Er zijn vele wegen die naar een baan leiden, maar ze bevatten wel gemeenschappelijke elementen. Allereerst een academische achtergrond: een doctoraal communicatiewetenschappen, een master internationale betrekkingen of een aanvullende master Europese studies komen onveranderlijk terug. Een model dat vaak vergezeld gaat van een verblijf in het buitenland van het type Erasmus. Voor Ana Vork, een jonge juriste uit Estland, was het feit dat ze een aanvullende master Europees recht heeft gedaan in Brussel ‘buitengewoon belangrijk’: "Daar heb ik veel aan gehad voor mijn stage bij de Europese Commissie, en het is een doorslaggevend pluspunt tijdens het concours voor een Europese overheidsfunctie".

Volgens Paolo Sergio, een Italiaans-Tjechische jongeman die net het diploma heeft behaald van het Instituut voor Europese Studies van de Vrije Universiteit van Brussel, moeten bepaalde waarschuwingen niet worden genegeerd: "Het College van Brugge lijkt op bepaalde punten op de grote Amerikaanse universiteiten (Ivy League): je betaalt voor de contacten, zodat je een netwerk kunt opbouwen. Die netwerken zijn nuttig maar uiteindelijk heb je er niet veel aan als je net gediplomeerd bent en geen ervaring hebt. Tenzij je door concours komt. Maar dat moet dan wel lukken."

Het tweede punt is een ‘binnenkomer’ waarmee je in de rijdende trein kunt springen, recht het Europese milieu in.Of ze nu plaatsvinden in de institutionele sfeer of in een lobbygroep, denktank of een NGO, de “traineeships” en “internships” zijn een verplichte etappe om een plaats te bemachtigen binnen het begerenswaardige Europese Brussel.

Fransen, Belgen en Duitsers slecht in de markt

"Een stage kan fantastisch zijn of erg vervelend, afhankelijk van de baas met wie je te maken hebt," stelt Ana. "Als je een proactieve houding aanneemt, kun je in principe allerlei zeer interessante taken toebedeeld krijgen," vervolgt Paolo. "De stagiaire is dus vaak al vrij vlot in de weer om hun toekomst na de stage veilig te stellen." Want op dat moment valt voor velen het doek, en moeten ze terug naar hun land of veranderen in eeuwige stagiaires: "Een van mijn huisgenoten heeft zich weer ingeschreven voor een aanvullende master, een ander loopt voor de derde keer stage," verklaart Cédric bitter, een Fransman die bezig is met een master aan het Instituut voor Europese Studies in Brussel. Anderen, zoals Paolo en Ana, zijn consciëntieus het langverwachte concours aan het voorbereiden.

De geleidelijke komst van nieuwe lidstaten heeft de concurrentie onder de Europese jongeren in Brussel nog vergroot. Het feit dat er binnen de instituties voorrang wordt gegeven aan ambtenaren afkomstig van de nieuwe lidstaten heeft gevolgen voor het werven van ‘jong talent’."Waarom ik nee heb gezegd tegen het kabinet [van de Tsjechische commissaris]? Omdat ze me voornamelijk wilden hebben om mijn taalkundige vaardigheden," verklaart Paolo. "De kabinetten nemen alleen stagiaires die dezelfde nationaliteit hebben als de commissaris." Ana bevestigt dit: "Ik zeg nooit dat ik ook Belgische ben. Als Estlandse heb ik honderdmaal meer kans om te worden geselecteerd door een heel aantal instellingen."

Begint er een kloof te ontstaan tussen gediplomeerden afkomstig uit oude en uit nieuwe lidstaten? Zo ver is het nog niet, maar "Fransen, Belgen en Duitsers liggen slechter in de markt" beweert Cédric ironisch. Voor de jongeren uit de Oost-Europese landen zijn de vooruitzichten in Brussel ongelofelijk veel groter dan in hun eigen landen.