Veel ervaring hoef je in Slowakije niet te hebben om hoofdredacteur van een krant te worden. Matúš Kostolný, de baas bij het toonaangevende Sme, is amper 34 jaar oud, Juraj Porubsky van concurrent Pravda is nog drie jaar jonger. Van toeval blijkt geen sprake. "Niemand wil deze job doen", lacht Porubsky. Een dagblad uitgeven is geen pretje in Slowakije. Zoals elders kampen de kranten er met slinkende lezersaantallen. Maar bovendien moeten ze er opboksen tegen een vijandige overheid. Sinds in Bratislava een coalitie van socialisten, populisten en nationalisten aan de macht is (sinds 2006), beleeft de pers moeilijke tijden. Premier Robert Fico maakt er geen geheim van dat hij de kranten als zijn belangrijkste vijand beschouwt. Volgens hoofdredacteur Kostolný van Sme doet hij niets liever dan journalisten de huid vol schelden. Gewoonlijk spreekt Fico in hun verband van idioten, maar de woorden "prostituee" en "serpent" zijn ook al gevallen.

Dat heeft de schrijvende pers te danken aan de kritische manier waarop de drie belangrijkste kranten, behalve Sme en Pravda ook Hospodárske Noviny, over de regering berichten. Volgens Gabriel Sipos van Slovak Press Watch nemen zij driekwart van de gepubliceerde schandalen voor hun rekening.

Allegaartje van populisten, nationalisten en halve criminelen

Veel moeite hoeven ze daar niet voor te doen. Het allegaartje van populisten, nationalisten en halve criminelen dat volgens Sipos in Bratislava aan de macht is, doet aardig zijn best om de pers van materiaal te voorzien. Vooral aan de coalitiepartners van Fico’s socialistische partij SMER hebben de kranten een vette kluif. De Slowaakse Nationale Partij van Jan Slota, die het gemunt heeft op Hongaren, zigeuners en homo’s, en de populistische Volkspartij-Beweging voor een Democratisch Slowakije van oud-premier Vladimír Mečiar, die in de jaren negentig Slowakije met zijn autoritair optreden een kwalijke reputatie bezorgde, staan niet bepaald bekend om hun respect voor de democratische spelregels. Van de verkiezingsbelofte van Fico om de wijdverspreide corruptie aan te pakken is nog niet veel terechtgekomen.

Af en toe boeken de kranten een succes, vertelt Sipos. Zo moest de nationalistische minister van Infrastructuur en Regionale Ontwikkeling onlangs ontslag nemen na gesjoemel met Europese steunfondsen. Maar de prijs die de kranten voor hun kritiek betalen, is buitengewoon hoog. Uit wraak voor negatieve berichtgeving weigert Fico, die als premier kan rekenen op de steun van de (staats)televisie, tijdens persconferenties vragen te beantwoorden van journalisten van de drie belangrijkste kranten.

Een andere manier om de pers te muilkorven, zijn smaadprocessen. In juni eiste vicepremier Štefan Harabin, een partijgenoot van Meciar, 600 duizend euro van drie kranten, waaronder Sme en Pravda, nadat ze hem hadden beschuldigd van banden met een Albanese drugshandelaar. Ook Fico is herhaaldelijk naar de rechter gestapt om schadevergoedingen te eisen.

Een strenge perscode voor gewraakte artikelen

Maar de grootste bedreiging voor de Slowaakse persvrijheid vormt de zogeheten perscode die vorig jaar door het parlement werd aangenomen. Die geeft iedereen die zich beledigd voelt het recht op een antwoord op dezelfde plaats als het gewraakte artikel, ongeacht of de erin vermelde feiten juist waren of niet. Op niet-publicatie staat een boete van 1.660 tot 4.980 euro. Veel heeft die perscode nog niet opgeleverd. Zowel Sme als Pravda heeft op enkele uitzonderingen na geweigerd antwoorden op te nemen. Of ze een boete moeten betalen, zal afhangen van de rechters. Voorlopig haasten die zich niet om een oordeel te vellen, maar volgens Sipos hoeft dat geen goed teken te zijn: "In Slowakije werken de rechtbanken niet zoals het hoort".

Dat voorlopig nog geen enkele krant een boete heeft betaald, is niet naar de zin van premier Fico. Nadat hij in september door een tabloid ervan was beschuldigd per maand 900 euro schoolgeld te betalen voor zijn zoon, dreigde hij de wet aan te scherpen. Voor de persvrijheid belooft dat niet veel goeds. In het recente jaarrapport vanReporters Without Borders tuimelde Slowakije naar de 44ste plaats. Vorig jaar stond het nog op nummer 7. Het is de vraag of Fico, die in de opiniepeilingen met zijn partij ver voorop ligt, zich daar veel van zal aantrekken. Hoofdredacteur Porubsky van Pravda gelooft alvast van niet: "Krantenlezers stemmen toch niet op hem".