De Europese Commissie is al overstag en de meeste landen zijn fervent voorstander. Alleen Duitsland verzet zich nog tegen het plan voor de invoering van euro-obligaties. Maar lang kan dit land niet blijven dwarsliggen, want met elke dag die verstrijkt lijkt dit steeds meer dé oplossing voor de schuldencrisis te zijn.

Op 23 november heeft Duitsland tot op het bot ervaren wat de gevolgen van de Europese schuldencrisis zijn. Beleggers lieten de tienjarige Duitse obligaties massaal links liggen (Duitsland slaagde er slechts in om 62% van het totaal te verkopen). Niemand kan nog ontkennen dat dit een teken aan de wand is voor Angela Merkel. De crisis verspreidt zich als een olievlek en het wordt steeds duidelijker dat we allemaal tegelijkertijd en in dezelfde richting moeten roeien met de riemen die we hebben om de crisis te boven te komen.

De gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op en leiden bijna onvermijdelijk tot het creëren van een soort onderlinge verdeling van de schuld van de landen van de eurozone, de enige maatregel waarmee de markten tot bedaren gebracht kunnen worden. De kenmerken en voorwaarden van deze eurobonds moeten uiteraard nog nader vastgesteld worden. Maar één ding is zeker: als de EU niet alles uit de kast zal trekken om euro-obligaties in te voeren, moeten we de euro opnieuw uitdenken. Angela Merkel wil er voorlopig geen woord over horen. Gisteren was de Duitse bondskanselier nog zeer stellig: “De Europese Commissie moet zich niet blind staren op euro-obligaties om niet de indruk te wekken dat de schuldenlast gedeeld zou kunnen worden.”

Niemand weet hoe de vlag er over drie maanden bijhangt

Vanuit rationeel standpunt gezien is het mogelijk dat zij gelijk heeft. Onder de huidige omstandigheden zou een verdeling van de schuld neerkomen op het belonen van de landen die zich niet aan de regels hebben gehouden en het afstraffen van de landen die hun beste beentje voor hebben gezet. Het probleem is dat we niet weten hoe lang de eurozone nog onder deze omstandigheden door kan gaan. Nog geen twee jaar geleden was de schuldencrisis een zuivere Griekse aangelegenheid en konden we de problemen van dat nog land afschuiven op een regering die teveel geld over de balk had gesmeten. Maar nu zitten we met drie landen die van een faillissement zijn gered en nog twee landen die op de rand van de afgrond balanceren. De overige landen worstelen ook met hun schulden en de harde kern van de eurozone heeft het ook niet breed. Zo heeft Frankrijk drastische bezuinigingsmaatregelen moeten treffen om zijn triple-A-status te behouden en Duitsland heeft de grootste moeite om beleggers te interesseren voor obligaties met een rentepercentage dat lager ligt dan 2%. In een dergelijke context kan niemand voorspellen hoe de vlag er over drie maanden bij zal hangen.

Op diezelfde dag, 23 november, presenteerde de Commissie haarplan voor de uitgifte van euro-obligaties. Zij heeft deze emissie op gewiekste wijze gekoppeld aan een nog grotere controle door Brussel van de financiën van de noodlijdende lidstaten. Zo willen haar voorzitter José Manuel Barroso en de Eurocommissaris voor economische en monetaire zaken Olli Rehn dat Brussel de begrotingen van de lidstaten kan reviseren en goedkeuren voordat deze door de nationale parlementen worden geloodst. Daarnaast stellen zij voor dat de Commissie sancties kan opleggen aan landen die in gebreke blijven. Het doel van een dergelijke maatregel is niet alleen om onwillige regeringen het vuur aan de schenen te leggen, maar ook om een gunstig klimaat voor de euro-obligaties te scheppen in de landen in het hart van de eurozone en bij de Europese Centrale Bank die hier ook niet echt warm voor loopt.

Hopelijk is de boodschap tot Merkel doorgedrongen

Volgens veel analisten heeft de EU niet voldoende tijd om af te wachten tot de maatregelen die reeds tegen de crisis genomen zijn, hun vruchten kunnen afwerpen en de lidstaten de schuldencrisis hebben opgelost. Om die reden wordt de druk op Angela Merkel steeds groter. Laten we hopen dat de boodschap die de beleggers op 23 november hebben afgegeven, nu wel tot haar is doorgedrongen.

De enige oplossing voor deze crisis is nog meer Europese integratie en dus moeten we van de politieke leiders eisen dat ze concrete maatregelen in die zin treffen. De beleggers – en burgers – willen dat er snel een oplossing komt. Op 9 december zullen ter gelegenheid van de vergadering van de Europese Raad in Brussel dan ook spijkers met koppen geslagen moeten worden. Dit is een vergadering van essentieel belang die Spanje, dat tussen twee regeringen in zit, overrompelt. We moeten het besluit van de vertrekkende minister-president José Luis Rodríguez Zapatero en zijn opvolger Mariano Rajoy dan ook toejuichen dat zij samen het standpunt van Spanje willen uitdragen. We hebben geen andere keuze dan de invoering van euro-obligaties, die tenminste al op de officiële agenda van de Europese Unie staan.