"Na het 'nee' van 2005, in het referendum over de Europese grondwet, heeft Nederland bij monde van minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen het idee van een Europese identiteit opgegeven. Dat is maar goed ook", zo stelt de auteur. De minister "stelde voor na het “nee” op het referendum van 2005 over de Europese Grondwet de “aandacht te verleggen van “het Europa van principes, naar het Europa van de praktijk”.

De Europese Unie beoogt "veiligheid en welvaart voor burgers van de lidstaten". Deze grondgedachte lag in 1951 aan de basis van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en zou het uitgangsprincipe moeten blijven in de toekomst. Een zogenaamde "identiteit van Europa" zoals "intellectuelen ons op de mouw proberen te spelden", bestaat volgens hem niet. "De Europese Unie is een manier […] *om bepaalde problemen het hoofd te bieden : met name politieke instabiliteit (**oorlogsdreiging) en economische crises. De Europese Unie is ook niet bedoeld om Europa te belichamen op de meest ‘essentiële’ manier. De EU is simpelweg een pragmatische club met toelatingseisen*".

De auteur waarschuwt voor de zoektocht naar een Europese ‘identiteit’. Sterker nog : hier zou zelfs een tegenstelde werking vanuit kunnen gaan: “Te denken dat je de Europese Unie verder kunt brengen door te peinzen over wat Europa nu precies tot Europa maakt, zou wel eens een catastrofale misvatting kunnen zijn […] in de zin dat de levensstandaard in de EU over de hele linie zal dalen of, erger nog, dat de club uit elkaar valt en men de wapens weer opneemt”. Als conclusie spoort De Regt politici aan om de burgers duidelijk te maken wat de EU hun concreet oplevert. De aanloop naar de verkiezingen bieden de politici "voldoende mogelijkheden" om "opnieuw duidelijk te maken wat de Europese Unie kan doen voor de mensen. Politici, grijp die kans!"