Het zijn beelden die beklijven: een berouwvolle Willy Brandt op zijn knieën in het getto van Warschau; Helmut Kohl en François Mitterrand hand in hand op het slagveld van Verdun en recentelijk Vladimir Poetin en de Poolse premier Donald Tusk bij het massagraf in Katyn. Deze verzoenende gebaren markeren de schuld en schaamte over de oorlogen in Europa. En anders dan velen dachten zijn die emoties met het verstrijken van de tijd niet afgevlakt.

Zo kwamen de afgelopen maanden uit Polen, Frankrijk en natuurlijk Duitsland waarschuwende woorden, zoals van Angela Merkel: "De geschiedenis leert ons dat landen die een gemeenschappelijke munt hebben geen oorlog met elkaar voeren." EU-president Herman van Rompuy gaf de kortste versie: "Met de euro valt de Unie, en daarmee de grootste garantie op vrede."

Het is niet gemakkelijk om tegen dat 'nooit meer' te argumenteren. Heel lang heb ik gezworen bij de gedachte dat de verwijzing naar de oorlog het hart van de Europese gedachte moet zijn. En toch is het gebruik van 'dat nooit meer' niet langer productief. De angstbeelden over een mogelijke terugkeer van gewelddadige conflicten leiden de aandacht af. Sterker nog: het beroep op de oorlog is uitgeput en verbruikt.

Europa valt of staat met de instemming van burgers

Een belangrijke les uit de eurocrisis is dat Europa te weinig onderwerp is geweest van een democratisch debat. Dat bleek al tijdens het referendum over de 'grondwet' in 2005. Mensen die 'nee' wilden stemmen (uiteindelijk 61%) moesten telkens de vraag beantwoorden: 'Maar hebt u de tekst eigenlijk wel gelezen?' Degenen die vóór wilden stemmen werd die vraag nooit gesteld. Zij stonden immers aan de goede kant van de historische afrekening.

Wat dat betreft leidt het 'nooit meer oorlog' al snel tot een democratisch tekort. Europa staat of valt met de instemming van burgers. Bij het referendum over de grondwet werd er weinig nuchter gesproken over kosten en baten, over doel en middelen. Nooit is duidelijk gemaakt dat met het ontstaan van een lotsgemeenschap in Europa Berlusconi ook onze politicus is, dat de begrotingstekorten van Griekenland ook onze begrotingstekorten zijn, dat de illegalen die in Spanje worden gelegaliseerd ook onze burgers van de toekomst zijn. Je kunt ook zeggen: we exporteren in Europa stabiliteit, maar importeren ook instabiliteit. En dan nog kunnen de voordelen opwegen tegen de nadelen, maar het moet er wel bij worden verteld.

Voorbij het 'dat nooit meer' is een nieuwe rechtvaardiging van de Europese integratie noodzakelijk. Die moet beginnen bij de verschoven machtsverhoudingen in de wereld. De schuldenberg van het Westen en het overschot in China wijzen op een fundamentele verandering in de wereld. Meer dan driekwart van de landen in ontwikkeling liet in de afgelopen tien jaar een hogere groei zien dan Amerika of Europa.

Het 'nooit meer oorlog' is een vorm van eurocentrisme

Een nieuw verhaal over 'Europa' moet dan ook niet meer Berlijn, maar Bejing als vertrekpunt kiezen; moet niet meer beginnen in Parijs maar in Sao Paulo. Anders gezegd: we kunnen Europa alleen als binnenland ervaren als we ons een voorstelling maken van een nieuw buitenland. Het 'nooit meer oorlog' is een vorm van eurocentrisme. Op een onbedoelde manier richt het de blik naar binnen, terwijl een wezenlijk motief voor de integratie buiten het continent ligt. 'Europa' is de enige schaal om een eigen samenlevingsmodel vorm te geven in de wereldeconomie. Als dat klopt gaat Europese integratie niet om soevereiniteitsverlies, maar om toegenomen invloed door gezamenlijk handelen. De euro kan daar in beginsel aan bijdragen.

Een ander motief heeft te maken met onze gemeenschappelijke buitengrenzen. De uitbreiding van de Unie is een grote verworvenheid, maar die verworvenheid heeft wel een prijs. Door de uitbreiding grenst de Unie nu overal aan instabiele regio's. We zijn omgeven door een zone van landen die met Noord-Afrika, de Balkan, het Midden-Oosten en de voormalige Sovjetrepublieken tot de meest onveilige in de wereld behoort. De Unie moet dus vroeger of later ook een veiligheidsgemeenschap worden met het onderhoud van een gemeenschappelijke buitengrens. Daar ligt een belangrijk tekort: pas wanneer de Unie naast openheid ook bescherming biedt kan een nieuwe rechtvaardiging voor de integratie worden gevonden.

Bovendien is sinds de toetreding van deze landen de grensoverschrijdende misdaad uit het Oosten alleen maar toegenomen: 'We exporteren niet alleen goederen, maar ook onze misdaad', zegt een onderzoekster bij de Poolse politie (de Volkskrant, 15 december). Agata Tonder-Nowak, hoofdonderzoekster georganiseerde misdaad van de landelijke politie in Warschau Europa moet dan ook meer op terreinen als justitie en politie gaan samenwerken. Het is een illusie om te denken dat een Europa dat niet op een aantoonbare manier bescherming geeft, weerstand kan bieden aan een opkomend populisme.

Eurocrisis is geen fataliteit, maar een uitnodiging tot verantwoording

Een pleidooi voor 'meer' Europa kan het echter afleggen tegen een verlangen naar 'meer' democratie, met name nu een nieuwe begrotingsunie gehaast achter de rug van de kiezers in elkaar wordt geknutseld. Dat is een zeer riskante onderneming: de fouten die destijds zijn gemaakt bij de introductie van de euro worden nog eens overgedaan. De eurocrisis is geen fataliteit, maar een uitnodiging tot verantwoording. Als het zo is dat de euro gered kan worden door overdracht van wezenlijke begrotingsbevoegdheden naar Brussel dan moet met overtuiging om steun daarvoor worden gevraagd. En als een muntunie altijd ook een transferunie is dan moet zo'n herverdeling tussen armere en rijkere regio's worden gewild en verdedigd.

Mochten meerderheden in lidstaten na referenda of verkiezingen uiteindelijk van mening zijn dat een begrotingsunie een stap te ver is dan is zo'n uitspraak bindend. De uiterste consequentie kan zijn dat landen uit de eurozone treden of dat de euro als geheel niet levensvatbaar blijkt. Nee, erg aantrekkelijk is dat niet. Daarom doen politici als Merkel en Van Rompuy een beroep op angst en spreken over oorlog. Maar als overtuigend kan worden aangetoond dat het einde van de euro economisch en politiek heel slecht uitwerkt, waarom is er zo weinig vertrouwen in de mogelijkheid om meerderheden daarvoor te winnen? Waarom vertrouwt men liever op de afschrikkende werking van het verleden dan op de aantrekkingskracht van de nabije toekomst?

Het zoeken naar een nieuwe rechtvaardiging van Europa voorbij het 'dat nooit meer' is geen knieval voor een realisme van kosten en baten of een keuze voor de kleinste gemene deler. Integendeel: het ideaal is een markteconomie die wordt getemd door rechtvaardigheid, duurzaamheid en openheid. De vereniging van sociale democratieën is bij uitstek wat Europa als mogelijkheid aan de wereld toont. Dat is het doel, de middelen zijn daaraan ondergeschikt. Daarom is het wezenlijk dat we ons de vorige oorlog altijd blijven herinneren, maar er nooit meer munt uit slaan.