"*Tijdens EU-toppen besteden de Europese leiders een groot deel van hun tijd aan het ongedaan maken van flaters die zij bij de vorige top hebben geslagen"*, mompelt een politicus uit de hoogste regionen van het EU-beleid.Aangezien alle circulaires en herhaaldelijke besprekingen over Griekenland, Portugal en de omvang van het noodfonds tot nu toe nutteloos zijn gebleken, zagen wij gisteren weer eens hoe moeilijk het is om die blunders glad te strijken. Die nutteloosheid is tastbaar geworden, sinds Merkel en Sarkozy het spookbeeld van een faillissement van een lidstaat hebben opgeroepen (in Deauville, op 19 oktober 2010); een faillissement dat tot op dat moment was afgewend, doordat particuliere schuldeisers ermee hadden ingestemd een deel van de schuld kwijt te schelden (door de waarde van de obligaties te verminderen). Tijdens het conclaaf bleek eens te meer hoe koppig de Europese leiders zijn: er werd groen licht gegeven aan een stabiliteitsverdrag en er werd een plan voor economische groei aangenomen, dat niets van een plan heeft. Het is eerder bedrog, of in ieder geval lijkt het daar op.**

Een "onnodige" overeenkomst

We moeten toegeven dat het verdrag noodzakelijk was om ervoor te zorgen dat de landen van de eurozone zich aan de begrotingsdiscipline houden en om mechanismen te ontwikkelen die de groei weer kunnen aanzwengelen. Maar dat is veel gezegd: het Europees Parlement "uit zijn twijfels over de noodzaak van zo'n internationale overeenkomst" (resolutie van 18 januari), terwijl de beste Wolfgang Munchau (Financial Times van maandag) er nog een schepje bovenop doet. "[Deze overeenkomst] is onnodig", schrijft hij. En inderdaad, de bepalingen uit het verdrag hadden ook via de normale wettelijke procedure kunnen worden aangenomen. Bovendien zou de overeenkomst een te restrictief beleid "bevorderen", hetgeen een recessie in de hand zou werken.

Initatiefnemers en opstellers van de tekst zijn de weg kwijt

Laten we ervan uitgaan dat zij het mis hebben en dat een tekst met de hoogdravende naam "Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en governance" ************de oplossing is. De titel zelf verwijst naar ´stabiliteit´ en begrotingsdiscipline, dat is al heel wat. **We moeten ons echter realiseren dat enkel in artikel 9 (van de 16, voorlopig) wordt opgeroepen tot “bevordering van de economische groei”. In dit artikel is tevens bepaald dat de ondertekenaars hiertoe "de noodzakelijke procedures en maatregelen zullen aannemen", zonder evenwel te specificeren welke dit zijn. De bepalingen hebben geen verplichtend karakter. Er is geen enkele sanctie vastgelegd voor overtreders, die geen enkel risico lopen zich voor het EU-Hof in Luxemburg te moeten verantwoorden als zij zich niet aan de tekst houden. Er wordt daarentegen wel nauwkeurig beschreven wat de landen te wachten staat die de doelstellingen voor het terugdringen van het begrotingstekort niet in acht nemen. En daar worden we voor de gek gehouden. Men splitst ons een verdrag in de maag dat de twee polen van het economisch beleid moet stimuleren, maar dat er slechts één van ontwikkelt.**************

**************En dat is nog niet alles. De vijfde versie van de tekst, die de jongste top heeft voortgebracht, is nog ingewikkelder dan de vorige. De nieuwe verbeteringen zijn cruciaal, niet vanwege de inhoud ervan, maar omdat de muggenzifterij die eruit spreekt, aantoont hoezeer de initiatiefnemers en de opstellers van de tekst de weg kwijt zijn: als ontketende Don Quichots vechten ze tegen denkbeeldige windmolens (dat wil zeggen de meest vergezochte methodes om de tekorten hoger te kunnen laten oplopen en tegelijkertijd aan sancties te ontsnappen).**************

Alle initiatieven hebben tot een impasse geleid

Voor de beste mensen die nog niet door het virus zijn aangestoken, wil ik erop wijzen dat een van de obsessieve doelstellingen van deze wijzigingen is dat een willekeurige regering gemachtigd wordt om een in gebreke blijvende partner te vervolgen, als de Commissie dit niet doet. Misschien is de tekst wel degelijk nodig, beste Wolfgang, maar hij is zinloos. Alle initiatieven die in de geschiedenis van Europa zijn ontplooid om de macht van de Europese instellingen buitenspel te zetten of terug te dringen (van de Lissabon-agenda in 2000 tot het opstandige gedrag in 2003 van Parijs en Berlijn om de sancties te ontlopen waartoe Brussel wegens hun niet-naleving van het Stabiliteitspact had besloten), hebben namelijk geleid tot iets waaraan niemand herinnerd wil worden: een impasse.

Een ander kwakzalversmiddel is de ´verklaring´ om de economische groei weer aan te zwengelen. Deze kwestie blijft het Frans-Duitse koppel achtervolgen (aangezien Parijs en Berlijn pas als laatste begrepen dat als het bbp daalt, er niets meer overblijft om de schulden mee te betalen), sinds hun bilaterale ontmoeting op 9 januari, waarbij ze voor het eerst overwogen om, als remedie, de bittere pil van een bestraffing te combineren met vitaminen.

Methodes waarvan algemeen bekend is dat ze ineffectief zijn

Om dit te bereiken namen het duo Berlijn-Parijs, de Commissie en de Raad hun toevlucht tot twee methodes, waarvan algemeen bekend is dat ze ineffectief zijn. De eerste houdt in dat vergeten lades weer eens worden omgekeerd (zoals met de Lissabon-agenda) om daar nobele bedoelingen en onafgemaakte projecten uit op te diepen – zoals werkgelegenheid voor jongeren, financiering voor het MKB, enzovoort. Bij de tweede methode is het de bedoeling om de bezem door de communautaire begroting te halen teneinde de uitgavenposten te herschikken. De resterende middelen, dat wil zeggen het geld dat nog niet is besteed of nog niet aan de regeringen is teruggegeven, stellen niets voor: zo'n 30 miljoen euro. Om nu een nieuwe verdeling te gaan opstellen voor de 82 miljard euro van de structuur- en cohesiefondsen die nog niet zijn toegewezen voor de laatste twee jaar (2012 en 2013) van de zevenjarige planning van de financiële vooruitzichten, is op dit moment misschien voorbarig. En waarschijnlijk ook een illusie, want deze fondsen zijn al bestemd voor projecten die de groei moeten ondersteunen, zoals wegen, scholen of zuiveringsinstallaties. Sinds de Europese werkgelegenheidsstrategie (proces van Luxemburg, 1997) mag er geen cent meer naar projecten vloeien die geen banen scheppen. Er is dus geen enkele euro bij gekomen. Alleen wat goocheltrucs.