De wereld heeft misschien nog nooit zoveel aandacht gehad voor Italië als gisteren op 8 november. Niet de vriendelijke aandacht voor een merkwaardig land met zijn landschappen en zijn musea, een land dat erom bekend staat het niet altijd even nauw te nemen met de regels en over een flinke portie verbeeldingskracht en flexibiliteit beschikt. Nee, het is een kille en vijandige aandacht van mensen die menen dat Italië een risico vormt voor iedereen en die weten dat hun eigen toekomst, en die van het wereldwijde systeem, kunnen afhangen van wat er in Italië gebeurt.

Het is de aandacht van hen die de Griekse ramp hebben gezien en die weten dat een vergelijkbare ramp in Italië vele malen erger zou zijn en het nu al wankele economische evenwicht op de hele wereld zou ondermijnen. Die ook weten dat, als dit gebeurt, het onmiddellijk daarna de beurt is aan Frankrijk, dat niet toevallig gisteren zijn besparingsplannen aankondigde met een verhoging van de btw. En dat, na Frankrijk, wellicht de Verenigde Staten zullen volgen.

De markten denken dat Italië het verschil kan maken tussen een wereldwijde ineenstorting en een algemeen herstel. In deze omstandigheden is Silvio Berlusconi voor het buitenland niet langer die ietwat vreemde man die vaak genante grapjes maakt of die buurman met wie de staatshoofden en regeringsleiders van de andere landen al een paar jaar niet meer graag op de foto gaan.

Ongeleid projectiel

Hij is een bron van gevaar (misschien wel dé bron van gevaar) geworden, een ongeleid projectiel op het grimmige strijdtoneel van een wereldcrisis die zich steeds meer uitbreidt. Niet voor niets vraagt de wereldpers, zoals Reuters en de New York Times, zich af of dit de eindstrijd is voor Italië en ontdekken de Wall Street Journal en de [Financial Times](http://www.ft.com/intl/cms/s/62b7533c-095b-11e1-a2bb-00144feabdc0,Authorised=false.html?_i_location=http%3A%2F%2Fwww.ft.com%2Fcms%2Fs%2F0%2F62b7533c-095b-11e1-a2bb-00144feabdc0.html&_i_referer=http%3A%2F%2Fsearch.ft.com%2Fsearch%3FqueryText%3DBerlusconi%26ftsearchType%3Dtype_news#axzz1d6S1IxVd [08/11/11 15:33:50] Gerry Feehily: there's no point linking it) in hoeverre het stereotiepe beeld van Italië klopt en hoe weinig de rest van de wereld weet over deze plotseling zwakke schakel van de wereldketting.

Terwijl de rest van de wereld zulke serieuze vragen stelt en de beursen voortijdig jubelen omdat ze geloven dat Berlusconi’s ontslag nog maar een kwestie van uren is, verblijft de Italiaanse premier, in plaats van zich bezig te houden met staatszaken, in zijn villa in Arcore. Hij vergadert daar met zijn kinderen en Fedele Confalonieri, de voorzitter van zijn televisiebedrijf Mediaset die zetelt in de Raad van Bestuur van de belangrijkste bedrijven van de familie Berlusconi.

Om vervolgens de partijtop van zijn coalitiepartner Lega Nord te ontmoeten en misschien om te overleggen over hoe te beginnen met de ‘hervormingen’ (waarvoor zijn bondgenoot Umberto Bossi de bevoegde minister is), die door het buitenland zo anders worden geïnterpreteerd dan door velen in Italië, waaronder de oppositie, die hopen dat het vooral bij woorden blijft. Pas later zal hij naar Rome vertrekken om (vooralsnog) minister-president te spelen.

Berlusconi's persoonlijke belangen op een hoger plan dan Europa

De persoonlijke belangen van Silvio Berlusconi staan dus op een hoger plan dan de Europese problemen en de wereldeconomie. Misschien is het altijd zo geweest, maar sloeg de wereld er geen acht op, net als veel Italianen. Tussen het wereldvlak en het persoonlijke vlak bevindt zich Italië, een land dat gedwongen wordt zich het beleid voor te laten schrijven en de rekeningen te laten controleren door de wereldmarkten omdat het moeite heeft zijn schulden te betalen. De rest van de wereld is alleen geïnteresseerd in het programma, ongeacht de regering. De Italiaanse politiek is alleen geïnteresseerd in de regering, vrijwel ongeacht het programma.

Dit Italië vormt een leegte, een politieke leegte, met het wel of geen ontslag van de premier en een oppositie die niet in staat is om voldoende duidelijke standpunten in te nemen. Italië neemt helaas ook de vorm aan, en wellicht is dit nog het zorgwekkendste, van een verschrikkelijke sociale leegte. Uit recent onderzoek van de Italiaanse centrale bank is gebleken dat bijna een op de vier jongeren tussen de 15 en 29 – meer dan twee miljoen in totaal – werkt noch studeert, terwijl het land hier juist enorme behoefte aan heeft.

In deze leegte dreigt Italië ten onder te gaan. In de eerste plaats omdat deze leegte een prijs heeft. Het is moeilijk, maar niet onmogelijk, om te berekenen hoeveel iedere extra dag dat Silvio Berlusconi in deze omstandigheden aan de macht blijft, de schatkist kost. Deze prijs is te berekenen aan de hand van de hogere rente over de staatsschuld die geleidelijk wordt hergefinancierd tegen een nog hogere rente, waardoor het voordeel voor de staatskas van een verhoging van de btw teniet wordt gedaan door de stijging van de rente.

Verworvenheden opgeslokt in een draaikolk

Vandaag eist de markt 500 basispunten, ofwel vijf procentpunten meer als ‘premie voor het risico Italië’, om in te tekenen op Italiaanse waardepapieren dan voor Duitse. Verder is er de verborgen prijs, als gevolg van verlies van aanzien en geloofwaardigheid van Italië in de financiële wereld en daarbuiten; een prijs die ondernemers maar al te goed kennen en waarvan de ernst nu begint door te dringen tot de rest van het land.

Met deze leegte moet het land afrekenen. Alle verworvenheden uit het verleden, van zijn positie op de internationale markten tot het politieke gewicht binnen de Europese Unie en tot de ‘verworven’ rechten van werknemers en gepensioneerden, alles lijkt te worden opgeslokt in een draaikolk waar Italië alleen aan kan proberen te ontsnappen met een machtswisseling. De grootste fout zou echter zijn om te geloven dat deze machtswisseling zou volstaan om alles op wonderbaarlijke wijze op te lossen. Zelfs als alles goed gaat, heeft Italië de komende jaren nog een moeilijke en zware weg af te leggen.