In Europa is het dit najaar ‘herstel’ wat de klok slaat. Alle leden van de Europese Unie – groot, klein, rijk, arm, oud en nieuw – zijn min of meer tegelijkertijd in de crisis terecht gekomen. De landen die de dans zijn ontsprongen zijn op één hand te tellen, waaronder Polen als opmerkelijke uitzondering. Vrijwel alle landen zagen de werkloosheid spectaculair stijgen, ondanks alle stimuleringsmaatregelen met als gevolg buitensporige begrotingstekortendie nog nooit eerder vertoond waren. De economie is ternauwernood gestabiliseerd of de regeringen maken zich al op voor herstel. De vraag is hoe.

Eerst en vooral handelen ze voorzichtig: hoewel de economie niet meer in een vrije val zit, hangt het huidige herstel af van tijdelijke maatregelen, zoals slooppremies voor auto's die in tal van landen zijn ingevoerd. De Europese bestuurders vragen zich af of het wel verstandig is om de shockbehandeling die zij hun economieën hebben gegeven stop te zetten, omdat het risico van een terugval bestaat. Net als een jaar geleden, toen de EU-landen in allerijl en ieder voor zich op de economische crisis reageerden, lijkt coördinatie niet hoog op de agenda’s van de Europese partners te staan, ook al zal het onderwerp op de top van 29 en 30 oktober in Brussel waarschijnlijk aan bod komen. De gemaakte keuzes lopen uiteen, of het nu gaat om crisismaatregelen, het beste moment om de overheidssteun stop te zetten of het moment om weer aan de criteria van het stabiliteitspact te voldoen.

Schilpadden en hazen

Sommige landen, zoals Frankrijk, Groot-Brittannië en Spanje, die speelruimte willen blijven houden, zien niets in intrekking van economische steunmaatregelen vanaf volgend jaar. Anderen, waaronder Duitsland, gaan uit van nieuwe, optimistischere voorspellingen (groei van 1,2% in 2010 door herstel van de export) om sneller terug te keren naar een orthodoxer beleid. De nieuwe centrumrechtse coalitie die de onderhandelingen tussen christen-democraten en liberalen bijna heeft afgerond, is van plan om de vennootschapsbelasting vanaf 2010 en de inkomstenbelasting vanaf 2011 te verlagen.

De Britten, die in het derde kwartaal uit de recessie zijn gekomen, moeten de parlementsverkiezingen van juni 2010 afwachten om te weten hoe het economische beleid eruit zal zien en welk tijdschema hiervoor zal worden aangehouden. Premier Gordon Brown zal de groei blijven steunen als hij aan de macht blijft. Voor het belastingjaar 2010-2011 wil hij 30 miljard pond (33 miljard euro) extra overheidsgeld in de economie pompen.De btw, die op het hoogtepunt van de crisis werd verlaagd, zal per 1 januari weer worden verhoogd naar 15% tot 17,5%. Pas na 2011 wil Brown in de overheidsuitgaven gaan snijden, terwijl de conservatieven dit meteen willen doen als zij worden gekozen. Geschat wordt dat het begrotingstekort over het jaar 2009-2010 zal oplopen tot 12,4% van het bbp.

Bezuinigingen

De conservatieven zijn niet de enigen die de tering naar de nering willen zetten. In Nederland heeft de centrumlinkse regering van Balkenende al aangekondigd met de grootste bezuinigingen van na de oorlog te komen. Het sobere plan bevat twee ingrijpende maatregelen: de pensioenleeftijd zal tussen nu en 2025 progressief worden verhoogd tot 67 jaar en de overheidsuitgaven zullen met 20% worden teruggebracht. Verwacht wordt dat de Nederlandse economie met 5% zal inkrimpen en dat de werkloosheid zal oplopen tot 8%, terwijl het land sinds enkele jaren een situatie van bijna volledige werkgelegenheid kent.

Belastingverhogingen

Sommige regeringen die met grote begrotingstekorten te kampen hebben zoals Spanje en Ierland, kiezen ervoor de belastingen te verhogen. Nadat de socialistische regering van José Luis Rodriguez Zapatero de belastingen sinds 2004 had verlaagd, worden deze in 2010 weer verhoogd. Spanje is het land in de eurozone dat het meeste geld voor stimulerende maatregelen heeft uitgetrokken zonder erin te zijn geslaagd de sterke stijging van de werkloosheid (18% van de beroepsbevolking) in te dammen, noch de economie uit het slob te trekken.

Volgens het IMF zal Spanje een van de zeldzame landen van de eurozone zijn die zich in 2010 nog in een recessie zal bevinden. In de ontwerpbegroting van 2010 zijn directe, maar vooral ook indirecte belastingverhogingen voorzien om het hoofd te bieden aan het duizelingwekkend hoge begrotingstekort (10% aan het einde van dit jaar).

Ierland, dat dit jaar een begrotingstekort heeft dat zou kunnen oplopen tot 12% van het bbp, heeft ook besloten om de belastingen voor huishoudens te verhogen, maar heeft ervoor gewaakt aan de vennootschapsbelasting (12,5%) te komen om buitenlandse beleggers niet af te schrikken, die de laatste jaren in belangrijke mate tot de groei hebben bijgedragen en op wie het land rekent om uit de crisis te raken. Als tegenmaatregel heeft de regering in de uitgaven gesneden door de ambtenarensalarissen te verlagen.

Belastingverlagingen

De conservatieve Zweedse regering van Fredrik Reinfeldt, die zich na jaren van begrotingsoverschotten opeens met een tekort geconfronteerd ziet, heeft aangekondigd de inkomstenbelasting voor gepensioneerden en werkenden te verlagen en de sociale lasten voor zelfstandigen te verlichten. Als de sociaal-democraten in 2012 aan de macht komen, willen ze de vermogensbelasting herinvoeren, een nieuwe belasting instellen op dure woningen en de inkomstenbelasting verhogen.