In zijn nieuwe thriller [The Fear Index] beschrijft historicus en bestsellerauteur Robert Harris hoe je dankzij pure angst extreem rijk kunt worden. De plot gaat als volgt: de geniale natuurkundige dr. Hoffmann (met dank aan Edgar Allan Poe), een vroegere medewerker van de Large Hadron Collider, de grote deeltjesversneller in Genève, bouwt een hedgefondscomputer. Deze VIXAL-4 speurt op het wereldwijde web iedere milliseconde naar aanwijzingen voor paniek. Er wordt gezocht naar woorden als terreur, alarm, angst, einde, ondergang, crisis, faillissement, gevaar, afgrond, zorg, kernsmelting. Als de angstmeters uitslaan, kan bliksemsnel op dalende koersen worden gespeculeerd en binnen een paar seconden miljarden worden verdiend. Het hedgefonds boekt jaarlijks 80 procent winst. Natuurlijk loopt het verkeerd af. De computer begint op eigen gelegenheid te speculeren en veroorzaakt een angstepidemie. Het huwelijk, het huis en de psyche van de held worden ten gronde gericht, net als de hele wereldeconomie.

Laten we eens veronderstellen dat deze fictie allang werkelijkheid is. De eurocrisis zou eenvoudigweg het gevolg zijn van een collectieve angstpsychose. Opgeklopte angst. Gekopieerde angst. Van mens op mens overspringende angst. Een collectieve infectie. Om het hele financiële systeem op te blazen zou je niet eens een centrale computer à la Big Brother of HAL (uit de film 2001:A Space Odyssey) nodig hebben. De 'crisis' zou alleen maar een crisis zijn, omdat iedereen erin gelooft. Een ogenblik graag, hoor ik de analisten van de crisis zeggen: zijn er dan geen feiten die op een echte crisis wijzen? Hebben de banken dan niet de vastgoedcrisis veroorzaakt, waardoor de Europese landen in de problemen zijn gekomen? Of – de andere variant – hebben de onverantwoordelijke Europese politici dan niet altijd 'marktonvriendelijk' gehandeld en vrolijk op kosten van toekomstige generaties geld van de belastingbetalers verkwist?

De mens is diep van binnen nu eenmaal een paniekwezen

Maar misschien gaat het daar allang niet meer over. De futuroloog John Casti, een wiskundig genie, toont in zijn nieuwe boek Mood Matters aan hoe de geschiedenis gestuurd wordt door stemmingen. Casti heeft een radicaal betoog: niet de gebeurtenissen in de echte wereld bepalen de toekomst, maar uitsluitend de fictieve collectieve verwachtingen. Hoe zei Epictetus het ruim tweeduizend jaar geleden ook al weer? “Niet de dingen zelf, maar de meningen over de dingen maken de mensen nerveus.

Het zijn niet alleen gemene speculanten die tegen de euro speculeren. Er is ook al langer sprake van een angstindustrie in de media, die vooral uit is op steeds spectaculairder klinkende krantenkoppen en journaalitems. Euro-apocalyps, ondergang van de eenheidsmunt, einde van de welvaart. Doempredikers halen in talkshows hun gelijk (“Ik heb het altijd al gezegd.”) In ieder debat moet het orgel van de angst nóg een octaaf hoger worden bespeeld. Is deze 'fearconomy' niet allang de feitelijke economie geworden, die veel sterker is dan een staatshuishouding die zich richt op verandering, verbetering en vernieuwing? Bieden begrippen als terreur, alarm, angst, einde, ondergang, crisis, faillissement, gevaar, afgrond, zorg en kernsmelting niet het meest fantastische bedrijfsmodel aller tijden, omdat de mens diep van binnen nu eenmaal een paniekwezen is? “Onze diepste overtuiging,” zegt dr. Hoffmann in de roman van Robert Harris, “is dat de digitalisering zelf, de wereldomspannende vertakkingen, de oorzaak van de paniekgolf is. En daarmee gaan we geld verdienen, verdomd veel geld!