Eindelijk worden de Hongaren wakker, alsof ze aan een verschrikkelijke nachtmerrie willen ontsnappen. De aanblik van tienduizenden burgers, die maandag 2 januari in Boedapest de straat opgingen om te protesteren tegen de inwerkingtreding van een grondwet die zij ondemocratisch vinden, vormt een serieuze bedreiging voor de Hongaarse premier Viktor Orbán. Tot die dag was de oppositie er nog nooit in geslaagd zich dusdanig te verenigen dat zij gehoord werd. Dat is nu wel gebeurd.

Een ander opmerkelijk initiatief is dat dertien voormalige Hongaarse dissidenten, van wie sommigen – aan de zijde van Viktor Orbán – voorop liepen in de strijd tegen het communistische regime, een appèl hebben ondertekend, waarin zij benadrukken dat "de Hongaarse samenleving niet alleen het slachtoffer is van de economische crisis, maar ook van haar eigen regering".

Schorsing van de stemrechten

Volgens de schrijver György Konrád, de voormalige anticommunistische dissident László Rajk, oud-burgemeester Gábor Demszky van Boedapest en anderen heeft de huidige regering "de democratische politieke instrumenten uit de handen gegrist van degenen die deze hulpmiddelen zouden kunnen gebruiken om hun problemen op te lossen". De ondertekenaars hebben een petitie opgesteld, die op 7 januari aan de Europese instellingen zal worden aangeboden.

De EU bevindt zich in een lastig parket als het gaat om dit enfant terrible, dat pas zeven jaar lid is. Zij mag niet onverschillig blijven voor de praktijken van de regering-Orbán, zoals de inbreuk die wordt gemaakt op de pluraliteit van de media en op de onafhankelijkheid van de rechtspraak.

De EU heeft in 2010 al fel geprotesteerd. En eind december heeft de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, een brief gestuurd aan Viktor Orbán – de tweede in twee weken tijd – om hem te wijzen op de risico's van zijn beleid. Deze waarschuwing lijkt nauwelijks effect te hebben gehad, net als een brief van Hillary Clinton van gelijke strekking.

De EU kan zich nog beroepen op artikel 7 van het [Verdrag van Lissabon](http://Schorsing van de stemrechten De EU bevindt zich in een lastig parket als het gaat om dit enfant terrible, dat pas zeven jaar lid is. Zij mag niet onverschillig blijven voor de praktijken van de regering-Orbán, zoals de inbreuk die wordt gemaakt op de pluraliteit van de media en op de onafhankelijkheid van de rechtspraak. De EU heeft in 2010 al fel geprotesteerd. En eind december heeft de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, een brief gestuurd aan Viktor Orbán – de tweede in twee weken tijd – om hem te wijzen op de risico's van zijn beleid. Deze waarschuwing lijkt nauwelijks effect te hebben gehad, net als een brief van Hillary Clinton van gelijke strekking. De EU kan zich nog beroepen op artikel 7 van het Verdrag van Lissabon, dat de mogelijkheid biedt tot schorsing van de stemrechten van lidstaten die de democratische regels schenden. Toename macht oppositie is belangrijk Het is echter niet eenvoudig om een regering te straffen die op basis van democratische verkiezingen is gevormd. Daar komt bij dat Brussel slechte herinneringen heeft overgehouden aan het Oostenrijkse precedent: in 2000 hadden de Europeanen krachtig stelling genomen tegen de deelname van een extreemrechtse partij aan de regeringscoalitie in Wenen. Maar toen ze merkten dat hun protesten geen effect hadden, is er uiteindelijk geen actie ondernomen. Dat de macht van de oppositie, het maatschappelijk middenveld en de intellectuelen in Hongarije toeneemt, is belangrijk. Want zo wordt er meer druk uitgeoefend op de EU, die in de eerste plaats een gemeenschap wil zijn waarin democratische waarden de verbindende factor vormen. Geen subsidies voor een land dat regels aan zijn laars lapt Brussel moet ook geen concessies doen als het gaat om het economische beleid van de Hongaarse regering. Op grond van een merkwaardig nationalistisch credo lijkt Orbán besloten te hebben dat zijn land zich zelf wel kon redden, terwijl het toch zwaar getroffen wordt door de crisis. Hij weigert zich te schikken naar de voorwaarden die de EU en het IMF aan hun steunverlening verbinden. Daarom hebben deze twee instellingen de onderhandelingen met Boedapest opgeschort. Ze hebben gelijk. Europa moet een land dat de regels aan zijn laars lapt, niet subsidiëren.), dat de mogelijkheid biedt tot schorsing van de stemrechten van lidstaten die de democratische regels schenden.

Toename macht oppositie is belangrijk

Het is echter niet eenvoudig om een regering te straffen die op basis van democratische verkiezingen is gevormd. Daar komt bij dat Brussel slechte herinneringen heeft overgehouden aan het Oostenrijkse precedent: in 2000 hadden de Europeanen krachtig stelling genomen tegen de deelname van een extreemrechtse partij aan de regeringscoalitie in Wenen. Maar toen ze merkten dat hun protesten geen effect hadden, is er uiteindelijk geen actie ondernomen.

Dat de macht van de oppositie, het maatschappelijk middenveld en de intellectuelen in Hongarije toeneemt, is belangrijk. Want zo wordt er meer druk uitgeoefend op de EU, die in de eerste plaats een gemeenschap wil zijn waarin democratische waarden de verbindende factor vormen.

Brussel moet ook geen concessies doen als het gaat om het economische beleid van de Hongaarse regering. Op grond van een merkwaardig nationalistisch credo lijkt Orbán besloten te hebben dat zijn land zich zelf wel kon redden, terwijl het toch zwaar getroffen wordt door de crisis.

Hij weigert zich te schikken naar de voorwaarden die de EU en het IMF aan hun steunverlening verbinden. Daarom hebben deze twee instellingen de onderhandelingen met Boedapest opgeschort. Ze hebben gelijk. Europa moet een land dat de regels aan zijn laars lapt, niet subsidiëren.