De Hoge Vertegenwoordiger voor gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid wordt niet alleen de opvolger van Javier Solana, de secretaris-generaal van de Europese Raad, maar neemt tegelijkertijd ook de post van Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen over en wordt bovendien vicevoorzitter van de EU-Commissie. Het is nog niet eerder voorgekomen dat iemand in beide organen, zowel de Europese Raad als de EU-Commissie, zitting had.

Daarbij krijgt de Hoge Vertegenwoordiger de beschikking over een machtig apparaat, dat niet alleen omvangrijk is maar ook duur. Het ’Europese ministerie van Buitenlandse Zaken’ zou uiteindelijk 6.000 tot 7.000 medewerkers kunnen tellen. En zo ontstaat bij de EU, de voortwoekerende koepel van Europa, het volgende waterhoofd, zonder dat er ook maar één formatieplaats wordt opgeheven bij de ministeries van Buitenlandse Zaken van de 27 lidstaten.

Hoge Vertegenwoordiger, maar op gebaande paden

Buitenlands beleid in één hand – dat is al decennia lang de droom van overtuigde Europeanen. Het moest maar eens afgelopen zijn met de tijden waarin EU-topdiplomaat Solana tekeer ging tegen de verkiezingsfraude in Kenia, terwijl de Commissaris voor Ontwikkelingshulp tegelijkertijd miljoenen overmaakte naar de bankrekeningen van de stembusbedriegers.

Aan de nieuwe topdiplomaat worden toch al de nodige beperkingen opgelegd, zoals blijkt uit een document van tien pagina’s dat tijdens de EU-top in oktober werd afgetikt. Bij regelmatig terugkerend overleg van de EU met de leiders van Rusland, China of de VS dienen de voorzitters van Raad en Commissie het woord te voeren. De minister van Buitenlandse Zaken wordt er slechts ‘bijgehaald’, zoals het in ambtstaal heet.

Niet alleen bij dergelijke topconferenties, maar ook in zijn dagelijkse beleidsactiviteiten is het de Europese minister van Buitenlandse Zaken niet toegestaan om de gebaande paden te verlaten. Hij mag best met de Turkse regering praten over de verhoudingen tussen Turkije en Irak, maar niet met Ankara discussiëren over de voorwaarden voor een eventuele toetreding tot de EU, de persvrijheid of het respecteren van de mensenrechten. Die onderwerpen blijven ook in de toekomst voorbehouden aan de Commissie. Op de Balkan mag de afgezant uit Brussel over alle mogelijke onderwerpen praten, maar het aansnijden van onderwerpen als mogelijke financiële steun van Brussel is voor hem taboe: elk onderwerp dat te maken heeft met de uitbreiding van de EU valt onder de verantwoordelijkheid van de Commissie. Verder dient hij andere centrale kwesties, zoals ontwikkelingshulp of internationale handel, uit de weg te gaan.

Schare helpers wordt een bont stel

De uitgebreide schare aan helpers van de Hoge Vertegenwoordiger zou nog wel eens voor extra verwarring kunnen zorgen, want dat wordt een bont stel bij elkaar. De bedoeling is dat een paar honderd experts uit de Europese Raad worden samengevoegd met hooguit 3.000 collega's van de EU-Commissie. Daar komen dan nog diplomaten en experts uit alle lidstaten bij, nog eens zo’n 2.000 deskundigen dus. De staats- en regeringsleiders hebben besloten dat al deze mensen zeer vakkundig dienen te zijn. Daarnaast eisen ze echter ook dat een derde van het personeel uit de verste uithoeken van Europa wordt afgevaardigd en dat daarbij alle landen aan bod komen. De regionale verdeling dient uitgebalanceerd te zijn en de verhouding tussen aantallen mannen en vrouwen uiteraard ook. Het deel van het personeel dat uit de lidstaten wordt afgevaardigd dient bovendien eens in de vier jaar te worden gewisseld en deze medewerkers moeten tijdens hun dienstverband in hun functies rouleren.

Binnen de Commissie in Brussel draait het momenteel vooral om de eigen belangen. Toch hebben ze daar niet al te veel te vrezen. De experts op de afdelingen bij de EU die met buitenlands beleid te maken hebben en die niet worden overgenomen door het nieuwe ministerie van Buitenlandse Zaken, gaan er in sociaal opzicht niet op achteruit. In het ergste geval worden ze overgeplaatst naar de zogenaamde "Schwarzwald- Klinik" [Duitse versie van "Medisch Centrum West"]. Zo worden intern de afdelingen genoemd, die nu al veel personeel hebben, maar weinig werk.