Hoe weet je of iemand die op verdachte wijze bij onze banken rondhangt een agent in burger van de financiële brigade van de Italiaanse politie is? Dat is nogal simpel: hij leest de Wall Street Journal op zijn kop.” Met deze sarcastische toon wil men twee gevoelens bezweren, namelijk ergernis en angst. Enerzijds ergert Zwitserland zich aan de Italianen: nog nooit heeft Rome zo'n krachtig wapen ingezet om kapitaal terug te halen. Anderzijds bestaat er angst: de Zwitserse banken lopen wel degelijk het risico de 200 miljard euro die zij in hun kluizen bewaren, te zien wegvloeien. Maar wat Zwitserland nog het meest vreest is dat het zijn imago van belastingparadijs zal verliezen, waaraan het zijn vermogen grotendeels te danken heeft.

De eerste 'slag' die Zwitserland werd toegebracht, dateert van het einde van de jaren '90, toen het schandaal van de 'onbeheerde nalatenschappen' op de Zwitserse banken aan het licht kwam: het geld van de joden die naar de concentratiekampen waren afgevoerd, was nooit teruggegeven aan hun erfgenamen. Zwitserland heeft zich tegen deze beschuldiging verweerd door vol te houden dat het had geprobeerd de erfgenamen op te sporen, maar dat dat onmogelijk was gebleken. Intussen werden de Zwitserse banken verplicht enige opheldering over hun rekeningen te verschaffen. Daarmee werd – voor het eerst in de geschiedenis – de mythe van de onschendbaarheid van het Zwitserse bankgeheim bezoedeld.

Belastingplichtigen vrezen een heksenjacht

De tweede slag werd afgelopen zomer toegebracht, toen de Verenigde Staten in hun jacht op belastingontduikers de Zwitserse bank Union de Banques Suisses (UBS) dwongen een hele reeks vertrouwelijke gegevens te verstrekken. De derde slag werd geïncasseerd toen de OESO Zwitserland op de “grijze lijst” van belastingparadijzen plaatste. Later werd deze declassering weer ongedaan gemaakt. Maar veel investeerders zijn sceptisch geworden en vragen zich af of hun geld nog wel veilig is in Lugano en omstreken. Tot slot komt de Italiaanse regering nu met zijn fiscale amnestie, die mensen die hun geld op een Zwitserse rekening hebben gezet, de kans biedt dit weer terug te halen naar Italië, op voorwaarde dat zij een boete van 5% van dat bedrag betalen.

Deze maatregel werd in Italië met protesten en scepsis ontvangen, maar lijkt inmiddels toch geaccepteerd te zijn. “Het werkt”, bevestigt Paolo Bernasconi, die twintig jaar procureur-generaal in Lugano is geweest en die nu werkt als advocaat en als hoogleraar aan de universiteit van de Zwitserse stad Sankt Gallen. “Veel Italianen gaan ermee akkoord om de boete te betalen. Het 'fiscale schild' werkt: in Italië woedt een ware heksenjacht op belastingplichtigen, die men wijsmaakt dat het Zwitserse bankgeheim is opgeheven", aldus Bernasconi. Er bestaan echter ook andere verklaringen. Twee van de belangrijkste redenen om geld in Zwitserland onder te brengen, verdwijnen langzamerhand. De eerste reden – de angst voor het communisme – gaat terug tot de tijd na de Tweede Wereldoorlog, terwijl de tweede – de angst voor ontvoeringen – uit de jaren '70 dateert. Vorige week heeft de financiële brigade 76 Italiaanse filialen van Zwitserse banken doorzocht. Bij de grens tussen Italië en Zwitserland zijn zogenaamde “Fiscovelox” geplaatst om auto's met een Italiaans kenteken die naar Zwitserland gaan, te fotograferen. Bovendien gaat het gerucht – of dit nu juist is of niet – dat agenten in burger de uitgang van de banken in de gaten zouden houden.

Ongeëvenaarde spanningen met Italië

Zolang ik me kan herinneren, hebben wij nog nooit zulke spanningen met Italië gehad”, erkent Giancarlo Dillena, directeur van de Corriere del Ticino. “Dat klopt”, bevestigt Fulvio Pelli, voorzitter van de Vrijzinnig Democratische Partij van Zwitserland. “Maar het is de manier waarop dit 'fiscale schild' is voorgespiegeld, waar wij ons aan ergeren. Er is sprake geweest van een stelselmatige verdraaiing van informatie: ze maken ons wijs dat het Zwitserse banksysteem volledig herzien is, dat het niet veilig meer is.” Ook Paolo Bernasconi, die er weliswaar voorstander van is om de dialoog met Italië te hervatten, laat zich in harde bewoordingen uit over de gebruikte methoden: “Nog nooit zijn mensen die Zwitserland binnenreden willekeurig gefotografeerd, zelfs niet in de tijd van de Rode Brigade.

De tijd van koffers vol bankbiljetten is voorbij

Is Zwitserland bang om zijn rijkdommen te verliezen? “De macht van Zwitserland is niet afhankelijk van het geld van buitenlanders”, verklaart Giancarlo Dillena. "Het is juist andersom: dat Zwitserland geld van buitenlanders ontvangt, komt omdat het een machtig land is. Alles functioneert hier beter dan in Italië. Het is geen toeval dat grote ondernemingen als Zegna hun hoofdkantoor in Zwitserland hebben gevestigd.

In bankkringen begint de angst concrete gevolgen te krijgen. Zonder dat er veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven, volgen sommige werknemers – degenen die het meest onder druk staan – bijscholingscursussen: de Zwitserse bankiers proberen hun Italiaanse cliënten bijzondere producten aan te bieden, om hen zover te krijgen dat ze gaan investeren. De tijd dat ze alleen maar hoefden te wachten totdat de klant zich met een koffer vol bankbiljetten meldde, is voorbij. Hoe zal deze kwestie aflopen? “Zwitserland heeft als bestuursvorm een directe democratie”, dreigt Fulvio Pelli. “Wij zouden een referendum kunnen organiseren, en dan zou Italië nog spijt krijgen. Zwitserland mag dan een klein land zijn, maar wee degenen die er ruzie mee zoeken!"