Voor een aartscriticus van de kredietbeoordelaars was dit een niet te missen kans.

Nauwelijks had Standard & Poor's (S&P) gezinspeeld op een mogelijke afwaardering van de kredietstatus van de eurozone als geheel, of daar verscheen een schuimbekkende Christian Noyer ten tonele. “De kredietbeoordelaars hebben de crisis in 2008 aangezwengeld en we kunnen ons afvragen of ze tijdens de huidige crisis niet dezelfde rol spelen” aldus de president van de Franse centrale bank.

Noyer, die tevens zitting heeft in de bestuursraad van de Europese Centrale Bank (ECB), heeft er misschien belang bij zijn stem te verheffen. Maar hij is niet bepaald de enige die dat doet. Vandaag de dag zijn er weinigen die veel goede woorden over hebben voor S&P, Moody's en Fitch.

Spuit elf

Of dat nu terecht is of niet, deze Grote Drie hebben in de financiële wereld de reputatie gekregen een soort 'spuit elf' te zijn – van het soort dat heel hard brand roept als het huis al bijna is afgebrand en er dan klunzig een beetje benzine op sprenkelt.

De critici zeggen dat de kredietbeoordelaars de financiële crisis van 2008 niet hebben zien aankomen en zij stellen bovendien dat de kredietbeoordelaar de crisis hebben aangewakkerd door de hoogste kredietstatus (AAA) toe te kennen aan de bundeltjes giftige hypotheken die het dak van de wereldeconomie hebben geblazen.

En nu, zo gaat de aanklacht verder, hebben ze ook de eurozonecrisis niet zien aankomen. Bovendien heeft S&P, precies op het moment dat de Duitse bondskanselier en de Franse president de indruk wekten dat ze de zaak onder controle begonnen te krijgen, weer een bommetje gegooid.

Duistere machten

Volgens Noyer zijn er duistere machten in het spel. Zinspelend op een enorme samenzwering heeft hij S&P ervan beticht wijzigingen te hebben aangebracht in zijn 'methodologie', die nu “meer gebaseerd zou zijn op politieke factoren en minder op fundamentele economische gegevens”. “Nonsens”, zo luidt de reactie van S&P daarop.

Kathleen Brooks, onderzoeksdirecteur bij Forex.com, merkt op: “De Verenigde Staten willen niet dat Europa op de fles gaat of dat de schuldencrisis nóg meer uit de hand loopt dan toch al het geval is, vooral niet in een verkiezingsjaar. De Chinezen zijn van Europa afhankelijk voor hun groei, dus het idee van een politiek motief is grote onzin.

Maar het zou ook kunnen dat de critici een onaangename conclusie hebben getrokken: dat – wat zijn fouten ook mogen zijn geweest – S&P het deze keer wél bij het rechte eind had. En dat niet alleen. Hoewel weinigen het misschien zullen geloven, heeft de kredietbeoordelaar een betere staat van dienst als het om de schulden van de eurozone gaat dan veel marktpartijen.

S&P laat zich niet uit het veld slaan

Neem allereerst eens de beslissing van afgelopen maandag, 5 december. Zeker, de timing daarvan was provocatief. Maar S&P laat zich niet uit het veld slaan. Volgens de kredietbeoordelaar was het van belang te waarschuwen voor een mogelijke afwaardering van de kredietstatus voor 15 van de 17 lidstaten van de eurozone – inclusief Duitsland – vóór de start van een cruciale topconferentie van de Europese Unie op 8 december.

In reactie op de kritiek verklaarde Moritz Kraemer, een staatsschuldenanalist bij S&P, gisteren: “Wij denken dat de systeemrisico's in de eurozone de afgelopen weken aanzienlijk zijn gestegen en we zijn bezorgd over de gevolgen voor de kredietwaardigheid als de top geen effectief en geloofwaardig antwoord oplevert. Nu er in het eerste kwartaal van 2012 grote hoeveelheden schulden moeten worden geherfinancierd en de eurozone naar verwachting in de eerste helft van dat jaar zal terugzakken in een recessie, wordt de tijd krap om tot een oplossing te komen.

