De tweede regeerperiode van Viktor Orbán wordt gekenmerkt door de ambitie om korte metten te maken met de ideologie die Hongarije sinds de val van het communistische regime domineert. Alles wat Orbán doet en zegt staat in dit teken. Het leidende idee van de afgelopen twintig jaar was namelijk “modernisering”. “Soevereiniteit” speelde slechts op zijdelings mee, als achtergrondmuziek.

Het doel van de tweede regering Orbán – de eerste duurde van 1988 tot 2002 – is dan ook om de soevereine macht weer op te bouwen die de afgelopen acht jaar [onder de liberaalsocialistische regeringen] was afgebrokkeld. Het is de ambitie van Orbán om een Hongaars kapitalisme in te voeren. Het economische beleid van zijn minister van Economie, dat ogenschijnlijk kop noch staart heeft, is voor hem slechts een middel om het netwerk af te breken dat de touwtjes van de economie nog steeds strak in handen heeft. Voor de rest laat het plan van Orbán niets aan duidelijkheid te wensen over: Hongaars kapitalisme kan niet bestaan zonder Hongaars kapitaal, met name financiële geldstromen.

Maar hoe kunnen we weten of geld, dat per definitie niet stinkt, al dan niet “Hongaars” is? In hoeverre kan een bank, die een grote klantenkring in het land heeft en werkgelegenheid schept voor duizenden Hongaren, als “buitenlands” bestempeld worden? Het is simpel: volgens het “systeem Orbán” kan kapitaal als Hongaars worden beschouwd als het bereid is bij te dragen tot de invoering van een Hongaars kapitalisme, ook al blijven de contouren hiervan vaag.

Financiële instellingen om de markten te "overmeesteren"

**Om dit kapitalisme door te voeren, zijn financiële instellingen – banken en verzekeringsmaatschappijen – noodzakelijk die in staat zijn om de markten te “overmeesteren”. Deze instellingen kunnen worden opgericht door directe investeringen van de staat in nieuwe banken, ofwel door het overheidsdeel in bestaande banken op te kopen. Zodra deze eenmaal operationeel zijn, kan begonnen worden met het inlijven van de andere spelers op de markt.

De financiële instellingen die onlangs door de staat zijn opgericht, worden stuk voor stuk bestuurd door vertrouwelingen van de minister-president. Oostenrijkse of Duitse banken mogen Hongaarse banken opkopen en nergens staat geschreven dat het tegenovergestelde niet is toegestaan.** “Het handjevol financiële instellingen dat nog in handen van de staat is” kan volledig geherkapitaliseerd worden. De privé-instellingen die de afgelopen jaren op autonome wijze zijn ontstaan, zullen, als het moment daar is, makkelijk en volgens de regels door de staat kunnen worden opgekocht. Als je namelijk tweederde van de zetels in het parlement bezit, kun je bijna alles maken.

Als deze instellingen eenmaal een feit zijn, moeten we het kapitaal vinden om over te gaan tot de geplande invasie. Een kind kan de was doen: de staat beschikt over een heel arsenaal aan middelen om “lokale” spelers voor te trekken bij openbare aanbestedingen of om de fiscale regelgeving aan te passen. Zo worden massa's geldleners in de armen van Hongaarse banken gedreven. Kijk maar naar de PSZÁF [de Hongaarse autoriteit financiële markten], die sinds dit najaar steeds vaker boetes oplegt aan ondernemingen met een multinationaal karakter. Bovendien is op financiële instellingen een bijzondere belasting van toepassing waardoor buitenlandse moedermaatschappijen verplicht zijn om netto kapitaal in te brengen in hun Hongaarse dochterondernemingen.

Orbáns project sluit aan op geestestoestand van Hongaren

**Maar vooralsnog zijn er tal van obstakels. Ten eerste hebben de Hongaarse banken niet genoeg geld in kas om tegen een redelijke prijs leningen in forinten aan te bieden. Daarnaast moeten we met beide benen op de grond blijven staan, want de banken zullen nooit in staat zijn om de plaats in te nemen van hun internationale concurrenten op het gebied van leningen aan ondernemingen. De nieuwe spelers van het Hongaarse kapitalisme zullen slechts tot de markt kunnen toetreden via spaargelden of kapitaalverhogingen. Maar de bevolking heeft niets te sparen, de staat leent massaal en bedrijven zitten tot over hun nek in de schulden. In deze situatie hebben we buitenlandse – of Hongaarse – investeerders nodig die overtuigd kunnen worden van de levensvatbaarheid van het project van Viktor Orbán. Maar het is niet erg waarschijnlijk dat deze onderwerpen op de agenda stonden tijdens Orbáns recente bezoeken aan Saoedi-Arabië en China.

Zullen we daarentegen meemaken dat de vestingmuren waarachter de eigenaren van de Hongaarse financiële sector zich momenteel verschanst hebben, scheuren gaan vertonen en zullen instorten? Het is nog te vroeg om dergelijke uitspraken te doen. Maar de recente afwaardering van de overheidsschuld van het land voorspelt weinig goeds. Als er nog meer zullen volgen, zullen veilingen van staatsobligaties gedurende lange tijd bevroren worden. Als de euro zich stabiliseert ver boven de 300 forint en de Zwitserse frank op 250 forint, dan zou dat definitief de deur dicht doen, aangezien de meeste Hongaren schulden hebben in buitenlandse valuta. Maar als het project slaagt, zal er een sterke economie ontstaan die Orbán in de kaart zal spelen en waardoor het land voor ieder ander feitelijk onregeerbaar zal worden. De politici die aan de macht zijn, zullen namelijk geen andere keuze hebben dan om concessies te doen aan en compromissen te sluiten met deze economische reus.

Sinds twintig jaar hebben de postcommunistische en neoliberale elites – die tegenwoordig twee handen op één buik zijn – hun best gedaan om alleen de belangen van het internationale kapitaal te dienen in ruil voor morele en financiële steun van het Westen. Tegenover deze overlevingsstrategie die op defaitisme is gebaseerd, biedt het project van Orbán een toekomstvisie die duizend keer beter aansluit op de huidige geestestoestand van de Hongaren die het zat zijn om onderworpen te worden. Het probleem met dit project is dus niet de kritiek van de kant van de zakenmilieus (die apolitiek zijn) of de liberale of linkse analisten die geneigd zijn om alles in de politieke sfeer te trekken. Nee, het echte probleem is dat het resultaat tragisch zal zijn, of het project van Orbán nu slaagt of mislukt.**