**Sinds een paar jaar is er een snelle, comfortabele treinverbinding tussen Wenen en Boedapest. Heel wat sneller in ieder geval dan bijna een kwart eeuw geleden, toen ik die reis voor het eerst maakte en we het IJzeren Gordijn nog moesten passeren.

Tegenwoordig zijn Oostenrijk en Hongarije lid van de Europese Unie. Hun hoofdsteden doen denken aan bloedverwanten die zich na een slepende ruzie met elkaar hebben verzoend: de Donau die door beide steden stroomt, de brede boulevards, de paleizen in neorenaissance stijl die gebouwd zijn door de ´baronnen´ van het industriële tijdperk, de verering van Sissi, de keizerin van Oostenrijk die dol was op de Hongaarse rebellen – uit alles spreekt een gemeenschappelijk erfgoed, namelijk dat van Midden-Europa.

Hoe komt het dan dat je, als je de trein van Wenen naar Boedapest neemt, voortdurend de indruk hebt dat je terugreist naar de jaren dertig? Dat komt door het felle anti-semitisme en de politieke haat die in Hongarije tot uiting komen. Maar ook – voor wie de beide landen bestudeert – doordat hun respectievelijke ervaringen, die voortkwamen uit de trauma´s van de Eerste Wereldoorlog en aanvankelijk gelijk waren, zich zo verschillend ontwikkelden. Net als Hongarije verloor Oostenrijk in die tijd het grootste deel van zijn grondgebied, dat verdeeld werd onder de volkeren die het overheerst had. En na de Anschluss [annexatie door het Duitse Rijk, red.] in 1938 was Oostenrijk niet meer dan een provincie van Hitler-Duitsland.**

Hongarije zocht zijn toevlucht in een slachtofferrol

**De Hongaren, die waren ingelijfd bij de Habsburgers, hadden het recht gekregen Kroaten, Slowaken, Roemenen en andere vazallen aan zich te onderwerpen, die onder dwang werden ´gemagyariseerd´. Bij het Verdrag van Trianon in 1920 kregen de Hongaren echter de rekening van hun wandaden gepresenteerd, en die schok zijn ze nog altijd niet te boven gekomen. Zo trof ik tot mijn verbazing in het kantoor van de huidige Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, János Martonyi, begin 2010 nog een kaart aan van Groot-Hongarije, volgens de grenzen van vóór 1920.

Voor Oostenrijk geldt dat het sinds de Waldheim-affaire [ondanks onthullingen over zijn verleden bij de Wehrmacht werd Kurt Waldheim in 1986 tot bondspresident gekozen, red.] zijn rol tijdens het rampzalige nazi-tijdperk onder ogen heeft moeten zien. Hongarije zocht echter zijn toevlucht in een slachtofferrol en beweerde dat het kwaad altijd van anderen afkomstig was: de Turken, de Habsburgers, de joden, de liberalen, de Duitsers, de Russen, de zigeuners, en tegenwoordig de Europese Commissie en het Europees Parlement in Straatsburg.

"Hongarije is het land dat het meest lijdt in Europa", zegt de voormalige Oostenrijkse vicekanselier Erhard Busek ironisch. Busek, van de Volkspartij ÖVP, was destijds een van de weinige christendemocaten die zich tot het laatst toe bleven verzetten tegen een coalitie met de rechts-populistische partij van Jörg Haider, de FPÖ. Het is een retoriek waarmee Oostenrijk bekend is, voegt hij eraan toe, omdat het deze zelf in de praktijk heeft gebracht: lange tijd presenteerde Oostenrijk zich als het ´voornaamste slachtoffer van het nazisme´, waarbij het er gemakshalve aan voorbijging dat het zelf een aantal kopstukken aan het Hitler-regime had geleverd.

Busek betreurt dat de Europese conservatieven zich een beetje ´laf´ opstellen tegenover de Hongaarse premier Orbán. De Oostenrijkers, die laveren tussen enerzijds woede omdat Boedapest het op hun ondernemingen gemunt heeft, en anderzijds een enigszins beschaamde solidariteit, durven zelf nauwelijks kritiek te uiten op de dwaalwegen die Hongarije inslaat. Ze weten wat het is om in de schijnwerpers te staan: eind januari 2000 belandden zij door de Europese ´sancties´ tegen Oostenrijk in een tijdelijk vagevuur, dat ruim zeven maanden heeft geduurd.**

De EU, het "nieuwe Moskou"

**Daarbij was het de bedoeling om de regering die de conservatieve bondskanselier Wolfgang Schüssel had gevormd met een partij die voortbouwde op het nazisme, door middel van symbolische maatregelen te isoleren. Het was een pijnlijke les, die slecht viel. Ook nu nog zijn veel Oostenrijkers ervan overtuigd dat zij op een onrechtvaardige manier zijn aangepakt omdat ze maar een klein landje waren, zoals veel Hongaren de internationale pers nu van ´hysterie´ betichten.

Toch is Schüssel altijd een overtuigd Europeaan gebleven, zelfs toen de crisis haar dieptepunt bereikte. In zijn kantoor hing een groot doek van de schilder Max Weiler, die lange tijd door de Oostenrijkse publieke opinie verstoten werd omdat hij te modern was. Orbán daarentegen presenteert zichzelf graag voor een dichte haag van Hongaarse vlaggen, zweert uitsluitend op de doornenkroon van Jezus, en heeft de macht in Brussel al vergeleken met een ´nieuw Moskou´.

Dat valt misschien te verklaren door het feit dat veel mensen in Hongarije niet geloven dat de Europese Unie de huidige stormen zal doorstaan, luidt de analyse van de Hongaarse politicoloog Zoltán Kiszely. "Wij hadden de Habsburgse monarchie, en daar kwam een einde aan. We hebben ons aan de zijde van het nazisme geschaard, en dat is ook slecht afgelopen. Daarna kwam de Sovjet-Unie. Die zou standhouden, maar viel tot onze verrassing toch uit elkaar."

Anders dan de Hongaren hebben de Oostenrijkers ervaren dat Europa een goede zaak is: uit een recent onderzoek blijkt dat Oostenrijk het land is dat in economisch opzicht het meest profiteert van zijn lidmaatschap van de Unie. Dat weerhoudt de opvolger van de overleden Jörg Haider, Heinz-Christian Strache, er niet van om handig in te spelen op de Europese financiële crisis en om op te klimmen in de peilingen. Wenen-Boedapest, terug in de tijd?**