Op 1 oktober verklaarde de minister van Justitie van Estland, Indrek Teder, ten overstaan van het Estische Parlement dat Estland te zeer etnisch gericht was en dat de beginselen en de filosofie van de Estische Staat heroverwogen dienden te worden. Volgens hem zou men langzamerhand moeten overstappen op een denkwijze die meer op burgerschap is gericht [in Estland wordt onderscheid gemaakt tussen nationale onderdanen en niet-Estlanders].

In april 2007 waren er in Estland rellen uitgebroken tussen de politie en leden van de Russische minderheid na de verplaatsing van het standbeeld van de Bronzen Soldaat, dat een eerbetoon is aan de overwinning van de Sovjettroepen op het nazisme. Daarna heeft de Estische Staat zich actief ingespannen om de jonge generatie niet-Estlanders in de samenleving op te nemen. Maar toen de kritiek geluwd was, werd het streven naar sociale samenhang verdrongen door andere brandende kwesties, die op dat moment urgenter waren. Afgezien van enkele wetsontwerpen of voorstellen op dit gebied is het integratievraagstuk besproken binnen het Estische ministerie van Bevolkingszaken [dat afgelopen zomer werd ontbonden], maar dit heeft niet tot een breder debat in de samenleving geleid.

"Nieuwkomers" in de EU zijn meer etnisch gericht

De voorstellen die de minister van Justitie aan de regering heeft gedaan, verdienen dan ook alle lof, want hierdoor is het debat over de bevolkingskwestie in Estland opnieuw op gang gekomen. Met deze voorstellen draagt minister Teder een kosmopolitische visie uit, waarvoor in het huidige Estland niet veel aanhangers te vinden zijn. Vanuit politiek oogpunt is het correcter om te spreken van "natiestaat" en krachtige Estische gevoelens, dan om de gevaren toe te schrijven aan de beginselen van een etnisch gerichte staat.

In Europa wordt het begrip "natiestaat" heel anders opgevat. De "oude" EU-landen vertegenwoordigen over het algemeen de opvatting dat iedereen die in het land woont en de taal spreekt, als een volwaardig lid van de samenleving moet worden beschouwd. De "nieuwkomers" in de Unie, de landen van Oost-Europa, zijn vanwege hun geschiedenis meer etnisch gericht, omdat zij ruim vijftig jaar lang geen deel hadden aan het proces van het openstellen van de grenzen in Europa en omdat dit voor hen iets heel nieuws is.

Estland zal zich ontwikkelen tot "burger-gerichte" samenleving

Als men de bevolkingskwestie kan behandelen als een staat die eerder spreekt over burgers dan over nationale onderdanen, dan duidt dit op een volwassen samenleving. Het is waarschijnlijk onvermijdelijk dat Estland zich ontwikkelt tot een samenleving die meer cohesie vertoont en "burger-gericht" is, zoals minister van Justitie Teder heeft voorgesteld, want in de 21e eeuw kun je deze kwestie niet langer op dezelfde manier benaderen als in de 19e eeuw. Het is alleen de vraag of dit proces zal worden aangestuurd vanuit de staat, of dat het tot uiting zal komen in nieuwe, onbeheersbare "excessen" [vanuit de samenleving], zoals dat in 2007 het geval was. Het spreekt voor zich dat het verstandiger is om een begin te maken met dit proces nu de staat er nog de controle over kan behouden, dan om passief te blijven afwachten en het risico te lopen dat men er de grip op verliest.