Beleggers op de financiële markten en Duitse politici hebben eigenlijk niet veel gemeen: gewoonlijk begrijpen de eerstgenoemden niet waarom de laatsten zo lang nodig hebben om de besluiten van welke crisistop dan ook in daden om te zetten. Andersom dienen de laatstgenoemden de eersten als favoriete zondebok als het erom gaat wie de crisis heeft veroorzaakt.

Er is echter een punt waarover ze het allebei buitengewoon eens zijn: hun kijk op het Duitse financiële beleid. Dat geldt als solide en als voorbeeld voor alle Zuid-Europese probleemlanden. Ook al zien de feiten er heel anders uit, niemand wil aan deze wijsheid tornen.

Dus kon de fractievoorzitter van de CDU Volker Kauder onlangs op de CDU-partijdag jubelen dat er in Europa nu “Duits wordt gesproken”. Met deze chauvinistische krachtpatserij heeft hij het beleid van zijn bondskanselier tamelijk goed samengevat. Sinds de uitbraak van de eurocrisis in het voorjaar van 2010 luidt de mantra van Angela Merkel immers: Als iedereen nu maar zo goed zou sparen als de Duitsers, zouden er geen problemen zijn.

Met rationele argumenten nauwelijks te verklaren

Eén ding moet Merkel worden nagegeven: zij weet blijkbaar zeer overtuigend over te komen. De beleggers op de financiële markten lijken de bondskanselier in ieder geval te geloven. Terwijl zij bij de aankoop van staatsobligaties van bijna alle andere eurolanden een hogere rente eisen, lenen zij hun geld vrijwel voor niets aan de Duitse minister van Financiën.

Waarom dat zo is, laat zich met rationele argumenten nauwelijks verklaren. Wie ook maar een beetje beter kijkt, ziet natuurlijk dat het met landen als Spanje of Italië helemaal niet zo slecht is gesteld als door de hoge rente wordt gesuggereerd. Maar vooral kan worden geconstateerd dat Duitsland niet het grote spaarmodel is dat het land pretendeert te zijn.

De Europese Commissie houdt in haar jongste prognose voor Duitsland in 2011 rekening met een schuldenquote van 81,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is duidelijk meer dan de 60 procent die het Europese Stabiliteitspact als bovengrens voor de schuldenlast hanteert – het Pact dus, waarmee de regering van de Bondsrepubliek de Zuid-Europese staten regelmatig om de oren slaat – en dat zij het liefst nog wil aanscherpen. Wie anderen harde maatregelen wil opleggen, doet er goed aan zich eerst zelf aan de regels te houden.

Nederlanders en Finnen meer recht van spreken

De Luxemburgse regeringsleider Jean-Claude Juncker heeft derhalve gelijk als hij zich opwindt over de Duitse bevoogding. Het crisisland Spanje lijkt zich met een schuldenquote van 69,9 procent duidelijk beter aan het Stabiliteitspact te houden dan Duitsland. Ook de Nederlanders (64,2 procent) of de Finnen (49,1 procent) hebben meer recht van spreken dan de Duitsers als ze als Europese tuchtmeester willen optreden.

Het enige dat er nu voor pleit de Duitse overheidsfinanciën te vertrouwen, is de betrekkelijk lage begrotingstekortquote, dat wil zeggen de nieuwe schulden in verhouding tot de economische prestaties. Dat die quote duidelijk lager uitvalt dan in de Zuid-Europese crisisstaten heeft vele redenen – maar geen daarvan heeft iets met het beeld van de ijzeren spaarder van doen, dat de Bondsregering zo graag verspreidt.

Integendeel: Duitsland spaart helemaal niet. De uitgaven in de begroting van de Bondsregering zijn de laatste tijd zelfs gestegen en zullen volgens de financiële planning de komende jaren betrekkelijk constant op ongeveer 300 miljard euro blijven liggen. Daaraan heeft het bezuinigingspakket, dat het afgelopen najaar met veel tamtam werd aangenomen, net zo weinig veranderd als de schuldenrem waarmee de Duitsers zo graag in Europa gaan venten.

Goede economische situatie niet het gevolg van Teutoonse ascese

Dat de begrotingstekortquote desondanks daalt, ligt uitsluitend aan de goede conjunctuur van de afgelopen anderhalf jaar. Die heeft de bondsregering onverhoopt hogere belastinginkomsten bezorgd en tegelijkertijd het bbp sterk doen stijgen. Omdat de tekortquote de verhouding weergeeft tussen de nieuwe schulden en het bbp, daalt zij dus. Dat heeft met sparen weinig te maken.

Ook de tot nu toe goede economische situatie is niet het gevolg van Teutoonse ascese – althans niet van de kant van de staat. Dat Duitse waren in het buitenland zo in trek zijn, is vooral te danken aan de ondernemers die tegen een betrekkelijk gunstige kostprijs goede producten vervaardigen.

De huidige regering maakt met haar arrogante lofzang op de Duitse staatsdiscipline daarentegen veel kapot in Europa. In Griekenland, Spanje of Italië – waar de Duitsers door hun deugden ooit in hoge achting stonden – worden zij nu vooral als aanmatigende tuchtmeesters gezien, die de andere bewoners van het continent willen voorschrijven hoe ze moeten leven en werken. Dat kan op den duur niet goed gaan.