Twintig jaar geleden gingen de democratische revoluties in Oost- en Centraal-Europa gepaard met de terugtrekking van de grootste mogendheid van het werelddeel sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Honderdduizenden Russische gevechtstroepen keerden terug naar huis, en na de ineenstorting van de Sovjet-Unie zelf waren dat er nog veel meer. En hoewel er nog steeds sprake is van nostalgie naar het Sovjetimperium, het Kremlin heeft zich moeten schikken in deze nieuwe werkelijkheid. De weifelende en schamele invloedssfeer die over is gebleven is een schaduw van wat het eens was.

Dat is hoofdstuk één uit de naoorlogse geschiedenis. Maar ik vraag me af of we nu niet toeschouwer zijn van het tweede hoofdstuk van de naoorlogse terugtrekking uit Europa, namelijk die van de andere grote overwinnaar: de Verenigde Staten. Natuurlijk is de terugtrekking niet zo militair of imperium-achtig van aard dan die van Rusland – de meerderheid van de Amerikaanse troepen zijn door de jaren heen verschoven naar andere plekken– en ook van dwang is geenszins sprake. Het lijkt meer voort te komen uit een gebrek aan interesse. Het Amerika van Barack Obama heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Zou het kunnen zijn dat het Europese tijdperk van Washington zijn einde nadert? En als dat het geval is, wat zou dat dan betekenen?

De VS worden niet meer beschouwd als belangrijke speler

Ik vraag me dit af na een weekend in Istanboel, waar ik de jaarlijkse Bosporus-Conferentie heb bijgewoond die door de British Council werd georganiseerd samen met de Europese Commissie en het Turkse instituut voor buitenlandbeleid, het TESEV. Voor de EU is deze bijeenkomst een gelegenheid om na te gaan hoe het staat met onze soms broze verhoudingen met Turkije. Voor Turkije biedt de bijeenkomst een kans om zijn frustratie te ventileren met betrekking tot de hindernissen die Brussel opwerpt. Maar er waren twee onmiskenbare veranderingen ten opzichte van de bijeenkomst van 2007. Ten eerste de actieve houding en interesse waarvan Turkije blijk gaf ten opzichte van de buitenwereld – en niet voornamelijk ten opzicht van Europa. Ten tweede het feit dat geen enkele verwijzing werd gemaakt naar de Verenigde Staten.

De Verenigde Staten, waarvan meerdere presidenten de irritatie van Brussel hebben opgewekt door te pleiten voor een spoedige toetreding van Turkije tot de EU, werd simpelweg niet meer beschouwd als een belangrijke speler, noch door de ene, noch door de andere partij, althans niet in de discussies die gevoerd werden. Een van de redenen, volgens een Turkse afgevaardigde, zou kunnen zijn dat de Amerikaanse pleitbezorging contraproductief is geworden voor Turkije. Als Turkije wil toetreden tot de EU, dan moet het land daar zelf voor pleiten.

Turkije richt zich op buitenland en is een bruggenbouwer

Maar de Europeanen – inclusief de ‘nieuwe ‘ Europeanen die tot nog toe zulke enthousiaste bondgenoten waren van de Verenigde Staten – repten ook met geen woord over Amerika of de Amerikaanse president. Hieruit zouden we kunnen opmaken dat de toetreding van Turkije een zaak is die slechts de onderhandelende partijen zelf aangaat (zoals het altijd geweest zou moeten zijn). En dit strookt helemaal met de Obama-doctrine: landen moeten zelf bepalen welk systeem of stelsel ze aanhangen en onenigheden zelf oplossen.

En hier komt de schijnbaar nieuwe strategie van Turkije qua buitenlandbeleid om de hoek kijken. Twee jaar geleden was de EU ongerust over het feit dat de versgekozen AKP-regering niet zou afdwalen van de scheiding van Kerk en Staat. Turkse politici van allerlei stromingen maakten zich zorgen over de toekomst van de Grondwet. De AKP-regering heeft nu geruime tijd zitting en is weliswaar een nieuwe richting ingeslagen, maar niet die waar velen voor vreesden. Ze richt zich op het buitenland, tot de omliggende gebieden, en handelt als bruggenbouwer met de buurlanden. Afgelopen maand zaten de Turkse en Armeense premiers nog gebroederlijk naast elkaar bij een voetbalwedstrijd in Turkije. Beide landen hebben een akkoord gesloten – weliswaar na veel wikken en wegen – over de opening van hun grenzen. Turkije en Syrië staan op het punt visa af te schaffen. De onderhandelingen met Cyrpus zijn weer hervat. De verhoudingen met Israël zijn daarentegen zwaar verslechterd omdat Turkije zich uitermate kritisch heeft opgeteld ten opzichte van Israëls optreden in de Gazastrook.

Regio lijkt op Ottomaanse rijk in zijn nadagen

Dit allemaal zou begrepen kunnen worden als moeite van Turkije om schoon schip te maken alvorens een allerlaatste poging te doen om toe te treden tot de EU. Maar het zou ook kunnen worden gezien als een Turkse gooi naar leiderschap in de regio; Turkije vraagt zich misschien af hoe haar belangen beter behartigd zullen worden: door als smekeling toe te treden tot de EU of door zichzelf als een regionale mogendheid te profileren. Nu er veranderingen op komst zijn in het Midden-Oosten, de Kaukasus en Centraal-Azië, beschikt Turkije over voldoende bewegingsvrijheid.

De regio heeft vertrouwde trekjes. Lijkt het niet, qua vorm en reikwijdte, op het Ottomaanse rijk in zijn nadagen? Nu de VS Europa aan haar lot overlaat, zou het kunnen zijn dat in plaats van een nieuwe wereldorde, oude mogendheden weer de kop opsteken? Als dit het geval is, dan heeft het prioriteit dat regeringen allereerst deze verandering aanvaarden. En meteen daarna moeten zij beloven dat ze gevoelige kwesties die met grensverschuivingen gepaard gaan, met meer tact, meer inlevingsvermogen en vreedzamer zullen behandelen dan de laatste keer.