Op 12 december lanceerde Neelie Kroes, eurocommissaris voor de Digitale Agenda, een initiatief waar Europa op dit moment grote behoefte aan heeft. Het is een project dat niet veel hoeft te kosten, maar wel veel kan opleveren: “Overheidsgegevens worden goudmijn" luidt de titel van dit programma waarin concrete voorstellen worden gedaan om de Europese richtlijn uit 2003 inzake hergebruik van overheidsinformatie te herzien.

Als deze gegevens, die worden geproduceerd, verzameld of gekocht door overheidsinstanties, ter beschikking worden gesteld aan bedrijven en burgers, zal dit het ontstaan van diverse projecten in het bedrijfsleven, in de cultuursector en in de samenleving tot gevolg hebben. Het gaat dan vooral om wegenkaarten, weers- en verkeersinformatie, statistische gegevens, informatie over milieu, toeristische, maritieme, wetenschappelijke en culturele informatie. Op dit moment ben ik in Boston en daar stelt het lokale openbaar vervoer (MBTA) bijvoorbeeld informatie over de actuele positie van bussen, treinen en metro aan reizigers beschikbaar, zodat iedereen daar vrijelijk gebruik van kan maken. Zo zijn er tenminste 35 apps voor smartphones ontwikkeld, waarvan een aantal gratis, terwijl voor anderen moet worden betaald. Met deze apps kunnen reizigers op een slimme en efficiënte wijze gebruikmaken van het openbaar vervoer.

Nieuw tijdperk van open gegevens

We staan nog maar aan het begin van dit nieuwe tijdperk van open gegevens ("open data"). Naarmate er meer nieuwe gegevens openbaar worden gemaakt, wordt het ook mogelijk om ze te combineren, waardoor nieuwe apps het licht zullen zien die nog efficiënter zijn en het leven voor bedrijven en gebruikers nog makkelijker zullen maken.

Stel, je hebt zin om uit te gaan en je wilt een voorstelling zien. Een app zou dan actuele informatie uit verschillende bronnen over bioscopen, theaters, openbaar vervoer, verkeer, parkeergelegenheid en restaurants kunnen vergaren: in een paar seconden tijd krijg je alle slimme mogelijkheden gepresenteerd voor een avondje uit.

Overheidsuitgaven openbaar gemaakt

Toeristen, maar ook stadsbewoners, zullen dit soort toepassingen beslist weten te waarderen. Een ander voorbeeld: het feit dat er gedetailleerde bronnen van overheidsuitgaven openbaar worden gemaakt biedt verenigingen en belastingbetalers de mogelijkheid om niet alleen nauwkeuriger op de hoogte te blijven over de wijze waarop ons belastinggeld wordt uitgegeven – en misschien eventuele verspilling te ontdekken –, maar ook een groter burgerbesef te ontwikkelen.

We staan nog maar aan het begin van dit nieuwe tijdperk, maar de aankondiging van de Europese Commissie, die een van de pijlers van de Digitale Agenda voor Europa vormt, zou de aandacht van de lidstaten moeten trekken. Juist omdat Brussel verwacht dat de economische effecten in de EU in de buurt komen van 140 miljard euro per jaar.

Dat is een goed begin, maar er moet nog heel wat werk worden verzet om tenminste een deel van dat bedrag te verwezenlijken: zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de beschikbare gegevens moet omhoog en er moeten allianties worden gesloten tussen de publieke en private sector. Bovendien is het zaak de weerstand te overwinnen bij een groot aantal ambtenaren die zich gedragen alsof deze gegevens hun persoonlijk eigendom zijn in plaats van collectief erfgoed.