Tot aan de jaren 2004-2007 was de impliciete kaart, waarover niet werd gesproken, die niet ter discussie stond, maar die wel de basis vormde voor de vaststelling van de ultieme grenzen van de Europese Unie, feitelijk een publiek geheim. In Brussel en in de meeste hoofdsteden sprak het vanzelf dat de uitbreiding van de EU zou kunnen voortgaan totdat het punt zou worden bereikt waarop de unie het gehele continent zou beslaan, met uitzondering van Rusland. Dat wil zeggen, op een uitzondering na dan, namelijk dat er een proces zou worden gevolgd van het laten samenvallen van het gebied van de Europese Unie (EU) en dat van deRaad van Europa, de enige Europese instelling die haar werkterrein vanaf 1994 expliciet heeft vastgelegd.

In dit scenario van maximale uitbreiding komt de voorstelling van de achtereenvolgende Amerikaanse regeringen tot uitdrukking die het idee van een georganiseerd Europa steeds hebben gevoed. Deze continuïteit in het VS-standpunt ten aanzien van de Europese Unie is zeer opmerkelijk: zowel van Bill Clinton als van Barack Obama, die in zijn redevoering in Ankara de woorden van zijn voorganger, George W. Bush, nog eens bevestigde.

Uitbreiding is probaat middel voor hervormingen

Het klopt dat vanuit Brussel bezien het perspectief van toetreding als probaat middel heeft gewerkt om hervormingen op gang te brengen. Het aanvaarden van het communautair acquis heeft immers een moderniserend effect, vergelijkbaar met dat van het burgerlijk wetboek van Napoleon. Het is de sleutel tot de invloedssfeer van een geïnstitutionaliseerd Europa, in verhouding tot de voorgestelde financiële middelen en de gelegenheid van landen tot erkenning en het naar voren schuiven van het hoger kader dat de instellingen bieden waar het principe van gelijkheid van lidstaten heerst.

Het biedt garantie voor soevereiniteit en verspreiding van de veiligheid, aangezien het in het nationaal belang is dat de buurman zich bij dezelfde club aanmeldt – behalve dan in het oosten- en voor het in bedwang houden van nationalistische scheldpartijen (tussen Hongarije en Slowakije, Slovenië en Kroatië, Griekenland en Turkije). Toch stuit deze manier van europeanisering in de toekomst op politieke strubbelingen, zoals dat helaas het geval is tussen de Balkanlanden onderling en in Oost-Europa. De klassieke wijze van gebiedsuitbreiding voldoet dan ook niet meer.

De geopolitieke puzzel van Europa (Le Monde, Presseurop)

Twee verschillende visies op uitbreiding

Na de uitbreiding van 2004, die in historisch opzicht weliswaar legitiem was, maar waarbij het merendeel van de regeringsleiders naliet een expliciete politieke verklaring te geven en die zonder bijbehorend historisch of geopolitiek perspectief, kortom, zonder verdere plichtplegingen werd doorgevoerd, ontstond twijfel over de doelmatigheid van het Europese proces. Die twijfel werd nog eens versterkt door de wisselvalligheden bij de EU-instellingen in de jaren 2005-2009, de strubbelingen bij de uitbreiding in 2007 met de oostelijke Balkanlanden en de weigering om een serieus debat te voeren over de definitieve grenzen. Bovendien heeft de twijfel de weg vrijgemaakt voor alternatieve scenario’s vergeleken met dat van Washington.

