Eigenlijk had het de kopzorgen van de euroclub moeten verzachten, maar nu zorgt het zelf voor hoofdpijn. Het EFSF, dat werd opgericht om de eenheidsmunt te redden, is zelf een probleemgeval geworden. In de paar maanden van zijn bestaan moest het fonds, dat krap bij kas zittende eurolanden uit de financiële nood moet bevrijden, al een paar maal worden herzien, om niet te zeggen zelf worden gered, om maar niet voortijdig leeg en uitgeput te raken. Het werd uitgebreid en opgetuigd – maar op de G20-top in Cannes was de conclusie opnieuw ontnuchterend: het fonds is nog steeds niet wat het moet zijn.

Voor de taak, het vormen van een brandmuur van tweeduizend miljard euro om de muntunie heen, ontbreekt het benodigde geld. Met het geld dat er wel is, kunnen net als voorheen slechts een paar kleinere brandhaarden worden geblust. Maar als Spanje of Italië vlam vatten, is het fonds leeg. En daarom moesten de ministers van Financiën van de euroclub deze maandag in Brussel opnieuw bedenken waar die benodigde miljarden nu toch vandaan zouden moeten komen.

Geld uit Azië en Rusland

Eigenlijk hadden ze gehoopt dat het geld uit Azië en Rusland zou binnenstromen. In China en Japan bevinden zich goed gevulde geldpotten, zowel publieke als private, waarvan de eigenaren tot nu toe graag europapier – ook obligaties van de EFSF – hebben gekocht. Met dit geld in het achterhoofd hebben de eurolanden hun reddingsfonds onlangs zodanig omgebouwd dat het nog meer van deze kapitaalkrachtige beleggers zou kunnen aantrekken om met hun miljarden eindelijk de brandmuur te kunnen laten verrijzen.

Maar helaas gaat die vlieger niet op. De Aziaten aarzelen, de Russen ook. Niemand is ervan overtuigd dat het een goed idee is nog meer geld in EFSF-papier te beleggen. De afgelopen week heeft het fonds zelfs het plan opgegeven met een nieuwe obligatie-uitgifte te komen. Dat is niet zo erg, sussen de oprichters van het fonds, het was toch alleen maar een test. Wél erg, zeggen financiële analisten, want er was niet genoeg vraag naar de obligaties. En ze hadden gelijk: deze maandag gaf de EFSF alsnog nieuwe obligaties uit, de belangstelling was gering en de risicopremie hoog als nooit tevoren.

Hoogste kredietstatus wankelt

En in de achterkamertjes van de kredietbeoordelaars is te horen dat ook de hoogste kredietstatus (AAA) wankelt. Die drie hoofdletters zorgen ervoor dat beleggers ondanks de crisis überhaupt nog euro-obligaties kopen. Voor velen van hen is het fonds blijkbaar te ingewikkeld geworden.

Het grote reddingsinstrument van de eurolanden lijkt als twee druppels water op de gecompliceerde financiële producten die beleggers nauwelijks begrijpen en waar ze hun vingers liever niet aan branden. Toen de euroclub het fonds oprichtte, werd er 440 miljard euro in gestoken. Maar in werkelijkheid zat er voor slechts 280 miljard euro aan kredieten in kas. De financiële wereld voelde zich bedrogen en de zorgen namen toe dat het geld niet genoeg zou zijn als er nog meer landen gered moesten worden. Daarom vulde de club het fonds daadwerkelijk aan tot 440 miljard euro aan kredieten, wat in totaal 780 miljard euro kostte, omdat de rest van het geld als waarborg voor de Triple A-status moest worden gebruikt.

Dat ook dit bedrag niet zou volstaan, werd duidelijk toen de financiële markten de schulden van Italië in het vizier kregen. Het gaat nu om bijna tweeduizend miljard euro voor het noodfonds. De constructie van het fonds is dus opnieuw ingewikkelder geworden, teneinde kapitaalkrachtige beleggers aan te trekken. Dat is dus niet gelukt. De euroclub kan natuurlijk nog een keer door Azië gaan toeren om steun voor het fonds te werven. Op de achtergrond worden echter al voorbereidingen getroffen om de bron aan te boren die tot nu toe als enige voor een paar hoofdpijnvrije dagen heeft kunnen zorgen: de Europese Centrale Bank.