De internationale gemeenschap erkent het als land. Maar sinds de bezetting van het noordelijke deel door het Turkse leger in 1974, wordt de zelf uitgeroepen ”Turkse Republiek van Noord-Cyprus” niet meer erkend door Turkije. Toch lijkt alles vredig, in Nicosia. In het zuidelijke deel van de Cypriotische hoofdstad is het druk in de Lidrasstraat, een winkelstraat die alleen toegankelijk is voor voetgangers. De crisis heeft nog geen zichtbaar effect op de Cypriotische Republiek met zijn 900.000 Grieks-Cypriotische inwoners, dat in 2004 tot de EU toetrad en dat sinds 2008 deel uitmaakt van de eurozone. Het inwonertal groeit licht (0,2%), het werkloosheidscijfer is er laag (6%). En het BBP per inwoner is er drie keer hoger dan dat van ”Noord-Cyprus”, dat ook bij de EU hoort, maar waarvan de communautaire verworvenheden zijn bevroren en waar je met Turkse lira moet betalen. Maar aan beide zijden wordt links gereden, een restant van de Britse kolonisatie.

Opeens sta je in een andere wereld

In de Lidrasstraat, aan Griekse kant, zijn de McDonald’s en de chique winkeltjes stralend verlicht. In het midden, naar het noorden toe, houdt de straat opeens op. Hij krijgt een Turkse naam, Siret Bahçeli. Tot in april 2008 werd de straat helemaal door een muur versperd. Er is nu een gat waar je doorheen kan. Op voorwaarde dat je geen Turkse emigrant bent, aan wie de Grieks Cyprioten een hekel hebben, hoef je alleen maar je paspoort te laten zien. Enkele zielige bloempotten met verlepte bloemen proberen dit no man’s land, net na de grens, een wat vriendelijker uitstraling te geven.

Maar opeens sta je in een andere wereld: Turkse liederen klinken in de winkeltjes waar de neonlichten zeldzamer zijn, een minaret steekt boven de daken uit, er zijn minder mensen op straat, McDonald’s heeft hier geen vestiging willen openen, de maansikkel van de Turkse en Turks-Cypriotische vlag siert triomfantelijk het straatbeeld, de dames dragen een sluier.

Barakken, prikkeldraad en betonblokken

Verderop herbergt de bufferzone, die wordt bewaakt door de Verenigde Naties (vredesmacht UNIFICYP), de resten van de voormalige Franse ambassade, een neogotisch gebouw dat geplunderd is na de Turkse invasie van 1974 en dat nu overwoekerd is door planten. Het noordelijke deel van het eiland wordt nog altijd bezet door 40.000 Turkse soldaten en bewoond door 200.000 Turks-Cyprioten en kolonisten uit Turkije. Deze kolonisten zijn tot emigratie aangezet door Ankara om op kunstmatige wijze de Turks-Cypriotische bevolking te laten toenemen en hier politiek gewin bij te behalen.

De ”groene lijn” die het eiland Cyprus verscheurt, loopt van Oost naar West en doorsnijdt de hoofdstad Nicosia als een scheermes, maar heeft niets van de afschrikwekkende Berlijnse muur. Geen wachttorens ter bescherming van een betonnen ommuring met prikkeldraad er bovenop die wordt beschermd door zandvlaktes. De muur van Cyprus is hier en daar voorzien van een soort provisorische barakken, wat verward prikkeldraad, wat betonblokken waar bomen tussendoor groeien. Alleen de Turks-Cyprioten bouwen en bewaken deze grens, aangezien deze niet wordt erkend door de Grieks-Cyprioten. In 2002 zijn er, door druk vanuit het volk, doorgangen geopend: drie openingen in de hoofdstad en twee elders op het eiland. Maar de Grieks-Cyprioten geven er de voorkeur aan om de grens helemaal niet te passeren, dan dat ze de belediging moeten ondergaan om hun paspoort te tonen om thuis te komen.

Toetreding van Turkije zou een oplossing bieden

Cyprus: dat is de geschiedenis van twee gemeenschappen en twee angsten. Sinds 1963 zijn er 5.000 doden door het conflict gevallen. De Grieks-Cyprioten zijn bang voor het Turkse leger dat het noorden van het eiland heeft overmeesterd en voor het machtmisbruik waaronder ze hebben geleden. De Turks-Cyprioten zijn bang om, als het Turkse leger zich terug trekt, weer te worden behandeld zoals vóór de komst van de soldaten: met geweld en uitsluiting.

Sinds 1964, vier jaar na de onafhankelijkheid van het land, is de VN op het eiland geïnstalleerd als bemiddelaar. In 1974 was de staatsgreep waartoe Griekse kolonels aanzetten, voor Turkije aanleiding om tussen beide te komen. In 2004 heeft de Europese raad de onvoorzichtigheid begaan om toetreding van de Republiek Cyprus goed te keuren voordat de hereniging zeker was. De Grieks-Cyprioten steken de toetreding in hun zak... en weigeren het herenigingsplan van Kofi Annan. De onderhandelingen die met veel moeite weer zijn opgepakt berusten op de goede wil van de Cypriotische president, Demetris Christofias, en op de leider van de Turks-Cypriotische gemeenschap, Mehmet Ali Talat. Beiden zijn ze voorstander van de toetreding van Turkije tot de EU, waardoor er eindelijk een einde zou komen aan dit conflict dat uit een ander tijdperk lijkt te stammen: de bezetting van het ene land door het andere, midden in Europa.

De EU heeft nog meer geschillen op te lossen

Ook elders in Europa duren kleine conflicten nog altijd voort : in Gibraltar, dat wordt bestuurd door de Britten en waarvan Spanje de regering niet erkent; in voormalig Joegoslavië waar Macedonië haar naam niet mag gebruiken van Griekenland, dat trots is op haar gelijknamige provincie; en in Slovenië en Kroatië die nauwelijks zijn begonnen met het oplossen van hun grensconflict. De EU, de vredesmachine voor de staten, is nog niet klaar met het oplossen van zijn geschillen.