Op de korte termijn moet alle aandacht naar de crisis uitgaan. Maar los daarvan zouden de politieke leiders niet mogen vergeten welke constructiefouten aan de basis van de monetaire unie liggen, en dat deze uitsluitend kunnen worden weggenomen door een adequate politieke unie. Het ontbreekt de Europese Unie namelijk aan de noodzakelijke bevoegdheden om de nationale economieën te harmoniseren, die onderling enorme verschillen in concurrentievermogen vertonen.

Door het telkens opnieuw versterkte ´pact voor Europa´ wordt een oude tekortkoming alleen maar verder versterkt: de niet-bindende akkoorden binnen de kring van regeringsleiders hebben ofwel geen effect, ofwel ze zijn niet democratisch, en moeten om die reden worden vervangen door een onweerlegbare institutionalisering van de gemeenschappelijke besluiten.

De Duitse Bondsregering heeft een desolidarisering aangezwengeld die heel Europa raakt, omdat zij te lang de ogen heeft gesloten voor de enige constructieve uitweg die ondertussen zelfs door de Frankfurter Allgemeine Zeitung kort en bondig is omschreven als "meer Europa".

Politiek lijkt zijn adem in te houden

Alle betrokken regeringen bevinden zich in een staat van ontreddering en machteloosheid tegenover het dilemma tussen enerzijds de eisen van de grote banken en ratingbureau's en anderzijds de angst voor een dreigend verlies aan legitimiteit bij hun gefrustreerde bevolking. Ondoordacht incrementalisme duidt erop dat een breder perspectief ontbreekt.

De financiële crisis die nu al sinds 2008 aanhoudt, heeft ook het mechanisme van de staatsschulden ten koste van toekomstige generaties lamgelegd; en ondertussen is niet duidelijk hoe het bezuinigingsbeleid – dat in het binnenlands beleid van de diverse landen lastig af te dwingen is – op de lange duur samen kan gaan met de instandhouding van een sociale verzorgingsstaat op een acceptabel niveau.

Gezien de ernst van de problemen zou je verwachten dat de politici eindelijk – zonder mitsen en maren – de Europese kaarten op tafel zouden leggen om de bevolking op doortastende wijze duidelijk te maken wat het verband is tussen de kosten op korte termijn en het werkelijke belang, dat wil zeggen de historische betekenis van het Europese project.

Maar in plaats daarvan laten zij zich in met een populisme dat ze met hun onduidelijkheid over een complex en onbemind thema zelf hebben aangewakkerd. Op de drempel van de economische naar de politieke eenwording van Europa lijkt de politiek zijn adem in te houden en ineen te krimpen van angst.

Tot nu toe is de EU in feite gedragen door de politieke elites

Vanwaar deze verkramping? Het antwoord, dat bij het volk allang bekend is, komt van een visie die onlosmakelijk verbonden is met de negentiende eeuw: er zou niet zoiets als een Europees volk bestaan; daarom zou een politieke unie die die naam waardig is, op los zand gebouwd zijn. Ik zou hier een andere interpretatie tegenover willen stellen: de aanhoudende politieke versnippering in de wereld en in Europa is in strijd met de systemische groei van een wereldwijde multiculturele samenleving, en blokkeert iedere vooruitgang in de juridisch-constitutionele civilisering van de machtsrelaties op staats- en maatschappelijk niveau.

Tot nu toe is de EU in feite gedragen door de politieke elites, die er volledig beslag op legden. Daardoor is er een gevaarlijke asymmetrie ontstaan tussen enerzijds de democratische deling van de volkeren in de winst die hun regeringen er op het verre toneel in Brussel voor zichzelf ´uitslepen´, en anderzijds onverschilligheid, en zelfs een gebrek aan participatie van de EU-burgers als het gaat om de besluiten van hun Parlement in Straatsburg.

Deze observatie vormt echter geen rechtvaardiging om de ´volkeren´ te substantialiseren. Alleen het rechtse populisme blijft de karikatuur schetsen van belangrijke nationale figuren die zich voor elkaar afsluiten en de vorming van een grensoverschijdende democratische wil blokkeren.

Hoe meer de nationale bevolkingen zich zullen realiseren – en hoe meer de media hen daarvan bewust maken – hoe diep de besluiten van de EU in hun dagelijks leven ingrijpen, hoe meer belang zij eraan zullen gaan hechten om ook gebruik te maken van hun democratische rechten als burgers van de Unie.

Deze invloedsfactor is gedurende de eurocrisis voelbaar geworden. Daarnaast dwingt de crisis de Raad om, tegen wil en dank, besluiten te nemen die in ongelijke mate op de nationale begrotingen kunnen drukken.

