De politieke filosofie leert dat een democratische staat is gegrondvest op de scheiding tussen uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. Maar ook op het tegenwicht dat elk van deze machten vormt tegenover beide andere, aangezien geen enkele macht zichzelf beperkingen oplegt. Dit aloude schema is door de economische crisis weggevaagd.

In de drie jaar die de crisis nu duurt, hebben gedenkwaardige episodes en de ironische snelheid waarmee ze om zich heen grijpt wel aangetoond hoe achterhaald dat schema inmiddels is. Kondigen Nicolas Sarkozy en Angela Merkel tevreden en in hoogdravende bewoordingen hun Europese plannen aan? Dan worden die een paar uur later door een kredietbeoordelaar als belachelijk van tafel geveegd en wordt de eurozone onder verscherpt toezicht geplaatst.

Het schema dat de grondslag vormt van de democratie wordt opgevolgd door een meedogenloze herschikking van machtsfactoren. Een nieuwe economische macht die niet wordt beteugeld of zelfs maar gereguleerd door een tegengestelde macht, domineert alle andere en schrijft de wet voor. Nooit eerder was de krachtsverhouding tussen sterk en zwak zo zichtbaar. Nooit eerder heeft de politiek zo'n ontredderde indruk gemaakt.

De campagne voor de [Franse] presidentsverkiezingen [die volgend jaar worden gehouden] zal vooral gericht zijn op het maskeren van de politieke verwarring en het onvermogen om ook maar enigszins doelmatig op te treden. De afgelopen drie jaar hebben immers aangetoond dat de brandweer pas komt als de brand al geblust is.

Commentatoren zullen zich concentreren op de schoonheid van diplomatie en het belang van compromissen. Zowel nu als in de toekomst zal het echter allemaal vooral draaien om het beheersen van de sociale gevolgen van de crisis.