Twee weken voor de milieutop in Kopenhagen (COP 15) waaraan 64 staatshoofden hebben aangekondigd te zullen deelnemen, is er voor het eerst een koolstofbalans opgemaakt voor de gehele Europese Unie (Nature Geoscience, 23 november 2009). Deze balans betreft niet alleen de uitstoot van broeikasgassen door industriële activiteiten, transport en huishoudens, maar ook de uitwisseling van koolstof tussen bodem, vegetatie en atmosfeer die voor het grootste deel plaatsvindt via fotosynthese en ademhalen. Deze natuurlijke stromen zijn van belang omdat bossen, weiden en veengebieden net als oceanen in staat zijn om een deel vast te leggen (op te slaan) van de CO2 die zich ophoopt in de atmosfeer en bijdraagt tot de klimaatopwarming.

Terwijl deze uitwisseling bijna overal ter wereld resulteert in de vastlegging van een deel van de door de mensen in de atmosfeer uitgestoten CO2, toont de balans dat in Europa de uitstoot van stikstofoxide (N2O – lachgas – en stikstofmonoxide of NO) en methaan (CH4) – twee andere sterke broeikasgassen – afkomstig van akkerbouw en veeteelt de opname van CO2 door bossen en weiden overtreffen. Stikstofoxide komt vrij bij de afbraak van chemische meststoffen door bacteriën, en methaan wordt in de atmosfeer uitgestoten als gevolg van spijsvertering en uitwerpselen van vee. De terrestrische ecosystemen van de EU stoten dus in totaal meer broeikasgassen uit dan ze kunnen opnemen. Ze voegen in ‘koolstofequivalenten’ 3% toe aan de uitstoot die wordt toegeschreven aan de fossiele brandstoffen. Over het gehele continent genomen, inclusief Turkije, Oekraïne en Wit-Rusland, zijn de resultaten nauwelijks beter.

Meer opslagcapaciteit van CO2

Voor wat betreft vastlegging van CO2 hoort de Europese Unie dus bij de slechtste leerlingen van de klas. Wereldwijd wordt de helft van de door menselijke activiteiten in de atmosfeer uitgestoten broeikasgassen opgenomen door oceanen en terrestrische ecosystemen. De Verenigde Staten doen het beter dan de EU, aangezien hun terrestrische ecosystemen bijna 25% van de CO2-uitstoot van menselijke oorsprong opnemen (0,4 miljard ton koolstof vastgelegd op 1,7 miljard ton uitstoot).

De voornaamste les die uit dit onderzoek kan worden getrokken is dat klimaatsbeleid binnen de EU zich niet moet beperken tot het willen terugbrengen van de uitstoot van fossiele CO2 door industrie, transport, enz. Ook de CO2-opslagcapaciteit van de ecosystemen dient in overweging te worden genomen en verbeterd. Op dat gebied moet er in Europa nog veel werk worden verzet. "Als wij willen dat het natuurlijk milieu ook een bijdrage levert aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, moeten we leren anders om te gaan met de uitstoot van methaan en stikstofoxide door de landbouw", verklaart Detlef Schmulze van het Max Planck Instituut in Jena (Duitsland), dat het onderzoek leidt.

Intensieve landbouw in de beklaagdenbank

De intensieve landbouw, reeds bekritiseerd om de gevolgen ervan voor gezondheid en milieu, wordt nu geconfronteerd met zware kritiek vanwege zijn rol bij de opwarming en de intensieve bosexploitatie, waardoor de opslagcapaciteit van de bossen wordt beperkt. Met deze studie zijn 2000 onderzoekers vijf jaar lang bezig geweest. Hiervoor moesten gigantisch veel statistische gegevens worden verwerkt en talloze veldobservaties en atmosferische metingen worden gedaan. Het onderzoek, dat is uitgevoerd in het kader van het programma CarboEurop, is voor 16,3 miljoen euro gefinancierd door de Europese Commissie en voor meer dan 30 miljoen euro door de verschillende staten van de EU.

Er blijven nog allerlei grote onduidelijkheden bestaan (+50% voor de productie van methaan en stikstofoxide), verduidelijkt Philippe Ciais, van het Franse Wetenschappelijk Laboratorium voor Klimaat en Milieu, een van de medeopstellers van het rapport. ‘Er is veel vooruitgang geboekt en de EU is als enige in staat om zoveel gegevens over dit extreem complexe mechanisme te produceren.’ Door het creëren van een fijnmazig netwerk van atmosferische onderzoekstations en andere plaatsen waar deze stromen worden gemeten, kunnen de onduidelijkheden worden weggenomen en kan onderzoek worden gedaan op het niveau van de verschillende Europese regio’s.