Groot-Brittannië: Geef gewoon toe dat wij gelijk hebben!

12 december 2011 – The Daily Telegraph (Londen)

Als Groot-Brittannië na de lastige EU-top van vorige week gemarginaliseerd is geraakt, komt dat alleen maar doordat de leiders van het Europese continent woedend zijn dat het Verenigd Koninkrijk ooit heeft willen meedoen aan het problematische europroject, stelt de burgemeester van Londen.

Ik weet dat sommige mensen er overstuur van zijn dat al die machtige Europeanen zo boos zijn geworden. Angela Merkel heeft gezegd dat we niet eens behoorlijk hebben onderhandeld. Nicolas Sarkozy kan zich er nauwelijks toe brengen de naam 'Groot-Brittannië' uit te spreken en is gefilmd toen hij blijkbaar weigerde David Cameron de hand te schudden.

Over het hele Europese vasteland staan de kranten vol met woedende koppen over de algehele arrogantie en domheid van de Englanders/Anglais/Inglesi. Ik keek naar een zielig liberaal-democratisch lid van het Europees Parlement, dat leek te zullen ontploffen van walging over het optreden van het Verenigd Koninkrijk tijdens de recente topconferentie.

En er moeten veel mensen in dit land zijn die een beetje zijn geschrokken van het venijn van de kritiek. Dagenlang heeft de BBC ons op plechtige toon voorgehouden dat we 'geïsoleerd' en 'gemarginaliseerd' zijn geraakt – alsof er is besloten dat we ons als een stel beschilderde wilden op ons mistige eiland zullen terugtrekken. Daarom hoop ik dat iedereen zich gerustgesteld zal voelen als ik erop wijs dat onze Europese vrienden en bondgenoten niet echt boos zijn over de top.

Iedereen gedraagt zich alsof er iets bijzonders was aan het gebruik door David Cameron van het vetorecht – alsof er eindelijk een nationaal Excalibur-zwaard uit de rots is getrokken, of de Trident eindelijk is gelanceerd vanuit zijn zilte schuilplaats [een met een kernkop uitgeruste onderzeebootraket, red.].

We hebben helemaal gelijk gekregen met de euro

De werkelijkheid is dat veel Britse premiers al veel eerder zaken hebben geblokkeerd die niet in het belang zijn van dit land – van Thatcher, die de begroting van de Europese Unie dwarsboomde, tot Tony Blair, die zijn steun onthield aan de bronbelasting. En veel andere Europese premiers zijn veel luidruchtiger te keer gegaan dan de Britten – denk maar eens aan Felipe González van Spanje, die Europese topconferenties placht op te houden totdat hij vond dat hij genoeg Ierse kabeljauw en schelvis voor zijn vissers in de wacht had gesleept.

Nee, ze zijn niet echt kwaad op ons omdat we ons verzetten tegen het nieuwe verdrag voor een begrotingsunie. De reden dat onze mede-Europeanen zich bij voortduring zo boos maken over de Britten is dat we helemaal gelijk hebben gekregen met de euro. Britse ministers gaan al twintig jaar of langer in Brussel langs om te zeggen dat ze dol zijn op alles wat met de gemeenschappelijke markt te maken heeft, maar dat ze twijfelen aan de wijsheid van de pogingen een monetaire unie te creëren. En sommigen van ons zeggen al meer dan twintig jaar dat een monetaire unie niet kan werken zonder politieke unie – en dat een politieke unie democratisch onmogelijk is.

We hebben gewaarschuwd dat er een soort centrale Europese regering nodig zou zijn om nationale begrotingen en belastingen te controleren, en dat de volkeren van Europa dat niet zouden pikken. En kijk nu eens. Het waren niet de Angelsaksische bankiers die de problemen in de eurozone hebben veroorzaakt,Sarkozy mon ami. Dat lag aan het totale onvermogen van de landen van de eurozone – Frankrijk voorop, tussen twee haakjes – om te voldoen aan de regels van het Verdrag van Maastricht.

