In de politieke geschiedenis behaalde een groepering of beweging slechts zelden een dergelijke volledige en verpletterende overwinning als de conservatieve eurosceptici nu doen. Zij hebben de slag gewonnen. Ze hadden het niet alleen bij het juiste eind over de eenheidsmunt, de grootste economische kwestie van ons tijdperk, maar ze hadden ook nog gelijk om de juiste redenen. Ze voorzagen met een lucide, profetische accuratesse precies hoe en waarom de euro financiële rampspoed en een maatschappelijke ineenstorting met zich zou meebrengen.

De voorstanders van Europa bevinden zichzelf ondertussen in dezelfde situatie als vredestichters in 1940 of communisten na de val van de Berlijnse Muur. Ze zijn volledig gebroken. Laten we eens naar de zaak van de Financial Times kijken, die pretendeert het grootste Britse economische blad te zijn. Ongeveer 25 jaar geleden ging er iets flink mis met de FT.

De krant keerde zijn lezers de rug toe toen het blad werd overgenomen door een linkse journalistenkliek. Een van de eerste dingen die er op wees dat er iets fout ging was toen de FT tegen de invasie van de Falklandeilanden [door de Argentijnse junta in 1982, nvdr] protesteerde. En natuurlijk steunde de krant de toetreding van Groot-Brittannië tot het wisselkoersmechanisme in 1990. Bij iedere grote economische gebeurtenis in de afgelopen kwart eeuw hadden zij het flink mis.

Twijfels werden van tafel geveegd

De centrale historische fout die de Financial Times maakte, heeft betrekking op de euro. De FT stortte zich zelf vol overgave in het pro-eurokamp en omarmde de zaak met een welhaast religieuze passie. Twijfels werden van tafel geveegd. Lees de veronderstelde sceptische en tegendraadse column van Lex van 8 januari 2001 er maar eens op na, over de Griekse toetreding tot de eurozone. “Nu Griekenland in euro’s handelt”, beschreef Lex, “zullen nog maar weinig mensen rouwen om de dood van de drachme. Het lidmaatschap van de eurozone biedt vooruitzicht op langdurige economische stabiliteit.” Op dezelfde warme manier verwelkomde de FT ook Ierland.

Zelfs in mei 2008, toen de fatale 'booms' in Ierland en elders al duidelijk begonnen te wankelen, behield de krant zijn vertrouwen: “De Europese monetaire unie is als een hommel die vliegt”, verzekerde de krant in zijn hoofdartikel. “Hoe onwaarschijnlijk het ontwerp ook mag lijken, het werkt.” Voor een krant die de pretentie heeft een autoriteit op financieel gebied te zijn, kan de verslaggeving van de FT over de eenheidsmunt niet anders betiteld worden dan min of meer rampzalig.

En laten we nu eens kijken naar de BBC. In de negen weken voorafgaand aan 21 juli 2000, toen de discussie over de euro een hoogtepunt bereikte, ontving het programma ‘Today 121’ sprekers over het onderwerp. Pleiters vóór de euro waren twee keer zoveel vertegenwoordigd in cijfers, interviews en citaten als tegenstanders. BBC-medewerkers neigden ernaar het pro-euro standpunt centraal te stellen zodat zelfs gematigde eurosceptische geluiden werden neergezet als extremen en dat ze al verslagen waren nog voordat het debat kon beginnen.

In werkelijkheid beschikten de eurosceptici over een gezond verstand

Steeds weer zou de BBC voor haar verslaggeving angstaanjagende verhalen gebruiken over welke economische of industriële rampen het zou opleveren als Groot-Brittannië niet tot de euro zou toetreden. En als die verslagen onjuist bleken te zijn, werden ze niet gecorrigeerd. Groot-Brittannië kende in werkelijkheid recordniveaus aan buitenlandse investeringen, maar als het Britse Centraal Bureau voor de Statistiek de cijfers liet zien, dan besteedde de BBC daar nauwelijks aandacht aan.

Deze houding ging heel ver. Rod Liddle, destijds redacteur bij het radioprogramma ‘Today’, herinnert zich bijvoorbeeld een bijeenkomst met een hooggeplaatste BBC-persoon waarin besproken werd hoe er met de eurosceptische klachten over partijdigheid moest worden omgegaan. “Rod, je moet begrijpen dat deze mensen gek zijn. Ze zijn gek.” In werkelijkheid beschikten de eurosceptici over een maar al te gezond verstand.

Winston Churchill zei al in 1936 toen hij zelf in het Lagerhuis nog een algemeen geminachte randfiguur was: “een beschuldiging tegen het verleden inbrengen moet leiden tot effectieve actie in het heden”. Dus wat zou dan de lering moeten zijn die we uit het Britse debat over de euro moeten trekken?

Britten moeten hun excentriciteit koesteren

Ten eerste zouden we die uiterst Britse eigenschap, excentriciteit, moeten koesteren. Onderzoek naar de publieke opinie op het hoogtepunt van het eurodebat toont aan hoe vaak pro-europropagandisten hun critici uitschakelden door ze tot zonderling te bestempelen. Lees maar in de column van Andrew Rawnsley van 31 januari 1999: “Aan de pro-euro kant vinden we een grote coalitie van het zakenleven, de vakbonden en de belangrijkste, verstandige, politieke figuren uit de frontlinie. Aan de andere kant vinden we een verzameling mensen die er ooit toe deden, figuren die er nooit toe zullen doen en halvegaren.” Maar in feite waren het de eenzame en eigenwijze figuren die zich niets aantrokken van de orthodoxe leer van het establishment, die uiteindelijk steeds weer gelijk kregen.

Het blijft van essentieel belang voor onze democratie dat het pro-eurostandpunt gehoord wordt. Maar eerst moeten de euro-aanhangers ons eens vertellen waarom ze probeerden Groot-Brittannië op het rampzalige pad van toetreding tot de eenheidsmunt te krijgen. Denk eens aan de opmerking van Danny Alexander, staatssecretaris van Financiën, die stelde dat degenen die hij bestempelde als anti-Europese isolationisten of nationalisten, “vijanden van de groei” waren.

Vijf jaar lang leidde Alexander de pro-eurocampagne, en als hij zijn zin had gekregen dan zou hij Groot-Brittannië regelrecht naar de economische afgrond hebben geleid. Hoe durft hij eurosceptici op deze manier te kapittelen? Het is de hoogste tijd dat euro-aanhangers ter verantwoording worden geroepen.

Dit artikel is gebaseerd op het verslag ‘Guilty Men’, geschreven door Peter Oborne en Frances Weaver voor het Centrum voor Beleidsstudies.