De wereld heeft met afgrijzen en fascinatie toegekeken hoe onderzoekers de oorzaak van een vermijdbare scheepsramp in Italië probeerden te achterhalen. Intussen wordt de oorzaak van een veel grotere ramp steeds helderder.

Nu Griekenland zich in de richting van een staatsbankroet beweegt, Frankrijk, Italië en Spanje met afwaarderingen van hun kredietstatus kampen, en de onderhandelingen over het vorige maand afgesproken begrotingsverdrag in een impasse zijn beland, dreigt de euro op de klippen te lopen. Het wordt steeds duidelijker wat de drijvende kracht achter deze ontwikkelingen is. De werkelijke oorzaak van de rampspoed rond de euro is niet Frankrijk, Italië of Griekenland, maar Duitsland.

Het fundamentele probleem is niet gelegen in de efficiëntie van de Duitse economie, hoewel die wél heeft bijgedragen aan de toenemende economische verschillen tussen de lidstaten van de eurozone. Het echte probleem is het gedrag van de politici en centrale bankiers van Duitsland.

Duitsland was verantwoordelijk voor alle ondoordachte acties

De Duitse regering heeft voortdurend de beleidsdaden afgewezen, die de eurocrisis onder controle hadden kunnen brengen, zoals collectieve Europese garanties voor de staatsschulden en grootschalig ingrijpen door de Europese Centrale Bank. Alsof dat nog niet erg genoeg was, is Duitsland verantwoordelijk geweest voor alle ondoordachte handelingen van de eurozone, uiteenlopend van de rare renteverhoging door de ECB van afgelopen jaar tot de buitensporige eisen op het gebied van bezuinigingen en bankverliezen, die in Griekenland nu tot een chaotisch staatsbankroet dreigen te leiden.

Mario Monti, de door Duitsland benoemde premier van Italië, was heel expliciet. Hij heeft gewaarschuwd dat Duitsland te maken zou krijgen met een 'krachtige reactie' als het land zou volharden in zijn verzet tegen maatregelen die de financiële druk op andere lidstaten van de eurozone zouden kunnen verlichten, zoals de uitgifte van gezamenlijk gewaarborgde euro-obligaties. Intussen zijn veel leidende economen, vroegere centrale bankiers en leiders uit het Duitse bedrijfsleven artikelen gaan schrijven, waarin wordt gepleit voor een vertrek uit de euro, op grond van het feit dat het Duitse beleid onverenigbaar zou zijn met dat van andere lidstaten.

Duitsland is eigenlijk de vreemde eend in de eurozone

Het nakende inzicht dat Duitsland eigenlijk de vreemde eend in de eurozone is, maakt het makkelijker de verbijsterende wendingen van de eurocrisis te begrijpen, en de manier waarop die crisis zou kunnen aflopen. Zoals eurosceptici al vanaf het begin van de jaren negentig hebben betoogd, zijn er uiteindelijk slechts twee mogelijke uitkomsten voor het project met de eenheidsmunt. De euro zal desintegreren, of de eurozone zal veranderen in een regelrechte begrotingsunie en politieke federatie. Deze dichotomie wordt nu alom erkend. De vraag is echter wat precies wordt bedoeld met een "begrotingsunie". Hier dringen we door tot de grondoorzaken van de Duitse verantwoordelijkheid voor de huidige crisis.

Als de euro wil overleven, zal aan drie voorwaarden moeten worden voldaan. De eerste, de voorwaarde waar Duitsland op stáát, is begrotingsdiscipline, die slechts kan worden afgedwongen door middel van gecentraliseerd toezicht van de Europese Unie op het belasting- en bestedingsbeleid van nationale overheden.

De tweede voorwaarde is een aanzienlijk mate van collectieve Europese verantwoordelijkheid voor staatsschulden en bankgaranties. Deze wederzijdse steun vloeit logischerwijs voort uit de stichting van een begrotingsunie, zoals Mario Monti heeft duidelijk gemaakt. Maar het is een quid pro quo waar de Duitsers tot nu toe niet eens over willen praten.

In geavanceerde economieën bieden centrale banken steun voor staatsschuld

De derde voorwaarde is steun voor de begrotingsunie van de ECB, vergelijkbaar met de monetaire steun voor de staatsschuld die de centrale banken in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Japan, Zwitserland en alle andere geavanceerde economieën bieden. Dankzij deze steun van de centrale banken voor hun staatsobligatiemarkten kunnen de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Japan veel grotere begrotingstekorten financieren dan Frankrijk of Italië, zonder zich serieus zorgen te hoeven maken over een mogelijke afwaardering van hun kredietstatus.

Het fundamentele probleem voor de eurozone is dat Duitsland zich uitsluitend op de eerstgenoemde voorwaarde richt. Het land dwingt andere regeringen steeds draconischer en onrealistischer bezuinigingsdoelstellingen te aanvaarden, terwijl het zelf weigert het quid pro quo van collectieve schuldengaranties en ingrijpen door de centrale bank te bespreken. Door de Duitse onbuigzaamheid in deze twee kwesties is het nieuwe euroverdrag waarover vorige maand overeenstemming zou moeten zijn bereikt als een krukje met drie poten, dat op één poot staat te balanceren.

Betekent dit dat het zeker is dat de euro gaat desintegreren? Niet per se, om twee tegengestelde redenen. De optimistische mogelijkheid is dat het nutteloze "begrotingspact" van vorige maand slechts een afleidingsmanoeuvre was om Angela Merkel in staat te stellen Duitse politici en de publieke opinie voor te bereiden op de compromissen die in het verschiet liggen over gezamenlijke schuldgaranties en een Angelsaksisch-achtig ingrijpen op de markt van de ECB.

De vraag is of de eurozone-partners het zelfvertrouwen hebben

Het pessimistische alternatief is dat Duitsland werkelijk vastbesloten is de monetaire versoepeling te dwarsbomen die nodig is om de euro een overlevingskans te geven. Als dat het geval is, zullen de overige lidstaten van de eurozone binnenkort voor een historische keuze komen te staan. Laten ze de euro vallen? Of gooien ze Duitsland eruit, eenvoudigweg door het land te verzoeken te vertrekken, of – waarschijnlijker – door onderling een monetaire en begrotingsstrategie af te spreken die Duitsland zou provoceren om op te stappen?

Frankrijk, Italië, Spanje en hun eurozone-partners hebben de middelen om de euro te redden, en kunnen daarbij ook nog eens aan de economische hegemonie van Duitsland ontsnappen. De enige vraag is of ze het zelfvertrouwen hebben en de economische overeenstemming kunnen bereiken om zich tegen Duitsland te verenigen.

Hoe dan ook is de tijd gekomen dat de Europese leiders moeten ophouden de schuld voor de eurocrisis aan de wereldeconomie, de banken of de "spilzucht van voorgaande regeringen" te wijten. Zoals Shakespeare schreef: "De fout, mijn dierbare Brutus, ligt niet in de sterren/Maar in onszelf, want wij kunnen onze eigen keuzes maken".