Het mag niemand verbazen dat het voorstel van de Griekse premier Giorgos Papandreou om een referendum te houden over het jongste Europese reddingsplan slechts 72 uur heeft standgehouden, voordat het de vergetelheid in werd geblazen door de Duitsers en de Fransen.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy hebben niet de geringste poging ondernomen de diplomatieke plichtplegingen na te leven toen zij hun vuur richtten op deze problematische uitbraak van democratie. Het Griekse referendum mocht beslist niet plaatsvinden, vonden zij – en kijk eens aan, het komt er ook niet. Het was een wreed schouwspel.

Het nieuwe Europa

Welkom in het nieuwe Europa. Het wordt nu algemeen aanvaard dat de stap naar een gezamenlijke begroting en een monetaire unie de enige manier is waarop de eenheidsmunt ordentelijk zou kunnen functioneren.

Maar dat betekent dat dit soort dwang de norm zal worden, omdat nationale soevereiniteit voortaan de tweede viool zal moeten spelen bij de dictaten die niet alleen van de Europese Centrale Bank afkomstig zullen zijn, maar ook van een centraal Europees ministerie van Financiën, waarvan de oprichting nog slechts een kwestie van tijd kan zijn. Beide instanties zullen uiteraard worden gedomineerd door de meest vooraanstaande economie van de eurozone, Duitsland.

Hoewel Griekenland misschien het slachtoffer is van 'force majeure,' treft het land ook schuld in deze affaire. Als economisch probleemgeval waarin de politieke corruptie welig tierde, is het land er niet in geslaagd te voldoen aan zijn verplichtingen als lidstaat van de monetaire unie door op belachelijke wijze boven zijn stand te leven. Maar hoe zit het met Duitsland? Heeft dat land wél aan zijn verplichtingen voldaan? Het blijft maar hameren op het belang van de eenheidsmunt en de Europese Centrale Bank, die het land dient en de Duitse economische agenda volgt en niet die van de eurozone als geheel.

Fundament voor een ongelukkige alliantie

Dit is het punt waarop alle hoogdravende woorden over het grote Europese project botsen op de harde werkelijkheid van de macht. Duitsland kan zijn soevereine rechten laten gelden, omdat het daartoe de economische macht heeft. Perifere landen als Griekenland en Ierland worden in de marge gedrukt.

Gefixeerd als zij zijn door hun obsessie om de euro te schragen, lijkt het niet tot de Europese politieke elites door te dringen dat hierdoor het fundament wordt gelegd voor een ongelukkige alliantie met één dominante partner, en niet voor een steeds nauwere unie van gelijken. Dit voorspelt weinig goeds voor de hele Europese Unie.

Intussen is de onmiddellijke crisis nu zó accuut, dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een belangrijke rol zal moeten spelen in ieder mogelijk herstelplan. De Britse premier David Cameron heeft gelijk als hij betoogt dat- hoewel Engeland geen directe IMF-investeringen in een reddingsoperatie voor de eurozone zal steunen – het als één van de oprichters van het IMF klaar moet staan om meer geld ter beschikking te stellen, mocht dat gewenst zijn.

Deze ellendige rotzooi heeft de eurozone aan zichzelf te danken, en eigenlijk zouden de lidstaten zelf voor een oplossing moeten zorgen. Maar in het zicht van deze ramp kan ieder land de afgrond in worden getrokken.