S&P heeft vijf onderling samenhangende factoren genoemd als reden voor zijn stap: “de verslechterende kredietomstandigheden” bij de banken van de eurozone; “de hogere risicopremies op de staatsobligaties van een toenemend aantal eurolanden”; “de aanhoudende onenigheid” onder Europese beleidsmakers; de stijgende schulden van overheden en huishoudens; en “het toenemende recessiegevaar”.

Bezuinigingen alleen bieden geen oplossing

Geen van deze vijf factoren is noemenswaardig veranderd door de afspraken waarmee Merkel en Sarkozy afgelopen maandag naar buiten traden, of door de mogelijke stappen in de richting van een nauwere samenwerking op begrotingsgebied. S&P heeft ook bedenkingen over de hervormingsagenda van Merkel: “Nu de groei van de Europese economie afneemt, geloven we dat een hervormingsproces dat louter is gebaseerd op bezuinigingen zichzelf wel eens in de vingers zou kunnen snijden.

Niets van dit alles zou de markten mogen verbazen, zeker niet de analyse dat een nauwere samenwerking op begrotingsgebied ook de landen met de hoogste kredietstatus – Duitsland, Frankrijk, Nederland, Finland, Luxemburg en Oostenrijk – kwetsbaarder kan maken voor de praktijken van de spilziekere landen.

Nicolas Veron heeft er in oktober in een rapport voor de Brusselse denktank Bruegel op gewezen dat – ondanks de kritiek dat kredietbeoordelaars “negatieve veranderingen in de stemming van beleggers teweeg kunnen brengen – (…) het niet vaak voorkomt dat kredietafwaarderingen de markten verrassen. Meestal volgen zij eerder ná het afkalvende marktsentiment dan dat zij eraan voorafgaan. Als de kredietbeoordelaars wél de eerste stap zetten, wordt daar door beleggers dikwijls niet veel aandacht aan geschonken, zoals toen S&P in 2004 was begonnen de kredietstatus van Griekenland te verlagen.

Ook het noodfonds kan zijn AAA-status verliezen

Dat brengt ons op een tweede punt. S&P heeft de kredietstatus van Italië, al snel gevolgd door Griekenland en Portugal, voor het eerst verlaagd in 2004. Destijds maakten de schuldenmarkten nauwelijks verschil tussen de kredietrisico's van de diverse lidstaten van de eurozone. S&P heeft net als zijn concurrenten de crisis inderdaad niet snel genoeg zien aankomen. Maar aanvankelijk lag de kredietbeoordelaar wel vóór op de markten.

Een steekhoudender kritiek is dat de kredietbeoordelaars een slechte situatie alleen nog maar verergeren. Veron heeft erop gewezen dat dit komt doordat verwijzingen naar de inschattingen van de kredietbeoordelaars “ingebed” zijn in “contractuele voorwaarden en eisen van de toezichthouders.(…) Op deze manier kunnen de waarderingen, ook al betogen de firma's zelf dat dit slechts opinies zijn, een mechanisch effect teweegbrengen als zulke voorwaarden bijvoorbeeld de gedwongen verkoop van bepaalde effecten ten gevolge hebben.” Dit probleem probeert Michel Barnier, de Europees Commissaris voor de Financiële Markten, nu aan te pakken.

Een afwaardering van de kredietstatus door S&P van de landen waarop nu extra goed wordt gelet zou de Europese Financiële Stabiliteits Faciliteit, het noodfonds voor de eurozone, in gevaar kunnen brengen. De AAA-status van dat fonds hangt af van de kredietstatus van de landen die dit fonds ondersteunen. Noyer zou er niet blij mee zijn. Maar dat is niet echt het probleem van S&P.