Nu de aanvallen op de eurozone in alle hevigheid weer zijn teruggekomen, bezondigt Duitsland volgens Ulrich Beck zich aan het ‘euronationalisme’. Democratische regels veronachtzamend, zou Angela Merkel, vaak arrogant, ‘een Europese versie van het nationalisme van de Duitse mark’ belichamen, door haar eigen stabiliteitscultuur te verheffen tot dogma van het continent. Door haar toedoen zouden Europese politici zijn vervangen door technocraten.

Haar veto tegen het referendum over het bezuinigingsprogramma, dat door de ex-premier Papandreou werd aangekondigd en vervolgens weer werd ingetrokken, zou getuigen van de gapende kloof tussen Europa en de democratie. Er zijn genoeg aanwijzingen die Beck gelijk lijken te geven. Merkel verwerpt hardnekkig elk voorstel voor actievere steun van de Europese Centrale Bank aan landen in moeilijkheden, ondanks bezwaren uit haar eigen partij, de oppositie en zelfs het comité van de ‘Vijf Wijzen’ (de ‘Sachverständigenrat’), dat de taak heeft de Duitse regering te begeleiden bij haar economische keuzen.

Toch is Duitsland niet altijd zo koppig geweest, in ieder geval in theorie. De idee dat zonder politieke unie de euro gevaar loopt, doemde verschillende keren in het verleden op, bij de Bundesbank en het Constitutionele Hof zelf. Net nu echter dringend stappen moeten worden ondernomen, trekt Berlijn zich terug, als een verschrikte hagedis. Nieuwe politieke avonturen beginnen is moeilijk wanneer het bange volk zich laat sussen door de kalmerende macht van orthodoxe en regionale standpunten. Beter jezelf opsluiten achter een omheining en steeds maar ‘nee’ zeggen.

Duitse stabiliteitscultuur is geen monster

Sommige aanklachten van Beck vinden gehoor bij Europese linkse kringen (niet het gedeelte van zijn betoog dat pleit voor een supranationaal Europa van de burgers), niettemin delen veel critici van het Duitse ‘neonationalisme’ zijn standpunt niet. Zij wijzen het Griekse referendum af, niet omdat het te democratisch is, maar omdat, als de burger gevraagd wordt om zich alleen maar uit te spreken over bezuinigingen, deze eerder dreigt te worden gebruikt dan te worden ingelicht. Als de Grieken vandaag de echte vraag zou worden voorgelegd (willen jullie de euro houden?), is het niet gezegd dat het antwoord negatief zou zijn.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is het feit dat de Duitse stabiliteitscultuur geen monster is. Dankzij deze cultuur is Duitsland het enige niet meedogenloze alternatief voor de Chinese en Amerikaanse modellen: het is gebaseerd op de waardering van vakbonden, op gecoördineerde maatregelen tegen bedrijfsverplaatsingen en op hoge lonen. Ook het demografische vraagstuk heeft Berlijn doordacht aangepakt: in 2000 werd het jus sanguinis afgeschaft, dat verhinderde dat in Duitsland geboren allochtonen Duits staatsburger konden worden.

De meest serieuze critici van het gedrag van Duitsland weten dit alles en hopen daarom dat de recente achteruitgang omkeerbaar is. Het getalm van Merkel ten aanzien van Griekenland was rampzalig (het verloren anderhalf jaar heeft de actuele chaos doen ontbranden), maar geeft ook aan dat de Duitse kwaal niet de keizerlijke wil is, maar het onvermogen om door te pakken. Pas op het laatste moment heeft Berlijn Athene niet laten vallen.

Duitsland wil geen laksheid in de hand werken

Dit is een reden waardoor niet kan worden uitgesloten dat de top van staatshoofden en regeringsleiders op 8 en 9 december een – zij het bescheiden – kentering kan inhouden. Tenzij de crisis verslechtert, zal de Duitse regering een gemeenschappelijk beheer van de schuld, en dus de euro-obligaties, blijven afwijzen. Om te voorkomen dat de Europese Centrale Bank de laatste redder in nood wordt.

Wellicht is er toch schot in de zaak gekomen: dit gebeurde op 23 november, toen Berlijn zag dat de eigen staatsobligaties in gevaar kwamen en de realiteit opeens dichtbij kwam. Als de euro verdwijnt, betekent dat ook een ineenstorting voor Duitsland, dat van een zwakkere munt dan de mark maximaal kon profiteren als exportland.

De bewustwording kan verschillende vormen aannemen, naargelang het scenario meer of minder stabiel of schadelijk. Als men vandaag een werkelijk krachtig noodfonds wil, moet Duitsland dringend de garantie krijgen dat dit geen laksheid in de hand zal werken en zal dienen om het economisch en begrotingsbeleid van de lidstaten onder controle te krijgen. Deze staten moeten op die gebieden dus afzien van hun soevereiniteit. Dergelijke garanties zullen ook voor Berlijn moeten gelden.

De kwestie van de Europese Centrale Bank als laatste redder in nood is complexer. Verzet hiertegen komt niet alleen uit Berlijn, maar ook van de Europese monetaire autoriteiten. De ECB, zo wordt in Frankfurt gezegd, is de laatste kredietverstrekker voor banken, niet voor lidstaten. Het gebrek aan zekerheid over de aankoop van staatsobligaties op de secundaire markt geeft de indruk van een bank die niet zo betrouwbaar is als de Federal Reserve Bank. De gebreken van de ECB zijn niet alleen aan Berlijn te wijten, maar het blijven gebreken.

Het eiland van de happy few

Het Duitsland dat Europa leidt, staat op een kruispunt. Het kan de Unie maken of breken. Het zal de Unie meer dan ooit breken als het droomt van een klein groepje spaarzame landen: wellicht gewapend met euro-obligaties, het eiland van de happy few. Dat zou de dodelijkste oplossing zijn: het zou de eurolanden die buiten de magische kring vallen in chaos storten.

Misschien weten we bij de volgende top meer over waar Berlijn heen wil: Europese verdeeldheid, of een meer federaal verdrag. In het middelpunt staat wat voormalig bondskanselier Helmut Schmidt in 1996 de “hypochondrische vrees van Duitsland voor het nieuwe” noemde, samen met de angsten dat Berlijn Europa manipuleert.

Het steekwoord van deze angsten is ‘moreel risico’: het risico dat men loopt wanneer de verkwisters, geholpen of gerustgesteld, ophouden met zelftoezicht en begrotingsdiscipline. Het is aan de Europese instellingen, en aan alle lidstaten, om te bewijzen dat het risico afneemt als naast de stabiliteitscultuur een duurzaam wederzijds vertrouwen ontstaat, dat alleen een politieke unie van Europa kan geven.

Artikel vertaald vanuit het Italiaans door Astrid de Vreede.