Sinds deze week is de Europese Unie in oorlog met Iran. Er was uiteraard geen sprake van een formele oorlogsverklaring, en zelfs niet van een spontane inzet van militaire middelen. Maar het besluit van de Europese Unie om de import van Iraanse olie aan een embargo te onderwerpen, een verbod in te stellen op nieuwe contracten en de bezittingen van de Iraanse centrale bank te bevriezen, komt feitelijk neer op een oorlogsdaad. Dit kan heel goed uitmonden in de militaire vijandelijkheden die de sancties juist willen voorkomen.

De olie-export zorgt voor ruim vijftig procent van de inkomsten van de Iraanse regering en voor ongeveer 80 procent van zijn inkomsten in harde valuta's. En de Europese Unie is als blok de op één na grootste klant van Iran. Zij neemt ongeveer een kwart van de Iraanse export voor haar rekening. Andere klanten zouden de acties van de Europese Unie kunnen neutraliseren door hun eigen aankopen op te voeren, maar de signalen uit China, Japan en Zuid-Korea duiden erop dat dit waarschijnlijk niet zal gebeuren. Daarom komt het besluit van de Europese Unie, in combinatie met de bestaande Amerikaanse strafmaatregelen, in de buurt van het opleggen van de 'verlammende sancties' waarmee de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton had gedreigd. Zonder Europese medewerking kon ze die echter niet ten uitvoer leggen.

Hysterie op de oliemarkt veroorzaken

Als dat inderdaad zo blijkt te zijn [dat er verlammende sancties zijn opgelegd, red.], dan zal het Iraanse regime, dat nu al kampt met hoge inflatie en een snel in waarde dalende munt, zich gedwongen voelen te reageren. Eén mogelijkheid is dat het zal inbinden en in feite zijn kernwapenprogramma zal ontmantelen. De Europeanen en anderen hopen duidelijk dat sancties (of zelfs de geloofwaardige dreiging daarmee) tot deze uitkomst zullen leiden.

Maar het is minstens zo waarschijnlijk dat Iran, dat het gevoel heeft in de val te zitten, zijn klauwen zal uitslaan in een wanhopige poging de Europeanen ertoe te dwingen gas terug te nemen. Op z'n minst zou het land kunnen proberen zoveel hysterie op de oliemarkt te veroorzaken dat door de prijsverhogingen dezelfde inkomsten kunnen worden verwezenlijkt uit een kleiner exportvolume.

Eén vorm die zoiets zou kunnen aannemen zou het afsluiten van de Straat van Hormoez zijn, waarmee Iran al heeft gedreigd. Maar Iran is waarschijnlijk niet in staat dit heel lang vol te houden, en een dergelijke stap zou ook het einde betekenen van het vermogen van Iran zelf om olie te exporteren naar welke markten het land nog weet vast te houden.

Olieraffinaderijen saboteren

Het zou veel minder ingewikkeld zijn om olieraffinaderijen, pijpleidingen en andere faciliteiten te saboteren of met raketten te bestoken, in plaatsen als Abqaiq en Ras Tanura in Saoedi-Arabië. Die operaties zouden kunnen worden uitgevoerd onder de 'valse vlag' van plaatselijke shiïtische opstandelingen, die zijn geconcentreerd in de oostelijke provincie van Saoedi-Arabië. Maar iedereen zou weten wat er echt aan de hand zou zijn en de risico's van een escalatie naar een grootschalig conflict met Iran zouden aanzienlijk zijn.

In dit scenario zou de militaire confrontatie, die veel Europeanen hebben willen voorkomen, juist onvermijdelijk worden, ook al zouden de Iraanse besluitvormers zich niet inbeelden dat ze uiteindelijk met de overwinning gaan strijken.

Voordat zulke mogelijke stappen als onrealistische bangmakerij worden verworpen, of worden afgewezen op grond van het feit dat ze op zelfmoord zouden neerkomen, is het de moeite waard in herinnering te brengen dat het keizerlijke Japan de Verenigde Staten niet heeft aangevallen omdat het fysiek werd belaagd, maar omdat het economisch werd afgeknepen (net zoals Iran nu). Op een gegeven moment was oorlog verkieslijker dan het perspectief van een langzame wurgdood. Het maakte geen verschil dat veel Japanse militaire leiders, waaronder admiraal Isoroku Yamamoto (de voornaamste planner van de aanval op Pearl Harbor) geloofden dat de uiteindelijke nederlaag van Japan van tevoren vaststond.

Europese 'lente' op gebied van buitenlands en defensiebeleid

Het is moeilijk voorstelbaar dat de lidstaten van de Europese Unie, die het besluit tot de sancties namen, zich niet bewust zijn van deze mogelijke dynamiek. Het feit dat Britse en Franse oorlogsschepen het Amerikaanse vliegdekschip Abraham Lincoln hebben vergezeld op zijn reis door de Straat en weer terug naar de Golf – dwars tegen de Iraanse waarschuwingen in – impliceert het tegenovergestelde: dat de Europese regeringen, vooral die van de twee landen met de grootste mogelijkheden om troepen te sturen, zich terdege bewust zijn van de mogelijke gevolgen en bereid zijn daarmee te leven.

En dit duidt erop dat de Europese Unie, ondanks haar economische problemen, haar eigen 'lente' ondergaat op het gebied van het buitenlands en het defensiebeleid. Degenen die haar in het verleden afdeden als een slappe praatclub, die tot weinig meer in staat was dat wat loze gebaren, zullen nu een fundamentele herwaardering moeten doorvoeren.