Onlangs kondigde burgemeester Zeljko Kerum van Split [Kroatië] aan dat op de beroemde zeepromenade van zijn stad, de Riva, het grootste Christusbeeld ter wereld zou worden gebouwd. Een paar dagen daarvoor en tweehonderd kilometer ten noordoosten van Split had de president van de Servische Republiek, Milorad Dodik, het bouwproject Kamengrad in Višegrad [Bosnië en Herzegovina] ingewijd, samen met ´zijn´ hoofdarchitect, de vermaarde filmregisseur Emir Kusturica.

Kamengrad is opgezet als een geheel van nostalgische gebouwen, die getuigen van een twijfelachtige smaak en qua stijl niet echt bij elkaar passen. De bouwwerken bevinden zich in het historische centrum van Višegrad, aan de oever van de Drina, vlakbij de brug die wereldberoemd werd door de roman van Ivo Andrić (Nobelprijs voor de Literatuur, 1961): De brug over de Drina. Dit boek van Andrić zal worden verfilmd en het is de bedoeling dat Kamengrad dan, als een plaatselijk Disneyland, als decor gaat fungeren.

Als de opnames klaar zijn, zou dit bouwproject ter waarde van 30 miljoen euro een permanent karakter moeten krijgen en de plaats moeten innemen van het oude Višegrad, dat zo Bosnisch en gewoontjes is. “Alle tijdperken zullen in het project worden uitgebeeld, inclusief de renaissance, die aan de bevolking van de Balkanlanden voorbij is gegaan vanwege de Turkse invasie”, aldus Kusturica, die duidelijk zijn eigen visie van de geschiedenis heeft.

Architectuur als verlengstuk van de politiek

Kamengrad en het toekomstige Christusbeeld van Split zijn goede voorbeelden van de manie om monumenten te bouwen, die de Balkanlanden de laatste tijd in zijn greep houdt. Sinds de wapens in dit deel van de wereld zwijgen, heeft de architectuur zich ontpopt als een verlengstuk van de politiek. Een politiek die tegenwoordig (met dank aan Europa!) noodgedwongen minder oorlogszuchtig is, maar die niet terugdeinst voor symbolen of enorme proporties.

In Niš, in het zuiden van Servië, wordt ´het grootste kruis ter wereld´ opgericht, op slechts enkele meters afstand van de autosnelweg die de stad doorkruist. Hetzelfde verhaal in Skopje, Macedonië, waar onlangs de laatste hand is gelegd aan een verschrikkelijk kitschmonument van zo´n veertig meter hoogte dat Alexander de Grote voorstelt [maar om de Grieken niet opnieuw tegen de haren in te strijken heet het monument officieel de Ruiter]. In een paar jaar tijd zijn de nationalistische machthebbers van Macedonië erin geslaagd het centrum van Skopje de nek om te draaien door het te veranderen in een ordinair beeldenpark waar ´nationale helden´ worden uitgebeeld.

En dat terwijl Skopje na de aardbeving van 1960 dankzij het stedenbouwkundige plan van Kenzo Tange dusdanig was herbouwd, dat het een toonbeeld van modernisme was. In Split is de burgemeester overigens niet van plan zich te beperken tot een Christusbeeld; hij zou daarnaast ook standbeelden willen oprichten van Johannes Paulus II, de eerste Kroatische president, Franjo Tuđman, enzovoort.

In de westerse samenlevingen werden monumenten gebouwd ten tijde van de oprichting van een bepaalde staat (tussen de achttiende en twintigste eeuw). Op die manier wilde men het volk een scala aan beelden, helden en mythen bieden dat hen moest verenigen en dat de onderlinge verdeeldheid moest doen vergeten. De monumenten hielpen mee een zekere broederschap in stand te houden, die als het cement van de maatschappij en de identiteit moest dienen.

Het symbolisch 'zuiveren' van een Ottomaanse uitstraling

In de Balkanlanden hebben de monumenten een heel andere functie. Daar verdoezelen ze de – werkelijke of veronderstelde – leemtes in de geschiedenis. Dat de nationalisten veel waarde hechten aan de geschiedenis is een notoire leugen; in hun ogen is de geschiedenis van hun volk nooit toereikend, want zij kunnen het niet nalaten om een alternatieve geschiedenis te verzinnen.

De logica die ten grondslag ligt aan de monumenten in de Balkanlanden, is de ´uitsluiting van de Ander´. De architectonische waanideeën van de VMRO [de rechts-nationalistische regeringspartij in Macedonië] zijn niet bedoeld om de Macedonische identiteit te versterken, maar om te doen vergeten wat daar niet bij past, zoals het modernistische internationalisme uit het Tito-tijdperk en de herinnering aan de oude Ottomaanse steden met hun oosterse charme en Albanese bevolking: iedere mogelijke inbreng hiervan aan de nationale identiteit moet worden uitgewist.

Het enige doel van de operatie Kamengrad in Višegrad is het symbolisch ´zuiveren´ van de oude brug, die ondanks de inspanningen van Emir Kusturica nog altijd die typisch Ottomaanse uitstraling heeft. In de stad die door Kusturica is bedacht, is deze brug niet meer dan een simpel filmdecor, een element dat in het Servische nationalisme wordt geïntegreerd.

De Ander vernederen, maar ook laten zien dat er geen plaats meer voor hem is: dat is ook het doel van de ´priesters van Herzegovina´ [de Kroatische katholieke partij van Bosnië], die Mostar hebben ´versierd´ met een woud van kruizen en klokkentorens om de plaatselijke minaretten in aantal en hoogte te overtreffen.