Hoe moeten we de wens van de Tsjechische premier Petr Nečas zien om in zijn land een referendum te houden over de invoering van de euro? Als een “zegeviering van het verstand” of als een “dolksteek in de rug” van Angela Merkel, redster van de euro? Tsjechië moet zijn plaats en rol zien te vinden in de crisis die Europa momenteel in haar greep heeft. In dit verband is het interessant om de verschillende benaderingswijzen onder de loep te nemen die in het continent opgeld doen.

Als we de zaken wat simplistisch voorstellen, kunnen we de tien landen van de EU die geen lid zijn van de eurozone in vier grote groepen verdelen. De landen die zich openlijk verzetten tegen de invoering van de eenheidsmunt (Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden); de landen die graag aan de toetredingsvoorwaarden zouden willen voldoen, maar dit nog niet kunnen (Litouwen, Letland en Bulgarije), de pro-Europezen in hart en nieren (Polen); en tot slot de “problematische” landen die vanwege de precaire situatie van hun economie en staatsbegroting die mogelijkheid niet eens in overweging kunnen nemen (Roemenië en Hongarije).

Tot op heden maakte Tsjechië deel uit van de tweede groep. Maar nu verandert het land van koers en stevent het af op een plaats in de eerste groep. Londen en Kopenhagen hebben een uitzonderingsstatus verworven, waardoor ze vrijgesteld zijn van de verplichting om de euro in te voeren. Zweden profiteert niet van deze status, maar maakt deel uit van de groep tegenstanders van de euro sinds het massale ‘nee’ op het referendum van 2003 over de invoering van de eenheidsmunt.

Uitbarsting van nationalisme en anti-Europese gevoelens

Toch zou de angst om te ver van het hart van Europa verwijderd te raken, een reden kunnen zijn waarom de Zweedse premier onlangs heeft verklaard dat zijn land aan het reddingsplan van Griekenland zou kunnen deelnemen, ook al is het daartoe in geen enkel opzicht gehouden omdat het geen lid van de eurozone is.

De vrees om geen heer en meester over de eigen toekomst te kunnen blijven, beheerst vandaag de dag ook de debatten in Denemarken, een land dat samen met Groot-Brittannië het stempel van grootste eurosceptici van de 27 lidstaten heeft gekregen. Toch blijven waarnemers erop hameren dat Denemarken in feite al sinds lange tijd indirect lid van de eurozone is. De koers van de Deense kroon hangt sinds een aantal jaren namelijk nauw samen met die van de euro, wat vergelijkbaar is met de verplichting van de lidstaten van de EU om gedurende de eerste twee jaar voorafgaand aan hun toetreding tot de eurozone de koers van hun nationale munt aan die van de euro te koppelen.

Verzoeken tot het houden van een referendum zijn nogal uitzonderlijk in de huidige Europese Unie. Onlangs werd dit maar in twee landen gedaan, te weten Letland en Polen. In het geval van Polen werd het verzoek verdedigd door de leider van de oppositiepartij, Recht en Rechtvaardigheid, Jarosław Kaczyński. Maar bij de laatste verkiezingen moest hij zijn nederlaag erkennen tegenover de pro-Europese premier Donald Tusk.

Letland bevond zich twee jaar geleden al in een situatie die identiek is aan die van Griekenland nu. Vanwege een hele reeks financiële problemen was het land gedwongen om drastische maatregelen te nemen die door de ECB en het IMF waren opgelegd. De bezuinigingen op de salarissen en bepaalde sociale uitkeringen liepen in de tientallen procenten en de regering voerde nieuwe belastingen in terwijl de bestaande belastingen werden verhoogd. Waarnemers buitelden over elkaar heen om een uitbarsting van nationalisme en anti-Europese gevoelens te voorspellen, maar niets van dat alles is gebeurd, althans tot op de dag van vandaag.

"EU-toetreding zal steeds hogere kosten met zich meebrengen"

In Tsjechië speelt dit allemaal niet. “Toetreding tot de eurozone op korte termijn is waanzin. De muntunie is een schuldunie geworden en ik zie niet in waarom ik de schulden van een ander zou moeten terugbetalen”, viel de afgelopen tijd meer dan eens te horen uit de mond van de Tsjechische premier Petr Nečas.

Maar het is ook van belang om in herinnering te brengen dat Nečas er nog niet voor heeft gezorgd dat het standpunt van het land is omgeslagen in de radicale anti-Europese houding van de Tsjechische president Václav Klaus. “Hij wijst slechts op het feit dat toetreding tot de Europese Unie steeds hogere kosten met zich mee zal brengen en dat een minder snelle integratie de voorkeur zou hebben voor een land als Tsjechië”.

Geen enkel land buiten de eurozone bedient zich van dergelijke uitspraken, met uitzondering van Hongarije. “We mogen van de EU geen snelle groei verwachten. Hongarije moet zijn eigen weg volgen”, verklaarde de Hongaarse premier Viktor Orbán onlangs nog, van wie algemeen bekend is dat hij binnen de EU als een autocraat wordt beschouwd onder wiens regering het land tot de periferie van Europa is toegetreden.