Voor Italianen was het beslist geen pretje om gisteren in Brussel de gezamenlijke persconferentie van Angela Merkel en Nicolas Sarkozy bij te wonen. Tijdens de ontmoeting tussen de Duitse bondskanselier en de Franse president met de internationale pers werd de draak gestoken met Silvio Berlusconi, die als premier van onze regering alle Italianen vertegenwoordigt, of ze dat in het buitenland nu leuk vinden of niet.

De beschuldigende vinger werd naar hem uitgestoken omdat hij zich niet heeft gehouden aan zijn toezegging om nationale maatregelen te laten goedkeuren in de strijd tegen de Italiaanse overheidsschuld. Terwijl Italië stilzwijgend op hetzelfde niveau werd geplaatst als Griekenland (Sarkozy noemde in een aparte lijst Ierland, Portugal en ook Spanje), werd Berlusconi met de nodige terughoudendheid geaccepteerd als gesprekspartner (en alleen in die hoedanigheid die door de bondskanselier werd beschouwd als passend bij het vertrouwen).

Gezien het feit dat binnen de Europese Raad diplomatiek taalgebruik en een gematigde houding over het algemeen de regel zijn, begrijpen we meteen waarom Frankrijk en Duitsland – die absoluut een doorslaggevende rol spelen in de poging vaste grond onder de voeten te houden tegenover de eurocrisis – erin zijn geslaagd de irritatie op te wekken van een groot aantal Europese partners.

Goede redenen voor de Frans-Duitse irritatie

Maar nu er is gewezen op de uitspattingen van Angela Merkel en Nicolas Sarkozy, zouden we ons misschien ook eens moeten afvragen of ze soms gelijk hadden en tot op welke hoogte? De regering Berlusconi is inderdaad zwak en heeft in Brussel geen besluit kunnen presenteren over de bezuinigingsmaatregelen, iets wat de regering al lang had moeten doen. Met zijn apathie brengt Silvio Berlusconi de hele reddingsoperatie in gevaar die komende woensdag in werking moet treden. Tot nu toe hebben de waarschuwingen die de Europese Raad hem zelfs tot in Rome heeft nagestuurd met het oog op het nemen van bezuinigingsmaatregelen niets opgeleverd.

Toch herhaalde Sarkozy ze gisteren nog maar eens: de landen die hun eigen verantwoordelijkheid niet nemen, kunnen geen beroep doen op steun van het Europese reddingsfonds (EFSF). Er zijn overigens goede redenen voor de Frans-Duitse irritatie, die overvloedig aanwezig was en behoorlijk zichtbaar bleek. Er wordt zelfs in iets bedektere termen beweerd dat een groot aantal andere Europese partners de irritatie delen. Uiteraard is dat het ernstigste feit waaraan de Italiaanse regering, indien mogelijk, aandacht zou moeten besteden, ook al is dat aan de late kant.

Het definitieve besluit dat dit keer alle lidstaten betreft, wordt op 26 oktober verwacht en deze versnelling verklaart zeker de paradox die gepaard ging met de activiteiten van 23 oktober: we hebben nog nooit zoveel optimisme gezien op een top die zo slecht verliep. De strijd om de euro is dan wel niet uitgelopen op een broederoorlog die aanstaande woensdag de noodzakelijke overeenstemming onmogelijk maakt, maar de topontmoeting was wel dermate slecht verlopen om de politieke inzet tot het hoogste niveau te doen stijgen. Angela Merkel en Nicolas Sarkozy voelden zich hierdoor "verplicht" de overeenstemming te bereiken waarmee de crisis kan worden gestopt en hen de schande kan worden bespaard.

De Duitse bondskanselier en de Franse president hebben immers het initiatief genomen voor deze marathon van snel op elkaar volgende bijeenkomsten en onderhandelingen onder grote druk.

Het is nuttig dat Merkel en Sarkozy tegen de muur staan

En dus moeten zij ook, nu het vijf voor twaalf is, welwillend een gemeenschappelijk politiek belang bepalen. Dat wil zeggen het belang om niet te mislukken, om niet de grafdelvers van de euro en van Europa te worden, om de verantwoordelijkheid als gidsland van beide “locomotieven” die ze op zich hebben willen nemen niet in een boemerang te laten veranderen. Het is geen toeval dat Angela Merkel en Nicolas Sarkozy tussen twee aanvallen op Berlusconi door verklaarden dat ze er haast zeker van waren dat ze “gemeenschappelijke, ambitieuze en duurzame” afspraken kunnen maken om die tijdens de G-20 begin november te presenteren.

Overigens is het zowel voor het interne front in beide landen als in het algemeen belang van de eurozone nuttig dat Angela Merkel en Nicolas Sarkozy nu met de rug tegen de muur staan en dat hun uren zijn geteld. Dat zij zich op de rand van deze afgrond begeven waar Europa zich al vaak overheen heeft gebogen en getracht heeft de kracht te vinden om zich ervan te verwijderen.

Nu moet alleen nog worden nagegaan hoe doeltreffend de formule is waarvoor Berlijn en Parijs kiezen, vooral als het gaat om het vergroten van de “slagkracht” van het Europese noodfonds (EFSF). Ondanks de herkapitalisering zullen de banken niet blij zijn dat hun verliezen op Griekse "obligaties" meer dan verdubbelen. Verder is het afwachten, en hier geldt de bezorgdheid dan Italië, of deze maatregelen werkelijk het noodzakelijke vertrouwen weten te wekken om te slagen.

Hoe het ook afloopt, duidelijk blijft zondermeer dat het voortdurende gebrek aan reactievermogen met het oog op de crisis, inclusief de rol van de Duitsers en de Fransen, tot gevolg heeft dat de kwestie van het gemis aan staatshoofden in Europa die daadwerkelijk in staat zijn te leiden en te overtuigen opnieuw actueel is. De bijeenkomst van aanstaande woensdag zal dus het begin van de weg moeten markeren in plaats van het einde. Tijdens de G20 moet de belasting op financiële transacties worden goedgekeurd, zo klonk het als uit één mond van Angela Merkel en Nicolas Sarkozy. Europa gaat zich buigen over een project van een nieuw gemeenschappelijk bestuur. Dat zou de meest overtuigde Europeanen ongetwijfeld met vreugde kunnen vervullen.

Maar pas op: de fiscale unie die mevrouw Merkel in haar hoofd heeft, is een systeem waarbij de begroting van iedere lidstaat in de eurozone vooraf wordt gecontroleerd. Daarbij wordt de taak om automatische sancties op te leggen in geval van overtreding van de regels die iedereen heeft goedgekeurd, hoe klein de overtreding ook moge zijn, toevertrouwd aan een nieuw Brussels instituut. Het zal geen sinecure zijn om de verdragen aan te passen, maar Italië is in elk geval gewaarschuwd.