Het dossier, dat door een anonieme expert van de Slowaakse inlichtingendienst 'SIS Gorilla' werd gedoopt, legt de banden tussen de financiële groep Penta en de politieke leiders uit de jaren 2005-2006 bloot, ten tijde van de rechtse regering van Mikuláš Dzurinda. Die werden vastgelegd aan de hand van gesprekken die werden afgeluisterd in een appartement dat het toneel van een samenzwering bleek te zijn.

**De vertegenwoordiger van Penta, Jaroslav Haščák, had daar meerdere ontmoetingen met onder andere Jirko Malchárek, destijds minister van Economische Zaken en Anna Bubeníková, ex-directrice van het Fonds voor het nationaal erfgoed.

De hele affaire berust op de transcriptie van deze opnames. Er worden bedragen genoemd van miljoenen kronen, die aan een bepaalde politicus of partij moesten worden gestort voor de privatisering van ondernemingen, vooral uit de energie- en transportsector.**

Het schandaal legt de ingewanden van de Slowaakse politiek bloot

Het dossier Gorilla legt als het ware de ingewanden van de Slowaakse politiek bloot. Nu is het voor iedereen duidelijk dat die politiek slechts de dienaar is van zakenlui die politici opdracht geven in ruil voor financiële compensatie. Het is een duik naar het hart van het 'maffiose kapitalisme' dat iedereen kent maar waarvan slechts weinigen een concreet beeld hebben.

**De niet aflatende stroom van gepubliceerde feiten bevestigt de authenticiteit van het dossier, of ten minste een deel ervan. Penta houdt vol dat het om een aaneenschakeling van leugens gaat en eist, onder dreiging van een aanklacht, dat het dossier van alle websites wordt verwijderd waarop het openbaar werd gemaakt. Maar op 11 januari werd Bubeníková door de vertrekkende regering van Iveta Radičová ontslagen. Daarmee liet de regering zien dat zij het dossier zeer serieus neemt. De premier vond er zelfs een oude versie van in de regeringsarchieven.

Als de politie erin slaagt het systeem van smeergeld en witwassen te ontrafelen, zal dat de Slowaakse politiek op zijn grondvesten doen schudden en waarschijnlijk volledig laten instorten. Dat is een van de vanzelfsprekende redenen waarom het onderzoek tot op heden geen resultaat opleverde. De politie had het dossier al in 2006 voor het eerst in handen maar de afgeluisterde telefoongesprekken zijn echter van veel recentere datum, namelijk uit 2009.** Het dossier werd vervolgens door de politie verwijderd.

De situatie destijds was echter niet te vergelijken met die van tegenwoordig. Toen was de publieke opinie nog niet op de hoogte van het bestaan van dit dossier. Nu heeft premier Radičová president Gašparovič gevraagd om de geheimhouding over deze zaak door de inlichtingendienst te laten opheffen, en minister van Binnenlandse Zaken Lipšič heeft de publieke opinie aangespoord om haar ogen en oren open te houden over politici die het onderzoek zouden willen vertragen of onder het tapijt schuiven.

De zaak heeft zeker gevolgen voor de vervroegde verkiezingen

Het publieke debat over het schandaal heeft de Slowaakse politiek al flink wakker geschud. En het is zeer waarschijnlijk dat de zaak gevolgen heeft voor de resultaten van de vervroegde verkiezingen [op 10 maart, red]. Van alle partijen zal de SDKÚ [centrumrechts, red.], wiens leiders Mikuláš Dzurinda en Ivan Mikloš vaak in verband worden gebracht met zaken die het daglicht moeilijk kunnen verdragen, zeker het meest te lijden hebben.

