De EU is trots op zijn ‘burgermacht’. Indien nodig kan Brussel 10.000 politieagenten naar brandhaarden waar ook ter wereld sturen en profiteren van de kennis, ervaring en contacten van meer dan 40.000 diplomaten. Bovendien kunnen de EU-afgevaardigden putten uit het grootste budget ter wereld dat is toegekend aan ontwikkelingshulp. Alleen is dat een grote illusie, bevestigen Daniel Korski en Richard Gowan, auteurs van een onderzoek dat door de European Council on Foreign Relations (ECFR) werd gepubliceerd.

Er bestaat niet zoiets als een modelvredesmissie. Daar kunnen noch de VN noch de Verenigde Staten zich op laten voorstaan. Dat betekent echter niet dat we op dat vlak helemaal niets van hen kunnen leren. Laten we als voorbeeld de doeltreffendheid van Amerikaanse diplomaten nemen, of de logistiek van VN-missies, die perfect is geregeld”, verzekert Daniel Korski, een van de auteurs van het rapport, die zelf ook heeft deelgenomen aan internationale vredesmissies, vooral in de Balkanlanden en in Afghanistan.

Het grootste probleem voor Brussel is een gebrek aan personeel dat de juiste training heeft gekregen om doeltreffend op te treden. Zelfs een van de voornaamste Europese missies, die van EU-politiefunctionarissen in Afghanistan, die al een aantal jaren aan de gang is, staat onder leiding van slechts circa 150 agenten in plaats van de 400 die oorspronkelijk waren voorzien, onderstreept Daniel Korski.

Actiemodellen die zonder nadenken worden geëxporteerd

Overigens benadrukken de auteurs van het rapport dat zelfs als er wel voldoende Europese functionarissen en opleiders beschikbaar zijn, dat nog wil zeggen dat de missie succesvol is. Zo proberen de politiefunctionarissen die door de Europese Unie naar de Balkan werden gestuurd nu al meer dan tien jaar tevergeefs de orde te herstellen en het gezag te handhaven, maar ze worden nog steeds geconfronteerd met internationale criminele organisaties, die deze streek als ‘activiteitenterrein zonder grenzen' beschouwen.

Nog erger zijn de inefficiënte actiemodellen en de oplossingen die voor de specifieke omstandigheden in de Balkanlanden waren bedacht en die zonder verder nadenken werden geëxporteerd naar landen die in geografisch en cultureel opzicht ver van de Balkan af staan. Vooral om die reden worden Europese missies nog altijd beschouwd als "klein, zonder ambitie en in strategisch opzicht onbeduidend", ook al bestaat het Europese beleid voor openbare orde en veiligheid al meer dan tien jaar.

EU-lidstaten moeten hand in eigen boezem steken

Deze situatie is niet alleen het resultaat van nalatigheid of gebrek aan belangstelling vanuit Brussel. Ook de lidstaten zelf hebben voldoende redenen om zich te schamen. De auteurs van het rapport hebben de EU-landen in vier groepen ingedeeld : de ‘professionals’, ‘de landen die zoekende zijn’, de ‘levensbeschouwers’ en de ‘neutralen’. Polen behoort tot de derde groep van landen die maar weinig overtuigd lijken van de waarde van vredesmissies.

Korski en Gowan wijzen zonder enig pardon op de zwakheden van Warschau: het personeel dat wordt uitgezonden is bijna uitsluitend politieagent (een feit dat wordt veroorzaakt door onvolkomenheden in de Poolse wet, waardoor het verboden is om burgerpersoneel uit te zenden) en verder zijn er problemen met de planning en de coördinatie van de samenwerking tussen verschillende ministeries onderling. Desondanks heeft Polen toch voor 44% voldaan aan zijn verplichtingen. Dat is een uitstekend resultaat in vergelijking met Spanje of Groot-Brittannië, waar het personeel zeer goed wordt voorbereid op de missies. Britten staan dan ook bekend als ‘professionals’ op dit terrein.