Het aantreden van technocratische premiers in Griekenland en Italië is niet door iedereen met applaus begroet. Sommige mensen klagen erover dat Lucas Papademos en Mario Monti niet zijn gekozen en dat hun benoeming daarom niet meer dan een bevestiging vormt van het elitaire en ondemocratische karakter van het Europese project.

Dat mag misschien zo zijn, maar te midden van een financiële crisis valt er wel iets te zeggen voor de inzet van technocraten. Zij zijn volkomen thuis in de wereld van rentecurven en obligaties met onderpand (CDO's). Zij begrijpen andere landen en de markten. Als je hun kantoor betreedt, is de kans klein dat ze je om smeergeld vragen of je in de billen knijpen. Omdat zij verondersteld worden geen lange carrière in de politiek te ambiëren, kunnen zij wellicht moeilijke beslissingen nemen.

Als de technocraten falen, staan de extremisten al te trappelen

Europese technocraten hebben vaak opvallend gelijksoortige geloofsbrieven. Vergelijk maar eens de cv's van Monti, Papademos en Mario Draghi, het kersverse hoofd van de Europese Centrale Bank. Alle drie zijn economen die in de VS hebben gestudeerd. Alle drie hebben topfuncties uitgeoefend in de bureaucratie van de Europese Unie. Zowel Monti als Draghi heeft voor Goldman Sachs gewerkt.

De markten zullen blij zijn met deze kwalificaties en voor de antiglobalisten vormen ze een doorn in het oog. Maar Europa en de hele wereld hebben alle reden om te hopen dat Monti en Papademos wonderen kunnen verrichten. Immers, als de technocraten falen, staan de extremisten al te trappelen.

In Griekenland zegt een kwart van de kiezers dat zij uiterst linkse partijen steunen, terwijl acht procent aanhanger is van nationalistisch rechts. Samen hebben de politieke extremen in Griekenland nu meer steun verzameld dan elk van de twee grote partijen afzonderlijk. Hoe de Italiaanse politiek eruit gaat zien, blijft vermoedelijk nog wel een tijdje onzeker na het gedwongen aftreden van Silvio Berlusconi. Maar Italië heeft in het verleden machtige communistische en uiterst rechtse bewegingen voortgebracht. Ondertussen zegt Umberto Bossi van de Lega Nord dat hij zich erop verheugt in de oppositiebanken plaats te nemen, waar hij tekeer kan gaan tegen de EU, immigranten en [de vermeende luiheid van] Italianen uit het zuiden.

Populisten verschuiven van anti-immigratie naar euroscepticisme

De radicalisering van de politiek is even goed zichtbaar in de crediteurlanden als in de debiteurlanden van Europa. Marine Le Pen van het uiterst rechtse Front National zal grote invloed uitoefenen op de Franse presidentsverkiezingen in 2012, hoewel ze waarschijnlijk niet zal winnen. In Nederland is de regering nu afhankelijk van de stemmen van de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders, die tweede staat in de peilingen. In Oostenrijk staat de uiterst rechtse Freiheitspartei (FPÖ) in de peilingen op gelijke hoogte met de regerende Volkspartei (ÖVP). In Finland winnen de nationalisten van De Finnen [voorheen Ware Finnen, red.] nog steeds terrein; in de peilingen hebben ze ruim twintig procent van de stemmen.

Al deze opkomende partijen fulmineren tegen 'elites', in Brussel, Wall Street of hun eigen regering. Ze staan allemaal vijandig tegenover globalisering en immigratie, vooral uit de moslimwereld. Sommige exponenten van Europees uiterst rechts, zoals de Jobbik-partij in Hongarije, haken nog altijd in op traditionele antisemitische thema's. Maar anderen, zoals Wilders in Nederland, zijn sterk pro-Israël, misschien omdat zij de Joodse staat zien als een bondgenoot tegen de moslimwereld in een botsing van beschavingen.

De Europese populisten zijn er echter steeds meer op gebrand om uit het electorale getto van vijandigheid jegens immigratie te breken, en leggen de nadruk op economische en eurosceptische thema's die een breder publiek aanspreken. Alle populistische partijen staan uitermate sceptisch tegenover de EU, die in hun ogen de meeste dingen promoot die zij verafschuwen: multiculturalisme, internationaal kapitalisme, de vervaging van nationale grenzen en het verdwijnen van nationale valuta's.

Le Pen voert campagne om Frankrijk uit de euro te laten stappen, tariefmuren op te trekken en het Schengenverdrag over het vrije verkeer van personen binnen de EU aan banden te leggen. Wilders, die vroeger als politicus alleen bekend stond om zijn anti-islamstandpunten, heeft onlangs aangekondigd dat hij wil onderzoeken of Nederland de euro kan afdanken en de gulden weer kan invoeren. Uit peilingen blijkt dat de Nederlanders nu in meerderheid betreuren dat zij op de Europese eenheidsmunt zijn overgestapt.

Kiezers zouden toevlucht kunnen nemen tot politieke extremen

Op dit moment is er in heel Europa geen enkele uiterst rechtse of uiterst linkse partij die voldoende aanhang heeft om via verkiezingen aan de macht te komen. Over het algemeen kunnen de traditionele grote partijen door samenwerking de extremen nog steeds buiten de deur houden. Maar het zou nog altijd een grote fout zijn om de populisten en extremisten af te schrijven.

Deze groepen zijn reeds machtig genoeg om het debat aanzienlijk te beïnvloeden. Politici van de grootste partijen in crediteurlanden als Finland, Nederland en Slowakije zeggen dat zij na de Griekse reddingsoperatie nog onmogelijk voor een pakket leningen aan Italië kunnen stemmen. De kiezers zouden in opstand komen en hun toevlucht nemen tot de politieke extremen. In Frankrijk lijdt het geen twijfel dat het Front National de debatten over immigratie en het economisch beleid in gang heeft gezet. Dit alles gebeurt in een economische context die als slecht maar nog niet als rampzalig kan worden omschreven. Bedenk echter eens hoe het Europese politieke landschap eruit zou zien als banken zouden beginnen om te vallen, mensen hun spaargeld en hun baan zouden kwijtraken en er een nieuwe, diepe recessie zou intreden. De kiezers zouden dan zo wanhopig en gedesillusioneerd zijn dat zij zich in veel groteren getale tot extremistische partijen zouden wenden.

Veel hangt dus af van het vermogen van de technocraten om hun nationale economieën te stabiliseren, de obligatiemarkten tot bedaren te brengen en een nieuwe financiële crisis en een chaotische ondergang van de euro te voorkomen. Het probleem is dat Monti, Papademos en Draghi weliswaar zeer competente mannen zijn, maar geen wonderen kunnen verrichten. Wellicht is Europa nu al te ver heen en kunnen zelfs de meest onbuigzame en briljante technocraten het tij niet keren.