De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EAV) heeft tot doel om consumenten te beschermen. Dat is haar taak. Ondanks het feit dat medewerkers onafhankelijk dienen te beslissen over de toelating van nieuwe producten, blijken ze echter nauw samen te werken met de levensmiddelenindustrie.

Uit gegevens van de dienst blijkt bijvoorbeeld dat de voorzitter van het panel voor voeding, Albert Flynn, zelf voor het Amerikaanse voedingsconcern Kraft werkt. Jiri Ruprich, bestuurslid van de EFSA, was tot maart 2011 in Tsjechië actief voor Danone. Panellid Carlo Agostoni ontvangt van bedrijven als Nestlé, Danone, Heinz, Hipp, Humana en Mead Johnson vergoedingen voor zijn redevoeringen tijdens conferenties.

Adviseur Kraft in toelatingscommissie voor een product van... Kraft

Dat is bedenkelijk, want er wordt door de hoogste toezichthouders op voedselgebied in Europa immers beslist wat er op het bord van de Europese consument mag belanden en wat niet. De toezichthoudende autoriteit in het Italiaanse Parma vormt met 450 medewerkers het fundament voor de risico-analyse van levensmiddelen en beschikt over een budget van nog altijd zo’n 73 miljoen euro per jaar.

Critici verwijten de EAV dat ze, ondanks een aantal schandalen, geen korte metten maakt met belangenconflicten. "Het kan niet zo zijn dat er vertegenwoordigers in een instantie zitten van juist de branche waarvan ze de producten moeten controleren", meldt Timo Lange van LobbyControl vol afkeuring. Bestaande EU-bepalingen vormen echter de grootste hindernis voor een hervorming. Volgens die bepalingen zijn activiteiten van EAV-leden voor de branche in principe niet verboden, zolang er maar melding van wordt gemaakt in een zo genoemde verklaring van belangen.

Dat de onafhankelijkheid dan niet zoveel meer voorstelt, blijkt wel uit het voorbeeld van de Ier Flynn, die aan het hoofd staat van het EAV-panel voor dieetproducten, voedsel en allergieën. Onder zijn verantwoordelijkheid is op 21 juli een bijzonder precair besluit gepubliceerd, waarbij het om toelating van een product van Kraft Foods Europa ging. Kennelijk maakte het voor het toezicht niet veel uit dat deze wetenschapper in de voedingsleer tegelijkertijd lid is van een raad van advies van Kraft.

Health Claims zijn een perfekt marketinginstrument

Het panel van Flynn besloot volledig conform de wens van Kraft. Graanproducten met een hoger aandeel aan langzaam verteerbaar zetmeel kregen een positieve beoordeling. Volgens de producent dient dit zetmeel om de bloedsuikerspiegel na een maaltijd minder sterk te laten stijgen en daar hebben diabetici baat bij. Dergelijke beoordelingen geschieden op basis van de Health-Claim-Verordening die sinds 2007 van kracht is. Levensmiddelen met wervende gezondheidsclaims mogen uitsluitend worden verkocht als deze beweringen wetenschappelijk zijn onderbouwd. De taak van de EAV is nu juist om dergelijke beweringen te onderzoeken.

Voor producenten van levensmiddelen gaat het om veel geld en om marktaandeel. Health Claims zijn een perfect marketinginstrument. Fabrikanten die reclame kunnen maken met een bijzonder voordeel voor consumenten, verhogen immers hun kansen op de markt.

Er bestaan echter niet alleen nauwe banden tussen de EAV en bedrijven, maar ook met organisaties die rond de sector actief zijn. Zo is Albert Flynn tevens lid van wetenschappelijke werkgroepen van de lobbyorganisatie International Life Sciences Institute Europe. Leden van deze organisatie zijn bedrijven als Monsanto, Coca-Cola, Nestlé, Unilever, Danone en Bayer, maar bijvoorbeeld ook Kraft. Andere EAV-experts hebben eveneens functies aanvaard bij dit instituut, dat door de Wereldgezondheidsorganisatie op de zwarte lijst van lobbyverenigingen is geplaatst.

De EAV schrijft op haar website dat haar activiteiten worden bepaald door fundamentele waarden als “onafhankelijkheid, openheid, transparantie en reactievermogen”. Critici blijven eisen dat de EAV deze waarden eindelijk eens in praktijk brengt.