Voor Griekenland markeert deze novembermaand 2011 het einde van een aantal cycli: van de cyclus die in 2009 een aanvang nam, toen Papandreou aan de macht kwam, maar meer nog van de cyclus die in 1981 begon, toen Griekenland tot de EEG toetrad, waarna de PASOK-partij haar eerste verkiezingszege behaalde. Het enige wat van deze twee tijdvakken overblijft, is een economische en sociale situatie die zeer ver afstaat van de idealen van de Griekse pro-Europeanen.

Recessie, schuld, een onachtzame staat en een gedemoraliseerde bevolking: dit alles voltrekt zich alsof Griekenland geen lid was geweest van de NAVO en de Europese Unie, maar zich, net als de andere Balkanlanden, nog niet zo lang geleden aan een zwart communistisch verleden had ontworsteld. Is dit de straf voor de geografische ligging van Griekenland? Of is het simpelweg het resultaat van het beleid van een familie, de Papandreous, die door veel Grieken verantwoordelijk wordt gehouden voor alle kwaden van het land?

Wat Griekenland en Europa zorgen baart, is de toekomst. Die ziet er niet bepaald stralend uit. Door de manier waarop een opportunistische regering en een Europa dat het te druk had met zijn eigen zaken, de economische crisis hebben beheerd, is er een reeks van crises ontstaan, die zich een voor een openbaren: gisteren de economische crisis, vandaag de politieke crisis en morgen wellicht een geopolitieke crisis.

Aspecten die voeding geven aan een vijandige houding

Al een paar maanden is zich namelijk een nieuwe kloof aan het vormen tussen de Grieken en Europa. In de pers verwijzen Griekse karikaturisten steeds vaker naar een nazi-Duitsland dat opnieuw belichaamd wordt door de Europese Unie. De anti-Europese en anti-westerse gezindheid breidt zich snel uit.

Heimwee naar een verleden dat betrekkelijk welvarend was en waarin men nog waardigheid bezat – de tijd van de drachme -, het gevoel vernederd te worden door het vaak boosaardige commentaar van de Europese pers en de Europese leiders en, last but not least, de propaganda waarbij de regering de verantwoordelijkheid voor het bezuinigingsbeleid in de schoenen schuift van de veronderstelde dictaten van Europa: het zijn allemaal aspecten die voeding geven aan een vijandige houding jegens het Westen.

Deze vijandigheid sluit aan bij een historische verbeelding die stevig verankerd is in het Grote Schisma van 1054, de Vierde Kruistocht, de nazibezetting en de Amerikaanse steun aan het kolonelsregime.

Je hoeft alleen maar naar de geopolitieke situatie van Griekenland te kijken om te begrijpen dat er nieuwe gevaren op de loer liggen. De Westelijke Balkan is nog lang niet stabiel, Turkije neemt afstand van het Westen, en door de economische crisis raken de Verenigde Staten een groot deel van hun invloed kwijt. Tegelijkertijd knopen Rusland en China weer banden aan met hun vroegere invloedsgebieden en richten ze nieuwe economische en politieke netwerken op.

Een vernedering voor het Europese prestige

In deze geopolitieke regio vormt Griekenland nog altijd het belangrijkste westerse houvast. Dat is waarschijnlijk de reden waarom Europa door de vingers heeft gezien dat Griekenland afweek van de economische normen. Mocht Griekenland uit de Europese Unie – of zelfs maar uit de eurozone – stappen, dan zou dit land opnieuw veranderen in een arena waar Britse, Duitse, Franse, Amerikaanse, Russische en Chinese belangen met elkaar in botsing komen.

En nog afgezien van de gevolgen die deze ontwikkeling voor de stabiliteit in de regio zou hebben: wat een vernedering zou dat zijn voor het Europese prestige! Dan zou Europa, dat zo graag een voorbeeld en een vredestichter voor zijn periferie wilde zijn, moeten toegeven dat het gefaald heeft om een lidstaat te ´europeaniseren´ die al dertig jaar deel uitmaakt van de Gemeenschap en beschouwd wordt als de ´wieg van de democratie´.

De economische crisis, die op een verkeerde manier is aangepakt, heeft de politieke crisis in de hand gewerkt. Wij moeten zo snel mogelijk lering trekken uit dit fiasco. Dat is de enige manier om te voorkomen dat de crisis opnieuw omslaat, maar dan van een politieke in een geopolitieke crisis.