"Het oude is bezig te sterven en het nieuwe kan niet geboren worden: in het interregnum zal een grote verscheidenheid aan morbide symptomen de kop opsteken". Deze uitspraak uit de gevangenisnotities (Quaderni del carcere) van de Italiaanse communist Antonio Gramsci was zeer populair onder marxistische studenten toen ik in de jaren tachtig op de universiteit rondliep. Destijds beschouwde ik die gedachte als klinkklare nonsens. Maar de opmerking van Gramsci vindt nu wel degelijk weerklank, in een tijdperk van ideologische verwarring.

Sociaal-democratisch of libertair-Hayekiaans

Oude onzekerheden over de voorwaartse tred van de markten staan op instorten. Er is echter nog geen nieuwe theorie die ideologische 'hegemonie' heeft verkregen, een concept dat zijn faam aan Gramsci dankt. Maar sommige ideeën herwinnen aan kracht. De vier sterkste opkomende trends zijn volgens mij in zeer algemene termen: populistisch-rechts, sociaaldemocratisch-Keynesiaans, libertair-Hayekiaans en antikapitalistisch/socialistisch.

Elk van deze nieuwe trends vormt een reactie op de overheersende ideeën in de periode 1978-2008. Hoewel er destijds theoretische verschillen waren tussen communisten in China, kapitalisten in New York en gematigd links in Europa, vielen de onderlinge overeenkomsten meer op dan hun strijdpunten. Overal ter wereld spraken politieke leiders over het stimuleren van vrijhandel en globalisering. Toenemende ongelijkheid werd omarmd als een prijs die voor snellere groei moest worden betaald. Deng Xiaoping zette de toon toen hij verklaarde: "Rijk worden is fantastisch." Ronald Reagan of Margaret Thatcher had het niet beter kunnen verwoorden.

Libertariërs denken dat crisis door overheidsbemoeienis komt

In het Europa na de crisis zit populistisch-rechts echter in de lift – van de Partij voor de Vrijheid in Nederland tot het Front National in Frankrijk en de Lega Nord in Italië. De populisten zijn tegen de globalisering, tegen de EU en tegen immigratie; de gemeenschappelijke rode draad is dat zij al deze krachten als een bedreiging voor het landsbelang beschouwen. Vijandschap tegenover de islam verbindt Europees populistisch-rechts met de Tea Party-beweging in de VS.

Er is enige overlap tussen de populisten en de libertaire Hayekianen, maar beide bewegingen hebben verschillende obsessies. In de VS is Ron Paul, een dissidente Republikein, de vaandeldrager van het libertarisme. Hij vertelt altijd met veel enthousiasme dat hij met Friedrich Hayek zelf heeft gedineerd en dat hij aanwezig was bij een inspirerende rede tegen het socialisme van Ludwig von Mises, een andere econoom uit de Oostenrijkse school. Dat verklaart de op het eerste gehoor verbijsterende opmerking van Paul na de voorverkiezingen afgelopen week in Iowa: "Ik zie uit naar de dag dat we kunnen zeggen dat we allemaal Oostenrijkers zijn."

De libertariërs hangen een ongebruikelijke visie aan: zij beweren dat de huidige crisis niet wordt veroorzaakt door een buitensporig kapitalisme, maar door te veel overheidsbemoeienis. In de ogen van de Oostenrijkse school is het Keynesiaanse 'middel' voor de kapitalistische crisis erger dan de kwaal.

Europa is minder geneigd regeringen te kortwieken

Paul is de zuiverste pleitbezorger van een krachtige overtuiging onder Amerikanen aan de rechterzijde van het politieke spectrum, die luidt dat de overheid in de VS te veel macht heeft. In Europa is men veel minder geneigd de regering te kortwieken en terug te brengen naar de proporties van de achttiende eeuw. Het wantrouwen dat Paul en consorten koesteren jegens centrale banken die de munt dreigen te devalueren, vindt in Duitsland echter gretig weerklank.

Daar kijkt Hayekiaans rechts met afschuw naar de handelwijze van de Europese Centrale Bank en naar de reddingsoperaties voor failliete landen. Deze ideologische trend blijft niet beperkt tot het Westen. In een recent artikel betoogde Simon Cox van The Economist dat in beleidsdiscussies in China over de rol van de staat in het vlot trekken van de economie Hayekianen en Keynesianen eveneens tegenover elkaar staan.

Obama is geen socialist maar een sociaal-democraat

In het Westen krijgen de aanhangers van Hayek het meeste weerwerk van de Keynesiaanse sociaaldemocraten. Zij geloven dat het terugdringen van het overheidstekort een belangrijk instrument is om de economie te stimuleren. Tegelijkertijd pleiten ze ook vaak voor een actievere en grotere rol van de staat. In Europa, waar slechts weinig mogelijkheden zijn om de overheidsuitgaven te verhogen, beijveren de sociaaldemocraten zich voor een veel strengere regulering van de financiële sector, krachtige impulsen voor het industriële beleid en hernieuwde aandacht voor het verhelpen van ongelijkheid.

Het is dwaas om Barack Obama als 'socialist' te bestempelen, maar hij kan met recht een sociaaldemocraat worden genoemd. De Amerikaanse president wijst het kapitalisme niet af, maar probeert wel de scherpe kantjes ervan af te halen door middel van een actievere overheid die gezondheidszorg voor iedereen en een progressief belastingstelsel belooft. Ongelijkheid is een mondiale zorg geworden, van China tot Chili en van India tot Egypte. Hieruit zou je kunnen afleiden dat ook de sociaaldemocratische visie in de hele wereld voet aan de grond heeft gekregen.

Antikapitalistische beweging zou uit haar as kunnen herrijzen

Dat radicaal links geen garen bij de economische crisis heeft weten te spinnen, laat zien hoe zwaar het communisme in diskrediet werd gebracht door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Toch is het vanwege de massawerkloosheid in Europa niet ondenkbaar dat de antikapitalistische beweging uit haar as herrijst.

De twee uiterst linkse partijen in Griekenland hebben momenteel achttien procent van de stemmen in de peilingen. Tot de diverse groepen die onder de vlag van Occupy Wall Street campagne voeren, behoren enkele rasechte socialisten. En China heeft een machtige 'nieuwlinkse' beweging die lippendienst aan het maoïsme bewijst.

De toekomst zal uitwijzen welke van de ideologische trends de toon zal zetten voor het nieuwe tijdperk. De meeste mensen zullen met moeilijke persoonlijke omstandigheden te kampen krijgen en bepaald niet vrolijk worden van het nieuws dat op hen afkomt.

Onder normale omstandigheden zou ik waarschijnlijk tekenen voor de sociaaldemocratische zienswijze. Ik drink liever geen kopje thee met de volgelingen van de Tea Party. Maar het afgelopen weekend las ik krantenberichten over de almaar ongelofelijker bedragen die wellicht moeten worden gespendeerd aan de reddingsoperaties voor banken en landen in Europa.

Vervolgens sloeg ik de bladzijde om en las ik over de roep om meer protectionisme en regelgeving in de EU. Om me een beetje te ontspannen, ging ik naar The Iron Lady kijken, de nieuwe film over Margaret Thatcher. Uiteindelijk bleef ik zitten met het vreemde gevoel een Oostenrijker te zijn.

\