Egocentrisme

Ierland - Je kunt het natuurlijk uitleggen zoals als de Ierse minister van Cultuur dat doet. “Wij zijn een gelukkig volk”, zei hij onlangs, “en een principieel, oprecht volk. Voor buitenlandse beleggers zijn dat belangrijke punten.” Zonder twijfel. Maar de belastingtarieven die Ierland biedt, zijn bij nadere beschouwing misschien ook wel een reden waarom het eiland in de Atlantische Oceaan internationale ondernemingen aantrekt als een magneet.

De Ierse ondernemingsbelasting bedraagt slechts 12,5 procent. Dat is veruit het laagste tarief in Europa. Het grootste deel van de lidstaten van de Europese Unie eist van bedrijven een belastingafdracht van zo'n 30 procent, zoals in Duitsland en Frankrijk. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat op een interne markt, waar ieder dezelfde concurrentiemogelijkheden zou moeten hebben, zoiets bestaat?

Al vóór de schuldencrisis lokte Ierland machtige multinationals bij bosjes tegelijk naar zich toe: Facebook, Intel, Pfizer, Merk, SAP, IBM – zij verdrongen zich allemaal op het eiland van het ‘céad míle fáilte’, het honderdduizendvoudige welkom. Dat was leuk, maar ook het gevolg van een eilandlogica: hoe meer firma's zich daar samenpakten, des te behoedzamer de staat met de belastingtarieven kon omspringen. De Ierse regering wil nu weliswaar een paar belastingen verhogen, maar niet de ondernemingsbelasting.

Ierland moet volgens Dublin nu eenmaal een paar natuurlijke nadelen in de concurrentiestrijd compenseren. Zo kun je bijvoorbeeld niet per trein naar het eiland reizen. Nou ja. Sinds wanneer kan dat de IT- en verzekeringsbranche iets schelen? Bovendien: het is ook wat waard als je het enige Engelssprekende bruggenhoofd in de eurozone bent. Dus, Ierland: blijf oprecht, solidair en gelukkig! Jochen Bittner

Arrogantie

Frankrijk - Half-december zal het het Franse nucleaire concern Areva zijn plannen bekendmaken voor het schrappen van duizenden arbeidsplaatsen, maar de werknemers hoeven niet bang te zijn voor hun baan. “Er zullen geen gedwongen ontslagen vallen, dat is de lijn die de staat wenst”, liet minister van Financiën François Baroin weten, nadat de eerste berichten over de voorgenomen inkrimping van het personeelsbestand waren doorgesijpeld.

Baroin ontbood meteen topman Luc Oursel van Areva. “Er zal geen besluit genomen worden waarbij arbeidsplaatsen als marktwaar worden behandeld, welke gevolgen een verdere groeivertraging van de wereldeconomie ook mag hebben”, werd hem ingeprent. Daarbij ging het nadrukkelijk om Franse arbeidsplaatsen.

In Frankrijk is hier niemand verbaasd over. Dit maakt al onderdeel uit van het staatsdenken vanaf het moment dat Jean-Baptiste Colbert, de minister van Financiën van zonnekoning Lodewijk XIV, begon de economie via dirigistische maatregelen te 'sturen'. Het doet er niet toe dat 87 procent van Areva in staatshanden is. Want ook toen het krap bij kas zittende particuliere autoconcern PSA Peugeot Citroën onlangs bekendmaakte arbeidsplaatsen te zullen lozen, beloofde minister van Industrie Éric Besson meteen dat in Frankrijk alle banen behouden zouden blijven.

Ook topman Carlos Ghosn van Renault werd al eens op het matje geroepen, toen hij een klein deel van de productie naar Turkije wilde verplaatsen. Het 'verbod' op de uitbesteding van de productie aan opkomende landen is vandaag de dag overigens een belangrijke oorzaak van de problemen van de Franse autofabrikanten. Dat is wat er gebeurt als de staat zich als hoeder van de economie opdringt. De productiekosten stijgen, de goederen worden te duur. Om een terugloop van de export tegen te gaan, wordt het protectionisme versterkt. Dat is een vicieuze cirkel. In het beste geval wordt zo onrendabele arbeid gesubsidieerd. In het slechtste geval misbruikt het Elysée zijn macht over de bedrijven als politiek wapen.

De Franse politici zijn overtuigde Europeanen op het moment dat ze er zelfstandig niet uit kunnen komen. Dit heeft geleid tot de oprichting van EADS, het grootste luchtvaart- en wapenconcern van Europa. Daarom zijn zij ook geïnteresseerd in een Europese alliantie van scheepswerven, naar analogie van de vliegtuigbouwer.

Toen Siemens een voet tussen de deur bij zijn Franse concurrent Alstom probeerde te krijgen, werd dat verhinderd door de toenmalige minister van Economische Zaken en huidige president, Nicolas Sarkozy. Diezelfde Sarkozy had in 2004 ook de overname van het Duits-Franse farmacieconcern Aventis door het Franse Sanofi op touw gezet, waardoor het op twee na grootste farmacieconcern ter wereld het licht kon zien. En conform zijn wensen werd de formulering van een 'interne markt met vrije en onvervalste concurrentie' uit het EU-hervormingsverdrag geschrapt. Hoe lang zal de Europese Unie zoveel hoogmoed nog tolereren? Karin Finkenzeller

Hebzucht

Groot-Brittannië - Hebben de Britten de klap dan niet gehoord? Alsof de financiële wereld de afgelopen drie jaar niet ineen is gestort, blijven zij denken het verlies van hun industrie te kunnen goedmaken door te speculeren met buitenlands geld. Het verlies van de ander moet nog steeds hun winst blijven. Koppig en hardleers houden ze eraan vast dat de vermeende logica van de markt zo onweerstaanbaar is, dat politiek en maatschappij zich er tenslotte wel aan móeten onderwerpen.

In deze vreemde wereld van het dolgedraaide vrijheidsbegrip van John Stuart Mill en Adam Smith was het mogelijk, dat in de Londense City een financieel systeem zonder noemenswaardige regulering is ontstaan, waar werd gehandeld in alle gecompliceerde derivaten en gewaarborgde waardepapieren die in 2008 de crisis hebben veroorzaakt. Daar werden miljarden euro's van de spaarrekeningen en uit de pensioenfondsen van eenvoudige bankklanten vergokt, terwijl de Londense bankiers buiten schot bleven.

Toen de Europese regeringen hun banken uiteindelijk te hulp moesten schieten, brak de crisis van de staatsfinanciën uit. Toch blijft Londen zich verzetten tegen het idee een deel van de risico's bij beleggers onder te brengen. En de door de Duitse regering voorgestelde belasting op financiële transacties, waardoor het 'short sellen' op de valutamarkt aantoonbaar aan banden zou kunnen worden gelegd, werd door de Britse minister van Financiën George Osborne theatraal “een gouden kogel in het hart van de City” genoemd. Wie zo onverbeterlijk tegen de stroom in zwemt, kan misschien maar beter ergens anders gaan baden. John F. Jungclaussen