Europa heeft al een keer eerder een wonder bewerkstelligd: vijanden werden buren. In het licht van de eurocrisis moet er nu opnieuw een antwoord gevonden worden op de vraag hoe Europa zijn burgers vrede, vrijheid en veiligheid kan bieden in de risicostormen die over onze geglobaliseerde samenleving razen. Hiervoor zal op zijn minst een tweede wonder nodig zijn: hoe kan het Europa van de bureaucratie een Europa van burgers worden?

Ooit, nadat de Griekse staatsschuld gedevalueerd werd, haalden de mensen opgelucht adem en kregen ze weer hoop: Europa had het overleefd en was misschien zelfs sterk en flexibel genoeg om zijn problemen te overwinnen. Toen kondigde de Griekse premier George Papandreou aan dat hij de beslissende vraag met een referendum aan het Griekse volk wilde voorleggen. Plotseling kwam de verborgen, tegenovergestelde waarheid aan het licht. In Europa, dat zo trots is op zijn democratie, werd iemand die de democratie praktiseerde een gevaar voor Europa! Papandreou werd gedwongen het referendum af te lasten.

Europa heeft nu een telefoon en die gaat over in Berlijn

Waar we nog maar kort geleden hoopten, om met de Duitse dichter Hölderlin te spreken, dat ‘Wanneer de nood het hoogst is, de redding nabij is’, verscheen er nu een tegengestelde werkelijkheid aan de horizon: waar redding is, groeit de nood harder. In ieder geval nestelde de angstige vraag zich stevig in de hoofden van de mensen: Zullen de maatregelen om de euro te redden zorgen voor de afschaffing van de Europese democratie? Zal de ‘geredde’ EU ophouden een Europese Unie te zijn zoals we die kennen, en in plaats daarvan een ‘EK’ worden, een Europees Keizerrijk van Duitse signatuur? Zal deze eindeloze crisis ons met een politiek monster opzadelen?

Nog niet zolang geleden was het algemeen geaccepteerd om geringschattend over de kakofonie in de Europese Unie te spreken. Nu heeft Europa plotseling een telefoon. Die gaat over in Berlijn en is momenteel van Angela Merkel.

Sommige Duitsers geloven dat hun model een magnetische aantrekkingskracht heeft op de inwoners van Europa: Europa leert Duits, zeggen ze. Maar het is realistischer om te vragen: wat is de basis voor deze uitvoerende macht? Angela Merkel heeft gedicteerd dat de prijs voor schulden zonder beperkingen het verlies van soevereiniteit is.

Vijfjarenplannen voor schuldvermindering

Deze toekomst die in het laboratorium van de euroredding als een opzettelijke bijwerking wordt geschapen lijkt op, – ik durft het bijna niet te zeggen – een verlate Europese variant op de Sovjet-Unie. Een gecentraliseerde economie betekent niet langer dat er vijfjarenplannen moeten worden opgesteld voor de productie van goederen en diensten, maar vijfjarenplannen voor schuldvermindering. De macht om deze plannen ten uitvoer te brengen wordt in de handen van ‘commissarissen’ gelegd die door hun ‘directe toegangsrecht’ (term komt van Merkel) nergens hoeven te stoppen bij het neerhalen van de Potemkindorpen die door de notoire schuldenlanden werden opgebouwd. We weten allemaal hoe het met de USSR is afgelopen.

Maar kan er een kans liggen in de crisis? John F. Kennedy verbaasde de wereld ooit met zijn idee om een veiligheidskorps op te richten. De neo-Europese Merkel zou op vergelijkbare wijze de wereld kunnen doen verbazen met het inzicht en het initiatief dat de eurocrisis niet alleen over economie gaat maar over het aanpakken van de Europeanisatie van Europa van onderaf, over diversiteit en zelfbeschikking, en over een politieke en culturele ruimte waarin burgers niet langer als vijanden tegenover elkaar staan van wie de burgerrechten werden ontnomen of bij wie het vel over de oren werd getrokken. Schep nu een Europa van de burgers!

We zouden niet bang moeten zijn voor directe democratie

De regels van wetten en markten zijn onvoldoende. Vrijheid heeft een derde pijler nodig om veilig te zijn. De naam ervan is de Europese burgermaatschappij of, in concretere termen: Europees zijn of Europese burgeractiviteit. Een dergelijke autonome burgerpraktijk, dat de Europese werkloze jeugd een basis biedt, zou ongetwijfeld een berg kosten, maar slechts een fractie van de nullen die met het redden van de banken gemoeid waren en waarschijnlijk nog zullen zijn.

We zouden niet bang moeten zijn voor directe democratie. Zonder transnationale mogelijkheden voor interventies van onderaf, zonder Europese referenda over Europese onderwerpen die signaal aan de oceaanstomer Europa zullen geven, is de hele onderneming tot mislukken gedoemd. Waarom laten we de voorzitter van de Europese commissie niet direct door alle Europese burgers op dezelfde dag kiezen, die dan voor het eerst Europees zou zijn in de strikte zin van het woord?

Niet het model van het Duitse euro-nationalisme volgen

Het is misschien ook wel slim om een nieuwe constitutionele conventie te creëren die een ander Europa nu wel democratische legitimiteit zou verlenen. We kunnen het de ‘Europese Gemeenschap van Democratieën’ (ECD) noemen. Dat zou een begin zijn, en niet het antwoord op de Europese crisis. We moeten spreken over het Europa van de citoyen, de citizen, de burger, de ciudadano, de obywatel, enzovoorts en daarmee over de antagonismen die in de verenigende formulering ‘Europa van de burgers’ verborgen liggen.

Hoe is een Europese democratie mogelijk zonder de nationale parlementen hun rechten te ontnemen? Ervan uitgaand dat er erkend wordt dat het implementeren van democratische rechten op heel veel manieren kan en moet, kan de democratische dwang van een kosmopolitisch Europa dan samengaan met een versterking van de nationale democratieën in de lidstaten?

Het antwoord moet zijn dat het nieuwe Europa niet het model van het Duitse euro-nationalisme zou moeten volgen, maar een opkomende Europese Gemeenschap van Democratieën moet zijn. En dat het delen van soevereiniteit de aanjager van macht en democratie zou moeten worden.