De andere partijen doen er, ieder op hun manier, alles aan om hun verontwaardiging te uiten en het publiek ervan te overtuigen dat zij, deze keer, de strijd tegen corruptie serieus aanpakken. Vooral twee nieuwe rechtse politieke formaties doen hun voordeel met dit schandaal omdat hun leiders in 2006 nog niet in de politiek zaten. Het gaat om Vrijheid en Solidariteit (SaS), geleid door Richard Sulík, en de Partij van de Gewone man, die zeer weinig leden heeft en op wiens lijst een aantal beroemdheden staan die vooral van conservatieve snit zijn.

Het Gorilla-schandaal brengt een latent generatieconflict aan het licht met een jongerengeneratie waarvan de meerderheid rechts is, en die zijn tijd al een hele poos afwacht. SaS wordt ervan verdacht verantwoordelijk te zijn voor de publicatie van het dossier op internet, dat immers al jaren binnen het zakelijke en politieke milieu circuleerde.

Niemand komt er zonder kleerscheuren vanaf

Wat deze hele zaak zo bijzonder maakt, en wat niemand meer onder controle heeft, is dat er vrijwel geen enkele betrokkene zonder kleerscheuren vanaf komt. Zelfs de media niet, die de betrokken politici nu volop door de mangel halen. Het bleek dat het dossier al sinds 2009 op de redacties van een aantal rechtsgeoriënteerde kranten rondzwierf, zonder dat er ook maar een van hen serieus naar keek.

De Slowaakse journalist van Canadese afkomst Tom Nicholson, die het dossier grondig bestudeerde, ging al die redacties langs om ze ervan te overtuigen dat ze zijn ontdekkingen moesten publiceren. Tevergeefs.

Daarbij moet wel gezegd worden dat de situatie van de Slowaakse media verre van gemakkelijk is. In tegenstelling tot hun Tsjechische collega's worden ze vaak, op basis van een klacht van een politicus of zakenman, door de rechtbanken in hun land veroordeeld tot hoge boetes. Dat gebeurt dan naar aanleiding van een minieme fout in een onderzoeksartikel waar verder absoluut niets op aan te merken valt.

Het dossier Gorilla is bijzonder waardevol vanwege de explosieve aard van de rapporten, die een volledig gecorrumpeerd systeem kenschetsen. Alleen de politieke wil, die pas laat de kop op stak en vooral bij de SaS vandaan komt, zorgde ervoor dat journalisten ruim baan kregen. Hun eerdere voorzichtigheid, en misschien wel lafheid, past perfect binnen het kader van deze geschiedenis van een land dat gedomineerd wordt door een kartel van politici, zakenlui en justitie. Maar dat kan allemaal veranderen nu er een breed publiek debat op gang wordt gebracht.

De risico's voor een autocratisch bewind

Het is nog te vroeg om een idee te krijgen van de impact die het dossier Gorilla zal hebben op de verkiezingen. Maar we kunnen nu al stellen dat er ten minste een ding zeker is: het hoofdthema over de verhouding met Europa is uit de verkiezingscampagne verbannen.

**Sinds de val van de regering-Radičová is er een alliantie van pro-Europese partijen opgestaan die het hele politieke spectrum bestrijkt (van de linkse Smer van Robert Fico tot bepaalde traditioneel rechtse partijen). Maar er wordt nu wel een nieuw etiket op deze alliantie geplakt. Sulík noemt het "de gorilla-coalitie", warmee hij wil zeggen dat het een alliantie is van de oude gecorrumpeerde partijen.

De nieuwe generatie in de oppositie bestaat uit rechtse partijen, zeer anti-Europa en met een sterke hang naar populisme. Het precedent dat Polen schiep met de zaak Rywin, een immens corruptieschandaal dat de politieke elite wegvaagde en de broers Kaczyński in staat stelde de macht te grijpen is niet echt bemoedigend.**

Net zo min is Hongarije dat, waar de publicatie van een opname van een verklaring van de linkse premier Ferenc Gyurcsány, waarin hij de woorden sprak "wij logen de hele dag door", Viktor Orbán aan de macht bracht. In beide landen draaide het anti-corruptiebeleid van de nieuwe leiders al snel uit op een autocratisch bewind.