Degene die het verleden begrijpt. kan invloed uitoefenen op de toekomst. Als we kijken naar de huidige situatie van de Europese Unie lijkt deze parafrase op de slogan van Orwell ["Degene die het verleden beheerst, beheerst de toekomst", slogan van de partij in zijn boek 1984] daar goed bij te passen. In zijn verfrissende analyse over de Europese identiteit, gepresenteerd ter gelegenheid van de jaarlijkse conferentie van het Tsjechisch-Duitse discussiepanel dat onlangs in Passau werd georganiseerd, bood historicus Miloš Řezník de sleutel tot de oplossing voor het voortbestaan van Europa als welvarende economische, politieke en culturele eenheid.

Bezien vanuit onze collectieve identiteit is het niet alleen belangrijk wie wij zijn, maar vooral wie we niet zijn. Daar komt de voornaamste stelling van professor Řezník in wezen op neer. Hij baseert deze stelling op de omstandigheden voor de ontwikkeling van het moderne nationalisme in de eerste helft van de negentiende eeuw. Toen het maatschappelijk stelsel van de absolute monarchie in verval was geraakt, deden de nieuwe machthebbers het volk destijds het voorstel om zich via het concept van burgerlijke gelijkheid te identificeren met de natie. Vervolgens groeide de nationale identiteit in de loop van haar ontwikkeling uit tot een potentiële bron van conflicten.

Nu we deze stelling hebben geponeerd kunnen we ons wijden aan de rol die de Europese identiteit speelt. Die identiteit is ontstaan als een constructie en kent een voortdurende evolutie. Je kunt je echter afvragen of die identiteit uiteindelijk werkelijk algemeen erkend wordt. Wat ontbreekt er nu precies aan om de mensen te verenigen die in theorie, op basis van het feit dat ze in dezelfde ruimte leven en gemeenschappelijke waarden delen, deze identiteit zouden moeten opeisen? Een sterk gevoel van dreiging. Europeanen hebben eigenlijk behoefte aan een gemeenschappelijke vijand.

Huidige crisis biedt geen cement om de burgers te verenigen

Laten we proberen dit toe te passen op de huidige crisis in de eurozone. Griekenland is bijna failliet, Italië verliest terrein en Frankrijk wordt bedreigd, met op de achtergrond het vooruitzicht op een complete ineenstorting van de eurozone: dit alles is als cement niet bepaald sterk genoeg om burgers van het oude continent te verenigen. Zelfs in deze crisis, in historisch opzicht ongekend en de ernstigste die de Europese eenwording heeft gekend, zijn Europeanen niet in staat of misschien nog niet bereid om toe te geven dat ze meer dingen gemeen hebben dan redenen voor verdeeldheid.

Steeds vaker wordt als argument aangevoerd dat de EU veel sterker zal integreren ofwel dat de EU uit elkaar zal vallen. Een verdere integratie kondig je echter niet af met een wijziging van het Verdrag van Lissabon. We hebben een crisis nodig. Een echte, diepe crisis.

Maar waar vinden we dan de vijand die de Europeanen met elkaar weet te verenigen ? Wie is er verantwoordelijk voor het wegkwijnen van de economische welvaart, de rampzalige staat van de overheidsfinanciën, de neergang van het concurrentievermogen? Hebben we hier alleen maar te maken met een geval van historische evolutie van de groei en ineenstorting van de macht, die de historici Paul Kennedy en Niall Ferguson met een zeer grote relevantie hebben beschreven? Kunnen we gewoon iemand aanwijzen, de verantwoordelijkheid voor de problemen van Europa afwentelen op de schouders van de Grieken, die hun boekhouding hebben vervalst, van de Italianen die diep in de schulden zitten, of moeten we de grens over en de schuld bijvoorbeeld bij het staatskapitalisme van China of de goedkope handarbeid van India leggen?

Een politieke klasse die niet verder kijkt dan haar mandaat

In een wereldwijde economie kunnen we de oude nationale en ideologische opvattingen beter in de kast zetten. Een versterking van de Europese identiteit, waarop een herwonnen welvaart kan worden gebaseerd voor de burgers van het oude continent, kan worden verwezenlijkt door op te staan tegen een hele andere categorie personen: tegenover een bepaalde politieke klasse die niet in staat noch bereid is om verder te kijken dan het door verkiezing verkregen mandaat, die een taal bezigt die ver afstaat van het dagelijkse taalgebruik van gewone Europeanen en die weigert de macht af te staan terwijl ze het land meeslepen naar de rand van faillissement.

De trauma’s die een samenleving beleeft , hebben vaak geleid tot de opkomst van een nationale identiteit. Professor Řezník is van mening dat de Europese identiteit een diepe crisis nodig heeft om haar levensvatbaarheid op de proef te stellen.