De euroleiders zijn kwaad omdat hun oplossingen niet werken

En aan de weigering van de Grieken om hun uitgaven in de hand te houden of hun sociale zekerheidsstelsel te hervormen. In Griekenland en Italië zijn de democratische leiders effectief afgezet, in de hoop de markten te kunnen kalmeren en de euro te redden. En wat de leiders van de landen van de eurozone nóg kwader maakt, is dat het niet lijkt te werken.

Ze verwijten David Cameron zijn veto te hebben uitgesproken over een nieuw Europees Verdrag, terwijl hij dat helemaal niet heeft gedaan. Het staat de andere lidstaten van de Europese Unie volledig vrij om verder te gaan met het vormgeven van hun eigen, nieuwe begrotingsregels. Als ze willen, kunnen ze zelfs een Europese economische regering in het leven roepen.

Ze zouden kunnen besluiten dat de tijd is aangebroken – ook al voelen de kiezers zich toch al vervreemd van het politieke proces – om gevoelige beslissingen over belastingen en uitgaven over te laten aan niet-gekozen bureaucraten. Het lijkt me dat dit iets zeer gevaarlijks zou zijn, omdat de volkeren van deze supranationale begrotingsunie er snel achter zouden komen dat ze hun regering dan niet meer naar huis zouden kunnen sturen.

De ruzie verbloemt het werkelijke falen van de top

Ik betwijfel ten zeerste of dit zou werken, omdat er geen speciale reden lijkt te zijn waarom nationale overheden een nieuwe verzameling 'bindende' regels wél zouden respecteren als ze dat met de 'bindende' regels van Maastricht niet hebben gedaan – tenzij er sprake zou zijn van een of ander geheim voorstel om ze daartoe met geweld van een Europees leger te dwingen.

Maar ook al heeft deze begrotingsunie dan misschien weinig kans van slagen, er is geen enkele reden waarom David Cameron ons land zou moeten onderwerpen aan een project dat intellectueel, moreel en democratisch bankroet is. Hij had groot gelijk toen hij zei dat Groot-Brittannië niet zou meedoen; en de reden dat de anderen boos zijn op het Verenigd Koninkrijk is dat de ruzie het werkelijke falen van de top verbloemt – het vinden van een oplossing voor de problemen van de euro. De beste hoop is nu dat iedereen even een afkoelingspauze inlast en zich richt op wat de Europese burgers echt van hun instellingen verlangen.

De euro zal wel of niet worden gered – hoewel het onwaarschijnlijk is dat de munt over een jaar nog in zijn huidige vorm zal bestaan. Het beste zou zijn als de Grieken (en wellicht nog een paar anderen) een ordelijke aftocht mogen blazen om van de pijn verlost te zijn. Maar er zijn nog steeds veel zaken die de Europese Unie haar worstelende volkeren wél kan aanbieden.

Na twintig jaar nog steeds allerlei handelsbeperkingen

In januari is het twintig jaar geleden dat de gemeenschappelijke markt van start ging, en toch zijn er nog steeds allerlei handelsbeperkingen van kracht.

Aan de ene kant proberen we Europa een economische regering te geven, en aan de andere kant hebben we nog niet eens de dienstenrichtlijn weten in te voeren, die opticiens, advocaten en verzekeringsmakelaars de kans zou geven zich vrijelijker in andere Europese jurisdicties te vestigen. We zeggen tegen de Grieken dat ze het beheer over hun economie moeten uitbesteden aan de Europese Commissie – en we kunnen nog niet eens overeenstemming bereiken over een gemeenschappelijke Europese standaard voor stekkers.

Iedereen maakt zich nu zorgen dat de andere Europese landen Groot-Brittannië zullen willen 'straffen,' misschien wel door de invoering van nieuwe richtlijnen op het gebied van de financiële dienstverlening, die de Londense City schade moeten toebrengen. Voorzover dat al een probleem is, is dat geen probleem dat door deze topconferentie erger is geworden.

En voorzover we onze Europese geloofsbrieven moeten benadrukken, is de tijd nu aangebroken om een positieve visie op Europa uit te dragen, die individuen en bedrijven feitelijk helpt. De volgende keer dat de leiders een topconferentie houden, moeten we ze opsluiten totdat ze het eens zijn over de dienstenrichtlijn en de eurostekker.

Vertaald uit het Engels door Menno Grootveld

Factual or translation error? Tell us.