat er op zijn minst een "nieuwe regeling" wordt ingesteld om de afschaffing van de quota te compenseren. Dit is de keuze van de Franse minister van Landbouw, Bruno Le Maire, die samen met zijn Duitse collega Ilse Aigner – die afkomstig is uit deelstaat Beieren, waar men veel waarde hecht aan plattelandstradities – op deze richting aanstuurt. "Veel lidstaten waren voorstander van volledige deregulering, maar ik heb de indruk dat die tendens momenteel aan het keren is", verklaarde hij op vrijdag 18 september. Frankrijk en Duitsland hebben zestien andere Europese landen voor hun standpunt gewonnen. Maandag zal Bruno Le Maire in Polen proberen dit verbond nog te versterken.

De voorstanders van regulering stuiten op weerstand van de Britten, de Scandinavische landen en Italië, dat er in dit stadium de voorkeur aan geeft boetes te betalen om meer dan de toegestane hoeveelheden te blijven produceren. De "liberale" lidstaten rekenen op de steun van de Eurocommissaris van Landbouw, de Deense Mariann Fischer Boel.

De belangrijkste maatregel die zij op donderdag 17 september presenteerde om uit de crisis te komen, wordt gevormd door een soort "slooppremie" voor de herstructurering van de melksector. Zij pleitte ervoor dat melkproducenten die veel hebben geïnvesteerd, hun beroep moeten kunnen blijven uitoefenen en dat degenen die uit de melksector willen stappen, gesteund moeten worden. Dat was een koude douche voor degenen die een gebaar hadden verwacht in de richting van regulering, oftewel een besluit om de productiequota te verlagen, zodat de prijzen weer zouden gaan stijgen. Zij hadden echter niet gerekend op dit voorstel, dat erop aanstuurt de kleinste boeren te laten vertrekken en de bedrijven van degenen die blijven, groter te maken. Zoals dat al vijfentwintig jaar gebeurt.

"De doodsteek voor de melkproducenten", was de reactie van de Franse bond van melkveehouders FNPL, die deel uitmaakt van de grootste Franse boerenbond FNSEA. Alleen al in Frankrijk is het aantal melkveehouderijen van 1984 tot nu teruggelopen van 427.000 naar 90.000. In heel Europa verdwenen er tussen 2006 en 2008 334.000 melkveehouderijen. Mevrouw Fischer Boel is niet beschikbaar voor een nieuwe termijn in Brussel, maar met haar vertrek komt er nog geen einde aan de controverse. Denemarken eist opnieuw de portefeuille Landbouw op, net als Roemenië, en wordt daarin gesteund door Frankrijk, dat tot het kamp van de voorstanders van regulering behoort. José Manuel Barroso, die nog maar net herkozen is als voorzitter van de Commissie, zal ongetwijfeld als scheidsrechter moeten optreden, terwijl juist hij zijn tweede termijn in het teken had gesteld van meer regulering. Althans wat de financiële sector betreft.