De commentaren op de verrassende aankondiging van een Grieks referendum over de Europese steunverlening en de daarmee samenhangende bezuinigingsmaatregelen bieden een fraai inkijkje in de alledaagse werkelijkheid van de Europese publieke opinie. Zij doen sterk denken aan de praktijk van evangelische groeperingen.

De in Brussel gevestigde, overzichtelijke gemeenschap der beroeps-Europeanen (het verwijt, dat Europa een 'ambtenarenmoloch' zou zijn, gaat absoluut niet op, want met zovelen zijn ze niet), die denkt 'Europa' te belichamen, belijdt een soort godsdienst van het openbare woord. De leden van deze gemeenschap prevelen over en weer gebeden, die door de aanwezige journalisten voor het nageslacht worden opgetekend.

De belangrijkste formules van de thans gangbare vorm van deze Europese liturgie luiden: de Griekse minister-president zou een “onverantwoordelijk pokerspel” zijn begonnen, een “nee van de Grieken zou onoverzienbare gevolgen hebben”, de momenteel besproken materie zou eenvoudigweg te ingewikkeld zijn om in een referendum aan een volk voor te leggen – en dan ook nog eens precies op het moment voordat de maatregelen van kracht zouden worden! – en sowieso zou de huidige, nationale aard van de parlementaire democratie niet geschikt zijn om op een behoorlijke manier met mondiale vraagstukken om te gaan.

Een nauwkeurig bijgeschaafd normensysteem

Net als de rooms-katholieke geloofscongregatie hebben de beroeps-Europeanen een nauwkeurig bijgeschaafd normensysteem voor de tenuitvoerlegging van controles op rechtzinnigheid in de leer ontwikkeld. Overeenkomstig de complexiteit van de postmoderne wereld zijn daarin nauwelijks eenduidige kenmerken te ontwaren voor wat als afvalligheid van het Europese geloof kan worden beschouwd. Alleen wie koppig aan de overtuiging vasthoudt dat nationale belangen niet louter een legitiem, maar uiteindelijk zelfs het beslissende element van het Europese beleid zouden moeten zijn, moet er rekening mee houden te worden geëxcommuniceerd. Over al het andere kan op typisch Europese wijze worden onderhandeld.

Voor de gelovigen is het bestaan van zo'n hoogste instantie in dogmatische aangelegenheden van levensbelang. Stel je voor, dat iedere Europeaan zich er zelf een mening over zou mogen vormen of het beter zou zijn op de desintegratie van de eurolanden te antwoorden met een vermindering van het aantal deelnemers aan de gemeenschappelijke munt, of door de invoering van een centrale regering, die via handoplegging de breuk tussen de Nederlandse en de Griekse economie zou moeten helen. Dat zou bijna net zoiets zijn als wanneer men van iedere individuele bezoeker van een katholieke mis een eigen interpretatie van de transsubstantiatie zou vragen: onmogelijk, om niet te zeggen onverdraaglijk.

Europese meningskapelaans een zegen

Daarom moeten wij de Europese meningskapelaans als een zegen beschouwen. Men zou zelfs moeten overwegen ketters, die afwijken van de zuivere leer van de verenigde centralistische staat Europa, met enige terughoudendheid te vervolgen, als uiterlijk teken van respect. Ketterijen ontstaan altijd door vragen. Vragen betekent twijfelen, en twijfel is als vergif voor de rechtzinnigen.

Wat willen de verenigde commentatoren van Europa bijvoorbeeld tegen ons zeggen, als zij vol verontwaardiging betogen dat een ‘nee' van de Grieken tegen de Brusselse congresbesluiten “onoverzienbare gevolgen” zou hebben? Zouden ze soms willen beweren dat de gevolgen van de tot nu toe overeengekomen “maatregelen” wél te overzien waren? Heeft het afgelopen jaar ons ook maar één enkel aanknopingspunt opgeleverd dat dit zo is?

En waarom hebben de burgers van een land het recht niet over maatregelen te stemmen, die op een substantiële inkrimping van de soevereiniteit zouden neerkomen? Is het hun schuld, dat ze niet begrijpen waarom het zo gaat, of is het toch de schuld van degenen, die het hen niet kunnen uitleggen? En is het niet zo, dat zij dat niet kunnen, omdat ze het zelf niet begrijpen? En waarom zouden zij wél mogen beslissen, ook al begrijpen ze er net zo weinig van als degenen aan wie ze het beslissingsrecht willen onthouden?

Het is goed, dat de geloofshoeders zich uiten. Zonder dogma's geen ketterij, en zonder ketterij zou Europa reddeloos verloren zijn. Waar iedereen hetzelfde denkt, wordt niet veel nagedacht. Wie tegen het huidige dictaat in het geweer komt, is vóór Europa.