Feitelijk waren verschillende geopolitieke voorstellingen van een geïnstitutionaliseerd Europa bij de oprichting al zichtbaar, maar het duurde nog tot 2004 voordat ze tevoorschijn kwamen. Als de politieke doelstelling is om een gemeenschap op te richten die gebaseerd is op een historische en geoculturele eenheid, die dient te worden verkregen ondanks rivaliteiten van landen onderling, dan blijft de Unie voorbehouden aan haar ontdekkers en aan hen die dezelfde normen en waarden (juridische en religieuze tradities) aanhangen als de oprichters. In dat geval stabiliseert de unie zich op een dertigtal lidstaten rond Duitsland en Frankrijk. Deze visie wordt aangehangen door de christendemocratische partijen en door parlementariërs van de Europese Volkspartij, hoewel niet door allemaal, want de afgevaardigden van Midden- en Noord-Europa willen de oostelijke grensgebieden wel laten integreren. Het centrale criterium is de Europese identiteit, gedefinieerd in termen van cultuur en normen en waarden. Naar deze maatstaven gemeten hoort Turkije, als islamitische samenleving, daarin niet thuis. Toch blijft de vraag over de grenzen van de EU beslist niet beperkt tot Turkije alleen. En de onderhandelingen met dit land gaan overigens gewoon door.

Als het doel echter is om verschillende volkeren op georganiseerde wijze te laten samenwerken, waarbij de belangen worden gerangschikt, kent de uitbreiding van de EU tot aan de westkant van Rusland geen grenzen. Dit is de visie van de liberalen, van een deel van de sociaaldemocraten die de scheiding van kerk en staat en de bevordering van exemplarische democratische islamitische krachten voorstaan, maar ook van eurosceptische aanhangers van een geo-economisch scenario, en, zoals we al zagen, van Washington. Voorstander van deze benadering is ook de Britse minister van Buitenlandse Zaken, David Miliband, die de zaak op de spits drijft door een Europese belangensfeer te beschrijven, waartoe ook de landen van Noord-Afrika, Oost-Europa en het Nabije Oosten behoren (Brugge, 15 november 2007)

De discussie over het onderwerp 'de grenzen van Europa' is daarmee eigenlijk niets anders dan een reactie op twee punten: Welke definitieve grenzen zijn wenselijk voor een geïnstitutionaliseerd Europa als de Europese Unie, dat wil zeggen met welke geopolitieke grenzen aan de westkant van Rusland kunnen Europeanen leven en welk beleid dient er te worden gevoerd ten aanzien van de Balkan, Oekraïne en Turkije? In het geval van de westelijke Balkan, met uitzondering van Kroatië, die verdeeld is in zeven staten en protectoraten, zal er bij de aanstaande onderhandelingen moeten worden gehamerd op een specifieke voorwaarde, namelijk hun inzet om zo'n vijfentwintig belangrijke bilaterale geschillen op te lossen, waardoor ze nu nog lijnrecht tegenover elkaar staan en die variëren van het aanhangig maken van oorlogsmisdrijven bij het Internationale Strafhof tot en met serieuze kwesties van vermisten en het laten terugkeren van vluchtelingen, tot en met onenigheid over grenzen, economie, douane, godsdienst en diplomatie.

We moeten weten welke contouren Europa heeft

Daarnaast dient er een echt politiek beleid met betrekking tot Turkije te worden opgesteld, dat zich niet uitsluitend bezighoudt met de kwestie van toetreding. Het is veeleer in Europees belang om een duurzame geopolitieke verbintenis aan te gaan met deze grootmacht op de grens van Europa en Azië, die blijft bestaan, ongeacht of Turkije toetreedt tot de EU. Niets wijst erop dat de Turkse elite aan het eind van de rit ermee zal instemmen om nationale bevoegdheden over te dragen aan Brussel, zoals bij een volledige toetreding is vereist. Maar diezelfde elite zal niet afzien van deze strategie van europeanisering, in weerwil van Europa.

Het debat over de grenzen gaat dan ook niet zozeer over de EU en Turkije, dat op weg is naar europeanisering en op de lange duur integreerbaar, maar binnen de EU zelf over de definitieve omtrek van het project Europa: een geïntegreerde politieke unie of een gemeenschap met lidstaten.

De hervorming van het beleid van de EU met betrekking tot het continent en de grensgebieden wordt het eerste dossier waarvoor de nieuwe hoge vertegenwoordiger voor buitenlands beleid een heldere lijn dient vast te stellen: hoe moeten we ons op het wereldtoneel gedragen als we niet eens weten welke contouren het gebied heeft waar we het over hebben?