Regeringen tonen zelfvernietigend gedrag

Sinds 8 mei 2009 heeft de Raad een grens overschreden door besluiten te nemen over reddingspakketten en mogelijke schuldaanpassingen, en door intentieverklaringen naar buiten te brengen met het oog op harmonisatie op alle terreinen die onderhevig zijn aan concurrentie (op economisch, fiscaal, arbeidsmarkt-, sociaal en cultureel beleid).

Voorbij deze grens doen zich problemen voor met betrekking tot een rechtvaardige verdeling. Het zou dan ook binnen de logica van deze ontwikkeling passen als staatsburgers die een nieuwe verdeling van de lasten over de nationale grenzen heen moeten slikken, op democratische wijze invloed zouden willen uitoefenen, in hun rol van EU-burger, op datgene waarover hun regeringsleiders onderhandelen of besluiten nemen in een grijs juridisch gebied.

Wat wij in plaats daarvan waarnemen zijn vertragingstactieken van de zijde van de regeringen, en een soort populistische verwerping van het Europese project in zijn geheel van de zijde van de bevolkingen. Dit zelfvernietigende gedrag valt te verklaren door het feit dat de politieke elites en de media aarzelen om verstandige conclusies te trekken uit het constitutionele project. Onder druk van de financiële markten heeft de overtuiging postgevat dat er bij de introductie van de euro geen aandacht was besteed aan een economische vooronderstelling van het constitutionele project. De EU kan zich uitsluitend tegen financiële speculatie verweren als zij de sturende politieke bevoegdheden krijgt die nodig zijn om ervoor te zorgen dat er in ieder geval in de kern van Europa, dat wil zeggen onder de leden van de Europese monetaire zone, sprake is van convergentie in de economische en sociale ontwikkelingen.

Intergouvernementele dominantie van de Europese Raad

Alle betrokkenen weten dat deze mate van ´nauwere samenwerking´ niet mogelijk is in het kader van de bestaande Verdragen. De consequentie van een gemeenschappelijke ´economische regering´, waar ook de Duitse regering voorstander van is, zou zijn dat de centrale eis inzake het concurrentievermogen van alle landen van de Europese Economische Gemeenschap zich behalve tot het financieel en economisch beleid ook zou uitstrekken tot de nationale begrotingen. Daarmee zou ze de landen tot in het hart raken, namelijk tot in het begrotingsrecht van de nationale parlementen.

Als wij het geldige recht niet op flagrante wijze willen schenden, is deze verlate hervorming alleen mogelijk als de lidstaten andere bevoegdheden aan de Unie overdragen. Angela Merkel en Nicolas Sarkozy zijn tot een compromis gekomen tussen het Duitse economische liberalisme en de Franse staatsbemoeienis, die inhoudelijk heel anders is. Als ik het goed zie, proberen zij het uitvoerend federalisme dat in het Verdrag van Lissabon is vastgelegd, om te buigen naar een intergouvernementele dominantie van de Europese Raad, hetgeen indruist tegen het Verdrag. Met een dergelijk regime zou het mogelijk zijn om de eisen van de markten door te voeren in de nationale begrotingen zonder dat daarvoor een geëigende democratische legitimatie is.

We hebben politieke integratie nodig met sociaal welzijn als basis

Op die manier zouden de regeringsleiders het Europese project veranderen in zijn tegendeel: dan zou de eerste democratisch gelegaliseerde supranationale gemeenschap een effectieve, want versluierde, ordening worden voor het uitoefenen van een post-democratische dominantie. Het alternatief is om de democratische legalisatie van de EU consequent voort te zetten. Een burgersolidariteit die zich uitstrekt tot Europa kan niet tot stand komen als er tussen de lidstaten, dat wil zeggen op mogelijke breekpunten, sprake is van een structurele toename van de sociale ongelijkheden tussen arme en rijke landen.

De Unie moet datgene waarborgen wat in de grondwet van de Bondsrepubliek (art. 106, paragraaf 2) ´die Einheitlichkeit der Lebensverhältnisse´ [de uniformiteit van de levensomstandigheden] wordt genoemd. Deze ´uniformiteit´ heeft alleen betrekking op een variatiebreedte van de sociale levensomstandigheden die vanuit het oogpunt van een rechtvaardige verdeling acceptabel is, en niet op het nivelleren van culturele verschillen. Welnu, wat wij nodig hebben om de nationale pluraliteit en culturele rijkdom van de leefwereld van het ´oude Europa´ te kunnen beschermen tegen nivellering, in de context van een snel oprukkende globalisering, is een politieke integratie waarbij sociaal welzijn de basis vormt.