Het voorstel van scheidend minister-president Papandreou van Griekenland om een referendum te houden over de bezuinigingsmaatregelen die door de Europese Centrale Bank worden opgelegd – een voorstel dat alweer is ingetrokken – onderstreept dat het werkelijke probleem met betrekking tot de redding van de euro veel meer politiek dan economisch van aard is en dat hiervoor vroeger of later overeenstemming van de Europese burgers vereist is.

Helaas blijkt uit referenda in Europa dat inwoners van individuele lidstaten vaak aarzelen om Europese burgers te worden. Zo werd in Denemarken in 1992 het Verdrag van Maastricht weggestemd. In Frankrijk en Nederland werd het ontwerp van de Europese Grondwet in 2005 per referendum afgewezen. En ook de aanvankelijke weigering in 2008 van Ierland om het Verdrag van Lissabon te ondertekenen is de moeite van het vermelden waard.

In werkelijkheid gaat de huidige crisis over modellen van indirecte democratie. Deze modellen geven burgers alleen stemrecht, terwijl alle besluitvorming wordt gedelegeerd aan gekozen politici. Deze gekozen functionarissen lijken niet in staat om besluiten te nemen voor het algemeen welzijn, ongeacht naar welk land we kijken.

ECB en IMF dicteren bezuinigingsbeleid, zonder bevoegdheid

In plaats daarvan blijven ze passief, onderworpen aan de druk van lobbyisten in een omgeving van zware corruptie, waarbij ze verschillende gevestigde belangen op een manier verdedigen waarbij meerderheden noch minderheden beschikbaar zijn voor de onmisbare bemiddeling.

Als burgers echter het gevoel krijgen dat hun eigen welzijn en de premissen voor persoonlijke vrijheid als gevolg van politieke tekortkomingen gevaar lopen, komen er heftige reacties naar boven die het functioneren van de staten zelf doen wankelen.

Als gevolg daarvan rukt het gedachtegoed van Nietzsche weer op. In zijn meesterwerk “Aldus sprak Zarathoestra” schreef hij: “De staat beduidt het koudste van alle monsters. Koud is ook zijn leugen; en deze leugen kruipt hem uit de mond: Ik, de staat, ben het volk.”

Bovendien wordt de samenleving volgens Kelsen alleen in directe democratieën inderdaad gevormd door houders van politieke rechten, die hun wensen uitspreken in volksvergaderingen die worden gehouden, zoals dat ooit in het begin van de Griekse democratie, in de Agora, het geval was.

Ditzelfde principe vormde de inspiratiebron voor de “Occupy Wall Street” beweging en de vreedzame “Indignados-beweging over de hele wereld, die momenteel op Griekenland is gericht. In het wereldplan is dit de werkelijke wraak van de Agora.

Ernstiger is het feit dat de ECB (of het IMF) nu de regels en voorschriften van bezuinigingsbeleid dicteren, zonder dat hen daartoe ooit deze bevoegdheid is verleend. Deze abnormale (technocratische?) controle van de economieën van lidstaten kan drie verschillende uitkomsten opleveren.

Financieel-technocratisch bestuur heeft slechts ongelijkheid opgeleverd

De eerste en meest verontrustende uitkomst is dat een aantal lidstaten gedwongen wordt om uit de euro te stappen. Dit heeft een soort wereldwijde financiële chaos tot gevolg, die zelfs door de Verenigde Staten wordt gevreesd, zoals president Obama tijdens de G20-bijeenkomst al opmerkte. De VS zitten om bijna dezelfde redenen immers zelf ernstig in moeilijkheden.

De tweede uitkomst bestaat, hoe onvoorstelbaar ook, uit het opsplitsen van de euro. En wel in een sterke helft, namelijk de lidstaten met de meer geordende economieën zoals Duitsland en de Noord-Europese landen en een zwakke helft, met landen in Zuid-Europa, die het risico lopen failliet te gaan.

De derde hypothese zou een oplossing betekenen voor alle lopende problemen. Het is een oproep om het oorspronkelijke politieke ontwerp voor Europa te voltooien, naar een “vrij en verenigd” Europa, vrij naar het manifest van Athene. Dit was immers wat de grondleggers van Europa voor ogen hadden.

Om dit doel te bereiken moet het blinde financieel-technocratische bestuur, dat tot nu toe niet veel meer heeft opgeleverd dan ongelijkheid onder burgers van individuele lidstaten, het speelveld afstaan aan de politiek, die weloverwogen gebruikmaakt van democratie om een werkelijk Europese burgerij te creëren, waartoe alle mensen behoren, gebaseerd op de waarden van gelijkheid en gelijkwaardigheid waar ik het al zo vaak over heb gehad.

Dit is de enige oplossing waarmee “de wraak van de Agora” kan worden voorkomen, de enige waarmee de ongelijkwaardigheid onder burgers van lidstaten kan worden afgeschaft en de enige waarmee in de context van een federaal Europa een gezaghebbende en niet-verdeelde aanwezigheid kan worden verstevigd.

Zo’n Europa zou samen met de Verenigde Staten, China en opkomende landen om de tafel kunnen gaan zitten en de nieuwe regels kunnen vastleggen om de rampen af te wenden en de zorgen te bestrijden die gepaard gaan met het globaliseringsproces.