Roept de crisis de noodzaak op om een nieuw evenwicht te creëren binnen de Europese democratie? Dat is de vraag, terwijl de tovenaarsleerlingen van de Europese institutionele machinerie zich eens te meer over het communautaire bouwwerk buigen. Wat er in politiek opzicht op het spel staat, is even simpel als cruciaal: aangezien er nu een nieuwe begrotingsdiscipline moet worden ingevoerd, is het de vraag wie daarvoor in laatste instantie garant moet staan.

Angela Merkel zei het in september al ten overstaan van de christendemocraten in de Bondsdag en heeft het sindsdien voortdurend herhaald: het begrotingsbeleid van de lidstaten moet onder toezicht worden geplaatst van het Hof van Justitie in Luxemburg, dat ´begrotingszondaars´ voortaan zal bestraffen [deze oplossing is door het compromis dat Angela Merkel en Nicolas Sarkozy op 5 december hebben bereikt, inmiddels terzijde geschoven, red.]. Daarmee is de koers uitgezet, die eens te meer bevestigt hoe precair de politieke legitimiteit in de Europese Unie is: geloofwaardigheid van de euro kan alleen buiten de politiek om worden bereikt.

Strikte eerbiediging van de economische vrijheden

En dan hebben we het geenszins over een ´Bismarckiaans´ beleid, zoals Arnaud Montebourg [socialistisch parlementslid, red.] enigszins onhandig verklaarde, maar over de wederopleving van een van de best gewortelde stromingen van het liberalisme, namelijk het ordoliberalisme. Dit ontstond in Duitsland in de periode tussen de beide wereldoorlogen en raakte na de Tweede Wereldoorlog onder de naam sociale markteconomie in zwang door toedoen van de invloedrijke Duitse christendemocratische minister van Economische Zaken (1949-1963) en bondskanselier (1963-1966) Ludwig Erhard.

Wij zijn dank verschuldigd aan Michel Foucault [Franse filosoof, red.], die in zijn colleges aan het Collège de France in januari 1979 wees op de originaliteit van deze stroming binnen het liberalisme. Bij het ordoliberalisme vormen de (constitutionele) rechtsregels en de rechter de voornaamste drijfveer en waarborg voor de opbouw van een politieke orde die gebaseerd is op een strikte eerbiediging van de economische vrijheden en de vrije mededinging.

Decennialang werd de ´methode-Monnet´ bejubeld

Tegenover een beleid dat niet in staat wordt geacht een klimaat van stabiele uitgangshypothesen te creëren voor de economische actoren, kan alleen de constitutionele regel (de fameuze ´gouden regel´) bescherming bieden tegen een ´tijdelijk gebrek aan samenhang´ van de democratische regeringen. Naar deze maatstaf dient het Duitse voorstel te worden beoordeeld, waarin de begrotingsbevoegdheid – de belangrijkste bevoegdheid van het parlement – dus onder toezicht van de rechters wordt geplaatst.

Deze ideeënrichting is weliswaar niet nieuw in Brussel. Decennialang is de ´methode-Monnet´ bejubeld, die pleit voor een verlichte technocratie die de economische en politieke modernisering van het continent een impuls moet geven. Maar daardoor is men vergeten dat Europa zijn wortels ook ontleent aan dit ordoliberale juridisch-economische credo, dat met name in Duitsland nog altijd sterk leeft.

Een authentieke doctrine met betrekking tot het Europees federalisme

Een van de pijlers van de Europese eenwording, namelijk het beleid inzake de vrije mededinging, is dan ook moeilijk te begrijpen als wij ons niet verdiepen in de banden met de Duitse ordoliberale kringen, die lange tijd hecht bleven.

Aan de hand van deze ideeën, die – volgens de uitspraak van een van de belangrijkste denkers van deze stroming, Walter Röpke – een vorm van liberaal interventionisme rechtvaardigen, kunnen wij plannen uitdenken voor een ´sterk Europa´ en een versterking van de supranationale overheidsinstellingen. Maar alleen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze apolitiek en onafhankelijk blijven, naar het voorbeeld van de Europese Centrale Bank (ECB) en het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Duits voorstel is meer dan een kortstondige oplossing

Uiteindelijk bergt het Duitse voorstel heel wat meer in zich dan een kortstondige oplossing voor een noodsituatie. Het voorstel sluit aan op een authentieke doctrine met betrekking tot het Europees federalisme en zou een einde maken aan de geleidelijke opkomst van een democratische logica binnen supranationale instellingen die onder invloed van de economische modernisering zijn ontstaan.

Anders gezegd: dit voorstel zou de ultieme mislukking van de herhaalde pogingen om een politieke Grondwet in te voeren bekrachtigen, evenals de aanzet tot een Europese economische Grondwet. Heeft de [Franse] regering op dit punt dan zo weinig Europese ideeën, dat het als tegenontwerp voor de Unie slechts een bescheiden intergouvernementele oplossing weet in te brengen?