De foto hangt in een hoek van het kantoor. Juan Ortega staat erop, directeur business development van Tecnatom, een van de grootste Spaanse ondernemingen voor nucleaire technologie, die zijn hand uitsteekt naar de president van de China Nuclear National Corporation. De foto is in januari 2009 genomen in La Moncloa, waar ze toen een samenwerkingsverdrag hadden ondertekend. Achter hen zien we de Chinese premier Wen Jiabao en premier José Luis Rodríguez Zapatero, die de andere kant opkijkt.

De recente geschiedenis van de Spaanse nucleaire industrie laat zich als volgt samenvatten: in eigen land stilleggen, daarbuiten promoten. In Spanje worden al sinds 1988 geen kerncentrales meer gebouwd en in diezelfde periode is anderhalve centrale stilgelegd (Zorita in 2006 en Garoña uiterlijk in 2013). In de afgelopen zeven jaar heeft Spanje een kabinet gehad dat, onder aanvoering van "de grootste tegenstander van kernenergie binnen de regering" (zoals Zapatero zichzelf in 2005 tijdens een bijeenkomst met milieuactivisten noemde), officieel tegenstander is van kernenergie. Het overgrote deel van de bevolking is tegen atoomenergie. Desondanks is in diezelfde periode de export van nucleaire technologie, vooral naar ontwikkelingslanden, alleen maar toegenomen.

Deze situatie staat niet op zichzelf. Spanje heeft geen eigen nucleaire technologie en kan zich in de verste verte niet meten met Frankrijk of de VS, maar het land beschikt wel over de technische kennis en maakt die te gelde. Westinghouse España is gevestigd in een onopvallend gebouw in het centrum van Madrid. Wat zich binnen afspeelt is echter overduidelijk. Hier houden 92 ingenieurs zich bezig met de bouw van het containment (essentiële veiligheidsbarrière) en het bijgebouw van de kerncentrale van Sanmen in China.

"Spanje moet zijn positie op nucleair gebied benutten"

ENSA is een staatsbedrijf dat eigendom is van de Sociedad Estatal de Participaciones Industriales (SEPI). Van de omzet van 85 miljoen komt 84% uit het buitenland, volgens het rapport La industria nuclear española (De Spaanse nucleaire industrie) dat onlangs door het Foro Nuclear is gepubliceerd. Ook het andere staatsbedrijf in deze sector, de Empresa Nacional del Uranio (Enusa) kijkt over de grenzen. Spanje importeert uranium, maar produceert zelf kernbrandstof en verkoopt 60% daarvan aan het buitenland: Finland, Zweden, Duitsland, België en Frankrijk en in een enkel geval zelfs aan de VS.

Met de wederopleving van kernenergie in China was de regering in 2008 voorstander van de oprichting van de Spanish Nuclear Group for China, een strategisch samenwerkingsverband van vier ondernemingen: Tecnatom, Ensa, Enusa en Ringo Válvulas. Deze laatste bedient kerncentrales als die van Qinshan in China. Directeur José Manuel García onderstreept het belang van de Spaanse nucleaire sector: "De sector ligt in Spanje al ruim twintig jaar stil, maar in het buitenland hebben Spaanse bedrijven zich weten te handhaven."

Is het logisch dat een land met een regering die tegen kernenergie is de atoomindustrie in ontwikkelingslanden bevordert? "We krijgen veel steun [van het kabinet]. Dat lijkt tegenstrijdig, maar zo liggen de zaken," luidt het antwoord van María Teresa Domínguez, voorzitter van het Foro Nuclear en directielid van Empresarios Agrupados, die samen met General Electric verantwoordelijk was voor de bouw van de kerncentrale van Lungmen in Taiwan. Zij is van mening dat Spanje zijn positie als land met kennis en expertise op nucleair gebied moet benutten.

"Geëxporteerde kerncentrales zijn veilig"

Bronnen in regeringskringen menen dat van tegenstrijdigheid geen sprake is. Het willen sluiten van kerncentrales moet los gezien worden van het willen handhaven van een technologisch geavanceerde sector; die kan er namelijk voor zorgen dat kerncentrales, als je die exporteert, veilig zijn. Bovendien wijzen zij erop dat de staatsbedrijven onder het ministerie van Economie vallen en het kernenergiebeleid onder het ministerie van Industrie.

Vroeg of laat zal ook Spanje de gevolgen van Fukushima ondervinden, aangezien de IAEA zijn verwachtingen voor de bouw van nieuwe reactoren in de wereld naar beneden heeft bijgesteld. Nucleaire projecten in Groot-Brittannië, waar Iberdrola zit, hebben vertraging opgelopen; Italië (waar de grootste elektriciteitsmaatschappij, Enel, geen ervaring heeft met kernenergie maar eigendom is van Endesa; en Chili, een land waar veel aardbevingen voorkomen en waar Endesa zit, heeft de plannen voor de bouw van een kerncentrale geannuleerd.

"We zouden dwaas zijn als we geloofden dat de toekomst er rooskleurig uitziet, maar het boek is nog niet dicht," vat José Emeterio Gutiérrez, verantwoordelijk voor de Spaanse vestiging van Westinghouse, de situatie samen. Na het schrappen van kernenergie in Duitsland heeft hij zijn hoop op Oost-Europa gevestigd. Nu Duitsland, Oostenrijk en Italië geen nieuwe kerncentrales meer bouwen en Zwitserland overweegt om centrales te sluiten, zou tussen Noord- en Zuid-Europa wel eens een "nucleair zwart gat" kunnen ontstaan. En daar hopen de Spaanse bedrijven in te springen. De nucleaire wedloop speelt zich ver van huis af.