**Dit is misschien wel de minst homogene demonstratie die ik ooit in Roemenië heb meegemaakt. Zowel vanwege de uiteenlopende achtergrond van de actievoerders (gepensioneerden, studenten, revolutionairen, intellectuelen, werklozen, voetbalsupporters, zangers, enzovoort) als vanwege hun zeer verschillende eisen en grieven: salarissen, pensioenen, wegenbelasting, ontmanteling van de partijen, de exploitatie van de goudmijnRoşia Montană, de onafhankelijkheid ten aanzien van de financiële wereld en het aftreden van president Traian Băsescu. Maar allemaal onder één gemeenschappelijke noemer: verontwaardiging.

Dat de betogers zo’n verschillend karakter hebben, impliceert tevens dat zij zich verschillend gedragen. In tegenstelling tot april 1990 [toen de betoging tegen de regering van Ion Iliescu de kop in werd gedrukt door demijnwerkers uit de Jiu-vallei] bestaat het publiek op het Universiteitsplein in Boekarest nu niet meer hoofdzakelijk uit intellectuelen met hun burgerbewustzijn en welbespraaktheid.**

Iedereen koestert de hoop dat er iets zal veranderen

**In deze dagen treffen we onder deopstandelingen ook outcasts en bendeleden aan. Ook zij zijn ontevreden over het tekort aan banen, de korting op de sociale uitkeringen, de verhoging van de kosten van levensonderhoud en het feit dat de politie woekeraars en pooiers de hand boven het hoofd houdt, maar hen bij de minste of geringste misstap op de bon slingert. Maar of we dat nu willen of niet, ze maken ook deel uit van de burgermaatschappij.

Voor hen houdt de confrontatie vooral in dat ze de tegenstander zoveel mogelijk het leven zuur maken, dat hij wordt bespuugd en in de maag wordt gestompt. Ze hebben altijd al de ruiten van bushokjes aan diggelen geslagen, niet noodzakelijkerwijs omdat ze eigendom zijn van de “staat”, maar simpelweg omdat het donker was en niemand hen kon zien. Een groot gedeelte van hen is bovendien lid van supportersclubs van voetbalverenigingen. Ze reageren hun woede af, omdat ze immers altijd een uitlaatklep nodig hebben voor hun kuddegedrag, omdat het makkelijk is om de wereld onder te verdelen in “wij” en de vijand, of omdat ze toch geen andere afleidingsmanieren hebben.

Maar dat zijn nu niet de redenen waarom ze naar het Universiteitsplein zijn getogen. Ze zijn hier, want hier kunnen ze naar hartenlust hun woede botvieren. Omdat ze hier hun gelijke vinden onder degenen die normaal gesproken niets van hen moeten hebben, maar ook omdat zij de hoop koesteren – net als wij allemaal – dat er iets in hun leven zal veranderen.

Deze dagen gaat iedereen gebroederlijk met elkaar om: de demonstranten met de politieagenten, de oppositievoerders met de regeringsaanhangers en de journalisten van de televisiezender Antena 3 met hun concurrenten van B1. Iedereen, behalve de vandalen. De betogers die voor de camera’s verschijnen hebben er altijd voor gezorgd te benadrukken dat zij vreedzaam demonstreerden. Geweld is taboe.**

"Laat ze toch in hun eigen sop gaarkoken!"

**Maar geweld is niet alleen het losrukken van bakstenen uit de straten om die vervolgens naar de hoofden van politieagenten te slingeren. Geweld is ook het opleggen van een kieswet zonder geldige argumenten en zonder dat daaraan een openbaar debat vooraf is gegaan. Of het korten van de salarissen van diegenen die hun brood op eerlijke wijze verdienen. Of het slopen van gebouwen die deel uitmaken van het Roemeense erfgoed. Als we geweld uitsluitend zoeken bij vandalen, dan zullen we de fundamentele betekenis van het protest verliezen.

Het lijkt erop dat alle herrieschoppers nu geïdentificeerd, aangehouden en achter slot en grendel zijn gezet. De protesten vinden nu eindelijk vreedzaam plaats. De politie controleert verdachten en verricht aan de lopende band arrestaties (113 op maandag 16 januari). De regering toont haar volledige begrip voor de eisen van de demonstranten en bevestigt dat zij hun respect erkent van het democratische recht om te betogen op toegestane plaatsen. Maar verder leunt zij achterover. De regering wacht blijkbaar af tot er een toevallige wervelwind de kop opsteekt die de demonstranten van het plein verjaagt of totdat zij er uit eigen beweging de brui aan geven. Het is net alsof ik deze oplossing al eerder heb gehoord: “Laat ze toch in hun eigen sop gaar koken!” zei men tegen Ion Iliescu tijdens de betogingen van april 1990.

Maar die strategie is niet zonder risico. Als de mensen zullen inzien dat het niet volstaat om symbolisch uiting te geven aan hun woede, dan zullen zij misschien nog niet helemaal murw gemaakt zijn. Ze zullen zich gemarginaliseerd voelen. En dan zullen ook zij outcasts worden. En de politie zal dan nog meer vandalen in de kraag moeten vatten!**