Groot-Brittannië verlaat de Europese Unie niet, nog niet. Maar misschien heeft de EU Groot-Brittannië wel al opgegeven. De rookwolken rond de strijd in Brussel van 8 en 9 december 2011 zijn nog bezig op te trekken. Zowel in Brussel als in Londen is er in psychologisch en politiek opzicht echter een onherroepelijke stap gezet.

De Britse premier heeft zijn toch al slechte kaarten ook nog eens heel slecht gespeeld. Hij manoeuvreert Groot-Brittannië binnen de EU in een zeer geïsoleerde positie, iets wat zelfs Thatcher bij haar eis van destijds, “geef ons geld terug”, handig heeft weten te omzeilen. Cameron heeft de gehaaide eurosceptici in zijn eigen partij en de Britse pers wat bloed laten proeven en dat zou zomaar ineens kunnen omslaan in honger naar meer.

Er liggen maanden van lastige onderhandelingen in het verschiet, waarbij Groot-Brittannië zelf bereidwillig de rol van boosdoener toebedeeld krijgt van onze bezorgde Europese partners, die een strijd leveren om te voorkomen dat de euro uiteenvalt. In zo’n koortsachtige stemming zowel in Groot-Brittannië als op het Europese vasteland is een feitelijk of zelfs een werkelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU niet langer ondenkbaar.

De vorige keren dat er strijd ontstond tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU ging het over belangrijke, maar in wezen ondergeschikte onderwerpen, zoals landbouwbeleid of bijdragen aan de begroting of de export van gekke koeienvlees. Premier Cameron is erin geslaagd zichzelf in een positie te manoeuvreren van Groot-Brittannië tegenover de rest op een van de meest fundamentele onderwerpen: de redding van de euro en van de EU zelf.

Kaaimaneilanden van de EU

De Britse premier werd in de Europese media opgevoerd als een soort boze fee. Hij wilde niet meegaan in het voorgestelde huwelijk van een nieuw euroverdrag voor de 27 lidstaten. Dat was zijn goed recht. Maar om tegemoet te komen aan de eurosceptici in zijn eigen partij, weigerde hij bovendien de anderen toestemming om zo’n verdrag op te stellen, tenzij ze Groot-Brittannië, of eigenlijk de Londense City, een ‘onthuwelijkscadeau’ gaven.

Hij wilde dat Groot-Brittannië een soort Kaaimaneilanden binnen de EU zou worden: wel de lusten van het lidmaatschap van een interne Europese markt voor financiële dienstverlening, maar niet de lasten van toezicht of regulering door de EU. Daar konden de andere regeringsleiders niet mee instemmen. David Cameron wist dat ze dat nooit zouden accepteren.

De meeste andere lidstaten gingen in plaats daarvan voort met plannen voor een apart, losser intergouvernementeel verdrag over begrotingsdiscipline en een nog-net-geen-begrotingsunie voor de zeventien eurolanden.

De 23 lidstaten, en misschien zelfs meer, die zich aansluiten bij het nieuwe verdrag komen maandelijks bijeen en zullen zolang de crisis aanhoudt ook maandelijks een top houden. In sommige gevallen kunnen ze akkoord gaan met gemeenschappelijke posities die de economische belangen van het Verenigd Koninkrijk schaden en die vervolgens met meerderheid van stemmen aan de hele EU opleggen.

Als premier Cameron niet de rol van buldog voor de eigen huisdeur had gespeeld, was er misschien toch wel een losser “verdrag van zeventien-plus” uitgekomen.Door maximale eisen te stellen voor de City (en de rechtse eurosceptici) behoedt de premier een aantal landen, waaronder Frankrijk, voor de valkuilen van een nieuw EU-verdrag en biedt een schuilplaats tegen de pas ontdekte ijver waarmee bondskanselier Angela Merkel voor een federatie strijdt.

Psychologische kloof

Er zit echter een psychologische kloof tussen een consensusbesluit van de EU om voor deze ‘op een na beste’ oplossing van een gouvernementeel verdrag te gaan en een besluit dat wordt afgedwongen door Groot-Brittannië dat daarvan ook de schuld krijgt. We kunnen een mysterieuze, akelige strijd verwachten over de vraag hoe het nieuwe 'begrotingspact' ten uitvoer kan worden gebracht en hoe er toezicht op kan worden gehouden.

Blijft David Cameron bij zijn eis van een Kaaimaneilandenstatus voor de City als prijs voor het instemmen van het VK met het feit dat EU-instellingen toezicht zouden moeten gaan houden op de nieuwe intergouvernementele regels voor de eurolanden? Als hij weigert, zou het ‘begrotingspact’ gevaar kunnen lopen en daardoor de euro en de Europese en Britse economieën over de rand van de afgrond kunnen duwen.

Als hij toegeeft, zal de Eurosceptische lobby – absoluut immuun voor het argument dat Europese en Britse belangen met voeten worden getreden – proberen hem af te straffen. Het is overigens nog maar de vraag of het ‘begrotingspact’ dat in maart 2012 moet worden afgerond, indruk zal maken op de markten en internationale beleggers kan overtuigen om weer staatsleningen van eurolanden te gaan kopen.

De euro kan alsnog uiteenvallen en daarmee dreigt voor de EU hetzelfde lot. Een ‘sterker’ verdrag van de 27 lidstaten zou misschien plausibeler zijn geweest voor de markten, maar misschien ook niet. Als beleggers er toch hun neus voor ophalen, wordt David Cameron een gemakkelijke zondebok voor Frankrijk, Duitsland en andere landen.

Een Europa van Groot-Brittannië tegen de rest

De werkelijke nationale belangen van het VK vereisen dat we een centraal en gerespecteerd lid van de EU blijven om op te komen voor gemeenschappelijke Europese politieke en economische waarden in een wereld met steeds meer bedreigingen.

Een verdrag van de 27 lidstaten zou geen nieuwe begrotingsdiscipline hebben opgelegd aan landen buiten de eurozone, zoals Groot-Brittannië. Het zou de Britse regering in staat hebben gesteld vanuit een invloedrijke positie binnen de Unie vorm te geven aan haar eigen EU-beleid, inclusief de financiële regulering.

We krijgen nu niet te maken met een Europa van twee snelheden of twee lagen, maar met een Europa van Groot-Brittannië tegen de rest. De Britten zullen ongetwijfeld ook in hun nieuwe isolement hun trotse houding handhaven. Net de Kaaimaneilanden, maar dan in de regen.